Partiële ontbinding van een duurovereenkomst (commerciële hoofdverhuur van woonruimte) zonder terugwerkende kracht maar wel met ingang van een datum in het verleden (zie rov. 3.9.5 tot en met 3.9.10).
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in verband met gevorderde contractuele boete en schadevordering in huurzaak.
Kort geding. Vordering tot toegang tot zelfstandige huurwoning. Blijkt onderhuur en huurovereenkomst tussen (onder)verhuurder als huurder en hoofdverhuurder is inmiddels beëindigd. Onderhuurder dient zich op basis van art. 7:269 BW te richten tot (hoofd)verhuurder). Vordering af
In dit kort geding vordert een gemeente als verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. Volgens de gemeente heeft de huurder geen recht meer om in de woning te verblijven, omdat de huur is geëindigd door het aflopen van de bepaalde tijd daarvan. De
Gedaagde verblijft zonder recht of titel in de woning en moet deze daarom verlaten. Hij heeft zich op enig moment uitgeschreven uit de woning om de financiele positie van zij inmiddels ex-partner te verbeteren (fiscale voordelen). Zij is een schuldsaneringstraject ingegaan. Gedaa
Kort geding - huurovereenkomst - ontruiming woonruimte tav huurder - geen hoofdverblijf en onderhuur. Overweging tav onderhuurder.
Vordering ontruiming woning na opzegging huur door Thuiszorg. Gecombineerde huur- en zorgovereenkomst. Onderhuurovereenkomst. Het zorgelement is niet doorslaggevend. Geen rechtsverhouding meer tussen partijen. Thuiszorg niet-ontvankelijk verklaard.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Onderhuur contractueel toegestaan? Uitleg overeenkomst, Haviltex. Wettelijk verbod van onderverhuur (art. 1595 (oud) BW).
Huur woonruimte. Kort geding tot ontruiming. Na opzegging door huurder van hoofdhuurovereenkomst weigert onderhuurder te vertrekken. Hoofdhuurder, die zijn reeds aanvaarde opzegging heeft willen intrekken, terecht tot ontruiming veroordeeld. Ook onderhuurder is tot ontruiming ve
Kort geding. Executiegeschil.
Het betreft de ontruiming van een bedrijfspand (viswinkel/visrestaurant) wegens niet voldoen aan de exploitatieverplichting en structurele te late huurbetaling en ontruiming van de bovenwoning wegens overbewoning.
Huur woonruimte. Kort geding. Een eigenaar/hoofdverhuurder vordert ontruiming door een onderhuurder na het faillissement van de huurder/onderverhuurder. De onderhuurovereenkomst is door de latere failliet gesloten met een groep personen. De vraag is of de onderhuurovereenkomst be
Bodemzaak. Huur. Ontruiming toegewezen. Geen sprake van medehuur, medebewoning en duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Huurovereenkomst sociale huurwoning. Huurder heeft de woning onderverhuurd. Verhuurder eist ontbinding van de huurovereenkomst, de huurder te veroordelen tot ontruiming en afdracht van de winst. Daarnaast eist verhuurder voorwaardelijk dat de eventueel voort te zetten (onder)huur
Kort Geding: Vordering tot ontruiming bovenwoning afgewezen. Geen bruikleen maar huur. Gedaagde komt beroep toe op huurbescherming ex artikel 7:269 lid 1 BW.
Huur woonruimte. Hoofdhuurovereenkomst is opgezegd en geëindigd. Onderhuurovereenkomst wordt beëindigd. Niet gebleken dat onderhuurovereenkomst is gesloten met de intentie om onderhuurster de positie van huurster te verschaffen. Van verhuurder kan niet worden gevergd om de onderh
Kort geding. Ontruimingsvordering toegewezen. Gedaagden genieten geen huurbescherming op grond van artikel 7:269 lid 1 BW, omdat sprake is van een onzelfstandige woning.
Kort geding. Ontruimingsvordering toegewezen. Gedaagden genieten geen huurbescherming op grond van artikel 7:269 lid 1 BW, omdat sprake is van een onzelfstandige woning.
Vordering tot ontruiming huurwoning. Vraag of sprake is van onzelfstandige of zelfstandige woonruimte (artikel 7:234 BW) en het gevolg daarvan, huurbescherming (artikel 7:269 lid 1 BW)
Huurrecht, kort geding, verstek, ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand en onrechtmatig onderhuren van het gehuurde aan een derde.
De gevorderde ontruiming en retourname van de objecten zijn niet toewijsbaar. De gebruikers van de objecten zou eventueel een beroep op huurbescherming kunnen toekomen. De vordering tot betaling van de huurachterstand evenals betaling van de toekomstige huurpenningen is in dit ge
Huurrecht. Verkoop en terughuur. Vorderingen tot ontbinding en ontruiming. Vraag of verhuurder contractueel afstand heeft gedaan van het recht op ontbinding. Tekortkomingen zijn van voldoende gewicht om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen.
Kort geding. Vordering om toegang tot het pand te verlenen afgewezen. (Onder)huurovereenkomst onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Huur woonruimte. Eindvonnis na incident. Ontruiming van onderhuurder en huurder toegewezen. Huurovereenkomst tussen verhuurder en hoofdhuurder is door wederzijds goedvinden geëindigd. Overeenkomst met onderhuurder wordt door de kantonrechter beëindigd. Achterstand ook toegewezen.
Huurovereenkomst woonruimte. Perikelen tussen huurder en opvolgend verhuurder na verkoop pand. 7:226 BW. Hoogte huurprijs en servicekosten? Huurprijsvermindering wegens gebreken? Verboden onderverhuur? Toestemming vorige verhuurder? Toetsing boetebeding ROZ voorwaarden. Niet onee