Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte; art. 7:290 BW. Opzegging door verhuurder. Dringend persoonlijk gebruik in verband met renovatie; art. 7:296 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort geding. Huurder dient de woning tijdelijk te ontruimen en verlaten voor het verrichten van dringende werkzaamheden en renovatiewerkzaamheden door de verhuurder. Renovatiewerkzaamheden maken verhuizing niet noodzakelijk. Geen verhuiskostenvergoeding verschuldigd.
Een woningbouwvereniging heeft een renovatievoorstel gedaan aan huurders in een woonblok. Belangrijk onderdeel van dit voorstel is het renoveren van de flats tot nul op de meter-woningen (NOM-woningen). Daarbij hoort een door de huurders te betalen maandelijkse Energieprestatieve
Huurrecht Woonruimte. Vervolg op HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726, NJ 2016/449. De verhuizing tijdens de werkzaamheden aan de huurwoning was noodzakelijk door de renovatiewerkzaamheden. De huurder heeft recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.
Een huurder in Amsterdam-West moet woningcorporatie Rochdale toelaten om een geiser en een gaskachel te vervangen door een HR-ketel.
vraag of huurder van woonruimte recht heeft op een verhuiskostenvergoeding op grond van artikel 11g Bbsh (thans artikel 7:220 lid 5 BW).
Verhuiskostenvergoeding. Artikel 7:220 lid 5 BW. Was een verhuizing noodzakelijk?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Prejudiciële vragen. Forfaitaire verhuiskostenvergoeding bij renovatie. Het hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de forfaitaire verhuiskostenvergoeding bij renovatie van huurwoningen. De vragen gaan over de controverse of de huurder aanspraak heeft op de vergoeding
Verhuur van woonruimte. Verhuurders vorderen beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, te weten noodzakelijke renovatie die zonder die beëindiging niet mogelijk is. Een situatie als die van de zaak van het arrest van de HR van 26 maart 2010, Nj 2010, 190,
Vordering tot beëindiging huurovereenkomst woonruimte op grond van art. 7:274 lid 1, aanhef en sub c, BW, dringend eigen gebruik vanwege renovatie die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is. Toetsing aan HR 26 maart 2010, LJN BL0683, NJ 2010, 190 (Herenhuisarrest) leidt
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder een redelijk voorstel heeft gedaan met betrekking tot onderhoud en renovatie. De (geringe) huurverhoging door vervanging van de cv-installatie maakt het voorstel niet onredelijk. De gevorderde machtiging van de verhuurder om zich toegan
Huur woonruimte. Renovatieplan complex woningen gaat uit vvan uitvoering werkzaamheden in bewoonde toestand. Huurder kiest voor verhuizing naar door verhuurde aangeboden nieuwe woning. Toch recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11 g Bbsh? Nee, want niet gedwongen geweest te
opzegging huur wegens dringend eigen gebruik; renovatie? structurele wanverhouding?
Redelijk voorstel in de zin van artikel 7:220 BW.
Uitvoering van renovatiewerkzaamheden heeft tijdelijke verhuizing naar een wisselwoning noodzakelijk gemaakt. Verhuurder die dit in redelijkheid had moeten voorzien, kan huurders niet tegenwerpen dat zij een op ononderbroken bewoning gebaseerd voorstel hebben aanvaard.
Beroep op verhuiskostenvergoeding in verband met renovatie afgewezen. Huurder heeft geen recht op een verhuiskostenvergoeding in verband met renovatie van de woning nu geen sprake is van een voortzetting van de huurovereenkomst.
Ontbinding huurovereenkomst; verplichte amovering verkooppunt van benzinestation ogv Tracébesluit; onvoorziene omstandigheden waardoor ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet aan de orde is; billijke vergoeding als voorwaarde bij de ontbinding.
Kantonzaak, huurrrecht. In kort geding ontruiming van gehuurd winkelpand in winkelcentrum toegewezen wegens voldoende aannemelijk dringend eigen gebruik: sloop en vernieuwbouw. In casu geen wachttermijn van art. 7:296 lid 2 BW. Ook geen sprake van renovatie.
Kort geding; verstek; huurder moet meewerken aan dringende werkzaamheden.
Vordering tot medewerking aan renovatiewerkzaamheden, dan wel tijdelijke ontruiming. Meer dan 70% van de huurders ingestemd en schriftelijk aan huurder medegedeeld. Voorstel wordt redelijk geacht, want niet binnen acht weken beslissing over redelijkheid voorstel gevraagd. Voldoen
verhuurder wil open verbrandingstoestellen vervangen voor gesloten systeem. Huurder moet meewerken aan deze renovatie in de zin van artikel 7:220 BW.
Kort geding. Huurder moet woning opruimen en medewerking verlenen aan renovatiewerkzaamheden. Tijdelijke ontruiming voor zover zulks noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden.
Huurzaak. Vordering beëindiging huurovereenkomst vanwege renovatie afgewezen.
Vordering tot ontruiming afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat huurbeëindigingsovereenkomst is gesloten of dat huurders niet meewerken aan dringende werkzaamheden.