Huurovereenkomst woonruimte. De algemene bepalingen bevatten een verbod om het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur of onderhuur (tegen een tegenprestatie) dan wel in gebruik (zonder tegenprestatie) aan derden af te staan. Het in de huurovereenkomst zelf opgenomen boetebeding
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:244 BW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huur woonruimte. Verhuur van vier kamers met voorzieningen aan vier studenten.Tijdelijke onderverhuur/ingebruikgeving mogelijk o.g.v. arr. 7:244 BW? Kernvraag: is sprake van een huurovereenkomst betrekking hebbend op zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 7:234 BW of verhu
Vordering in kort geding tot ontruiming van een woning toegewezen. Huisbewaarderschap. Voorop moet worden gesteld dat de aanduiding van partijen van hun rechtsverhouding niet beslissend is voor de vraag hoe die rechtsverhouding moet worden gekwalificeerd. De huisbewaringsovereenk
Voortzetting huurovereenkomst van overleden partner (art. 7:268 lid 2 BW). Belangen minderjarige kinderen wegen zwaar mee (art. 8 EVRM, art. 3 IVRK). Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:6960 (herstelvonnis)
Kort geding. Huurovereenkomst woonruimte. Bij huiszoeking heeft de politie een pistool en drugs aangetroffen. Bestuurlijke waarschuwing van de burgemeester. Het betreft hier gedragingen van de zoon van de huurder, maar in het licht daarvan heeft de huurder zelf zich niet als goed
Verbintenissenrecht. Vordering woningcorporatie wegens illegale onderverhuur. Schadebegroting op bedrag van de winst (art. 6:104 BW). Art. 6:104 BW geeft geen vordering tot winstafdracht, maar verleent de rechter een discretionaire bevoegdheid om de gevorderde schadevergoeding te
Huurder heeft woning onderverhuurd aan twee studentes. Gebruik van slaapkamertje gedurende een deel van het jaar is geen hoofdverblijf. Huurder wist niet dat bed daar verwijderd was; heeft kennelijk het toezicht dat kenmerkend is voor hospitaverhuur al maanden niet uitgeoefend.
Huur woonruimte; vordering tot ontruiming in kort geding; onderverhuurverbod kamers voorshands niet aannemelijk; 7:244 BW; vertek geweigerd ivm 61 Rv en 121 RV
Huurrecht. Verkoop en terughuur. Vorderingen tot ontbinding en ontruiming. Vraag of verhuurder contractueel afstand heeft gedaan van het recht op ontbinding. Tekortkomingen zijn van voldoende gewicht om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen.
Huur woonruimte. Ontbinding huurovereenkomst vanwege geen hoofdverblijf? Afgewezen.
Overgedragen c.q. voortgezet privaatrechtelijk gebruiksrecht ligplaatsen woonarken door Waterschap opgezegd onder aanbieding huurovereenkomst. Privaatrechtelijk optreden toelaatbaar. Geen onredelijke verzwaring positie woonarkbewoners. Geen strijd met algemene beginselen van beho
Hoofdverblijf, onderhuur, niet de juiste huurovereenkomst overgelegd, afzonderlijke proceskosten voor elke gedaagde
Huisbewaringsovereenkomst; eiser vindt dat hij te veel heeft betaald en vordert dit van gedaagde; gedaagde vordert in reconventie het restant van de herstelkosten van schade dat na verrekening met de borgsom nog overblijft; vordering in conventie wordt deels toegewezen en vorderi
Huur van woonruimte. Onderhuur. Hoofdhuurder dient te woning te verlaten, omdat zij de huurovereenkomst met de onderhuurder niet heeft opgezegd en onvoldoende onderbouwd heeft dat zij een kamer aanhield.
Ontbinding en ontruiming. Hoewel huurder is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de wet door zijn woning te laten gebruiken voor illegale prostitutie, niet conform de contractuele bestemming te gebruiken en gedeeltelijk aan een ander i
Onderhuur, geen hoofdverblijf, niet geslaagd in tegenbewijs.
Huurrecht. De verhuurder stelt dat huurder de gehuurde woning niet gebruikt als hoofdverblijf en vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Deze vordering wordt afgewezen omdat de onderbouwing van het aan de huurder gemaakte verwijt in feite stoelt op
Huurrecht. Huurder heeft de woning jarenlang geheel of gedeeltelijk aan een ander ter beschikking gesteld. Deze tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst.
Huur. Huurovereenkomst winkel-/kantoorruimte met woonruimte. Huurder heeft een gedeelte van de bedrijfsruimte verbouwd tot woonruimte waardoor een tweede, grotendeels zelfstandige woonruimte is ontstaan, die is verhuurd. Huurder heeft hiermee de bestemming van het gehuurde verand
Vordering tot ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde. Eiseres (een woningbouwcorporatie) stelt dat gedaagde in strijd met de huurovereenkomst niet haar hoofdverblijf in het gehuurde (een woning) en/of dat zij de woning onderverhuurt, dan wel de woning geheel of gedeel
Vordering tot ontbinding en ontruiming van sociale huurwoning. Er is sprake van een ernstige tekortkoming, omdat er een huurachterstand is van ruim negen maanden. Daarnaast blijkt onder meer dat huurder zonder toestemming de woning grondig heeft verbouwd waardoor ook de verhuurba
Gedaagde 1 wordt toegelaten tot tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling van Woonplus dat gedaagde 1 het gehuurde, zonder toestemming van Woonplus, in gebruik heeft gegeven aan derden en dat zij in het gehuurde niet haar hoofdverblijf houdt. De vorderingen tegen de
Huurzaak. Ontbinding huurovereenkomst i.v.m. niet goed huurderschap, geen gebruik van het gehuurde volgens de bestemming, en het in gebruik geven van het gehuurde zonder er zelf hoofdverblijf te hebben. Veroordeling tot ontruiming van het gehuurde en betaling van huur/gebruiksver
Kort geding. Ontruiming. Huurovereenkomst. Een verplichting om op het adres van het gehuurde te staan ingeschreven en het (permanent) bewonen van het gehuurde volgt niet uit art. 7:213 BW noch uit de huurovereenkomst en leidt niet tot het oordeel dat huurder ernstig te kort is ge
Kort geding. Huurder vordert de verhuurder te veroordelen om toe te staan dat twee nieuwe onderhuurders het gehuurde huren.