Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5314
2026-07-29
Civiel recht
12137671 \ AC EXPL 26-609
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verhuurder wil open verbrandingstoestellen vervangen voor gesloten systeem. Huurder moet meewerken aan deze renovatie in de zin van artikel 7:220 BW.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10790 Rechtbank Amsterdam 23-12-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:2980 Rechtbank Amsterdam 08-05-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.580 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12137671 \ AC EXPL 26-609
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: mr. T.A. Nieuwenhuijsen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7- de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 18 maart 2026- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van wat er tijdens de mondelinge behandeling van 1 juli 2026 met partijen is besproken.
1.2
Daarna volgt dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1
[gedaagde] huurt sinds 24 december 1991 een woning aan de [adres] in [plaats] van (een voorganger van) De Alliantie. De Alliantie wil in de huurwoning van [gedaagde] een gaskachel en gevelkachel vervangen door een hr-combiketel met toebehoren en met een of meer radiatoren. De Alliantie heeft hiervoor een renovatievoorstel gedaan aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft laten weten dat hij het niet ziet zitten dat De Alliantie deze werkzaamheden komt uitvoeren in zijn huurwoning. Omdat [gedaagde] geen medewerking wil verlenen aan de werkzaamheden is De Alliantie deze procedure gestart. De Alliantie vordert primair een verklaring voor recht dat zij een redelijk voorstel voor renovatie heeft gedaan en subsidiair dat het plaatsen van een hr-combiketel met toebehoren dringende werkzaamheden zijn. De Alliantie vordert ook om [gedaagde] te veroordelen tot medewerking aan de uitvoering van de werkzaamheden in de huurwoning. Als [gedaagde] niet mee wil werken, vordert De Alliantie een machtiging om de werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te mogen (laten) voeren en tijdelijke ontruiming van het gehuurde zodat zij de werkzaamheden kan laten uitvoeren. De kantonrechter oordeelt dat het renovatievoorstel redelijk is en dat [gedaagde] zijn medewerking moet verlenen aan de renovatiewerkzaamheden. Als [gedaagde] dat niet doet, moet hij de huurwoning tijdelijk verlaten zodat De Alliantie de werkzaamheden kan uitvoeren.
3De beoordeling
Het renovatievoorstel van De Alliantie is redelijk en [gedaagde] moet hieraan medewerking verlenen
3.1
Zoals uit meerdere uitspraken volgt, is het vervangen van open verbrandingstoestellen aan te merken als renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW. Het verwijderen van een gaskachel en gevelkachel om vervolgens een hr-combiketel met een of meer radiatoren aan te brengen houdt meer in dan alleen het aanbrengen van een nieuwe voorziening. Het gaat om een aanpassing waarbij bestaande verwarmings- en warmwatervoorzieningen worden vervangen door een nieuwe installatie. Bovendien zorgen de werkzaamheden voor een ingrijpende verandering aan de huurwoning. Ook daarom kan er worden gesproken van een renovatie zoals bedoelt in de wet.
3.2
In de wet staat dat een huurder in principe moet meewerken aan een voorstel tot renovatie van de verhuurder. Het voorstel van de verhuurder (hier: De Alliantie) moet dan wel redelijk zijn. Of het voorstel van de verhuurder redelijk is, hangt af van de belangen van de huurder en de verhuurder. Bij het afwegen van de belangen van de huurder en verhuurder spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Hierbij kan je denken aan: de aard van de renovatiewerkzaamheden, de noodzaak van medewerking aan de werkzaamheden door de huurder, de duur en de ingrijpendheid van de werkzaamheden en de prijs die de huurder mogelijk na de werkzaamheden moet gaan betalen.
3.3
De Alliantie heeft aangevoerd welke belangen zij heeft bij het uitvoeren van de renovatie. De Alliantie heeft aangevoerd dat zij sinds een aantal jaar bezig is met het planmatig vervangen van alle zogenaamde open verbrandingstoestellen in haar huurwoningen voor gesloten systemen. De Alliantie heeft erop gewezen dat de overheid verhuurders ook stimuleert om dit te doen. Ook heeft De Alliantie aangevoerd dat zij als verhuurder verplicht is om ervoor te zorgen dat haar woningen goed onderhouden worden en voldoen aan de eisen van de tijd zodat de veiligheid is gewaarborgd. Open verbrandingstoestellen brengen, omdat zij “open” zijn, hogere risico’s met zich dan hr-ketels. Deze risico’s gelden niet alleen voor de huurder zelf maar ook voor omwonenden. Daarnaast heeft De Alliantie aangevoerd dat zij het in stand houden van open verbrandingstoestellen niet aanvaardbaar vindt omdat het voor haar niet mogelijk is om te controleren of huurders deze toestellen daadwerkelijk laten onderhouden en controleren. Bovendien wenst De Alliantie vanwege (toekomstige) verhuurbaarheid van haar huurwoningen open verbrandingstoestellen te vervangen door gesloten systemen. Ook wil De Alliantie niet aansprakelijk gesteld kunnen worden als een gevaar dat verbonden is aan dergelijke verouderde systemen, zich verwezenlijkt.
3.4
[gedaagde] heeft niet weersproken dat bij open verbrandingstoestellen een risico bestaat dat koolmonoxide en andere schadelijke gassen kunnen vrijkomen en dat de veiligheid van bewoners en omwonenden daarbij op het spel kan staan. De vervanging van een open verbrandingstoestel dient dus een veiligheidsbelang voor de huurder, verhuurder én omwonenden. Gelet hierop is de vervanging van de installaties in de huurwoning van [gedaagde] een wenselijke verbetering. De Alliantie heeft er belang bij dat zij haar huurwoningen (collectief) kan aanpassen naar de eisen van comfort en veiligheid die in deze tijd worden gesteld aan woningen, ook met het oog op toekomstige verhuur. Dit belang moet worden afgewogen tegen het belang van [gedaagde] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij geen behoefte heeft aan radiatoren en hij helemaal van het gas af wil. Ook heeft [gedaagde] aangevoerd dat de werkzaamheden overlast veroorzaken voor hem en er al veel speelt in zijn leven. [gedaagde] vindt de overlast die hij zal ervaren niet in verhouding staan tot de periode die hij verwacht te leven.
3.5
Uit de toelichting van [gedaagde] op de zitting begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] geen radiatoren wil, maar alleen een elektrische boiler. Daarmee heeft de huurwoning van [gedaagde] echter geen warmtevoorziening. Dat acht de kantonrechter onwenselijk. Dit argument van [gedaagde] is dus geen reden om niet mee te werken aan de voorgestelde renovatiewerkzaamheden van De Alliantie. De kantonrechter begrijpt verder dat [gedaagde] op leeftijd is en mogelijk overlast zal ondervinden van de renovatie. Maar dat is onvoldoende reden om medewerking aan de voorgestelde renovatiewerkzaamheden van De Alliantie te weigeren. Dat de periode van de renovatiewerkzaamheden niet in verhouding staat tot de periode die [gedaagde] verwacht in de huurwoning te verblijven, heeft [gedaagde] verder niet toegelicht. Ook dat argument van [gedaagde] geeft dus geen reden om de renovatiewerkzaamheden van De Alliantie te weigeren.
3.6
Gelet op het voorgaande wegen de belangen van De Alliantie dus zwaarder dan de belangen van [gedaagde] . De conclusie is dan ook dat het renovatievoorstel redelijk is. Daarbij weegt de kantonrechter ook mee dat De Alliantie heeft toegezegd dat zij geen huurprijsverhoging in rekening zal brengen bij [gedaagde] voor de renovatiewerkzaamheden. De primair gevorderde verklaring voor recht wordt dus toegewezen.
3.7
[gedaagde] zal eraan moeten meewerken dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, onder andere door toegang tot de woning te verschaffen. Voor het geval [gedaagde] niet vrijwillig meewerkt aan deze veroordeling, zal De Alliantie worden gemachtigd om de werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te laten voeren en wordt de gevorderde tijdelijke ontruiming toegewezen.
Proceskosten
3.8
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:
- griffierecht
€
153,02
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
695,52
3.9
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10
De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals De Alliantie heeft gevraagd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
verklaart voor recht dat het voorstel van De Alliantie met betrekking tot de huurwoning aan de [adres] in [plaats] , zoals opgenomen in haar brief van 12 juni 2025 met bijlagen, een redelijk voorstel is in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW en [gedaagde] daaraan gebonden is,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om na de derde dag van betekening van dit vonnis de uitvoering van de werkzaamheden die redelijkerwijze noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan het afkoppelen, vervangen en verwijderen van de aanwezige open verbrandingstoestellen, en de aanleg van een hr-ketel met toebehoren en de aanleg van een rookgasafvoerkanaal te gedogen. Hier hoort ook bij dat [gedaagde] een daaraan voorafgaande opname/inspectie van de woning gedoogt, en daaraan – ter uitsluitende beoordeling van De Alliantie – alle noodzakelijke medewerking verleent, waaronder het toelaten in de woning van de door De Alliantie met de uitvoering van die werkzaamheden belaste personen, voor de uitvoering van die werkzaamheden,
4.3
machtigt De Alliantie om de hiervoor onder 4.2. genoemde werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te laten voeren en veroordeelt [gedaagde] , indien hij weigert om de uitvoering te gedogen, om de woning binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, tijdelijk, dat wil zeggen gedurende de periode dat De Alliantie de werkzaamheden wil laten uitvoeren, te ontruimen zoals bedoeld in artikel 558 Rv, voor zover dat nodig is om de werkzaamheden volledig uit te laten voeren en zo vaak als dit redelijkerwijs noodzakelijk is,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 695,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. A.R. Scharrenborg op 29 juli 2026.
Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 23 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10790, Rechtbank Amsterdam 8 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2980 en Hof Amsterdam 21 maart 2017, ECLI:NLGHAMS:2017:978.
Zie de ‘Handreiking vervanging open-verbrandingstoestellen voor corporaties en andere professionele verhuurders’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Alliantie heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij verwacht dat de werkzaamheden ongeveer 3 tot 5 dagen zullen duren.
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12137671 \ AC EXPL 26-609
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: mr. T.A. Nieuwenhuijsen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7- de mondelinge reactie van [gedaagde] op de rolzitting van 18 maart 2026- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van wat er tijdens de mondelinge behandeling van 1 juli 2026 met partijen is besproken.
1.2
Daarna volgt dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1
[gedaagde] huurt sinds 24 december 1991 een woning aan de [adres] in [plaats] van (een voorganger van) De Alliantie. De Alliantie wil in de huurwoning van [gedaagde] een gaskachel en gevelkachel vervangen door een hr-combiketel met toebehoren en met een of meer radiatoren. De Alliantie heeft hiervoor een renovatievoorstel gedaan aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft laten weten dat hij het niet ziet zitten dat De Alliantie deze werkzaamheden komt uitvoeren in zijn huurwoning. Omdat [gedaagde] geen medewerking wil verlenen aan de werkzaamheden is De Alliantie deze procedure gestart. De Alliantie vordert primair een verklaring voor recht dat zij een redelijk voorstel voor renovatie heeft gedaan en subsidiair dat het plaatsen van een hr-combiketel met toebehoren dringende werkzaamheden zijn. De Alliantie vordert ook om [gedaagde] te veroordelen tot medewerking aan de uitvoering van de werkzaamheden in de huurwoning. Als [gedaagde] niet mee wil werken, vordert De Alliantie een machtiging om de werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te mogen (laten) voeren en tijdelijke ontruiming van het gehuurde zodat zij de werkzaamheden kan laten uitvoeren. De kantonrechter oordeelt dat het renovatievoorstel redelijk is en dat [gedaagde] zijn medewerking moet verlenen aan de renovatiewerkzaamheden. Als [gedaagde] dat niet doet, moet hij de huurwoning tijdelijk verlaten zodat De Alliantie de werkzaamheden kan uitvoeren.
3De beoordeling
Het renovatievoorstel van De Alliantie is redelijk en [gedaagde] moet hieraan medewerking verlenen
3.1
Zoals uit meerdere uitspraken volgt, is het vervangen van open verbrandingstoestellen aan te merken als renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW. Het verwijderen van een gaskachel en gevelkachel om vervolgens een hr-combiketel met een of meer radiatoren aan te brengen houdt meer in dan alleen het aanbrengen van een nieuwe voorziening. Het gaat om een aanpassing waarbij bestaande verwarmings- en warmwatervoorzieningen worden vervangen door een nieuwe installatie. Bovendien zorgen de werkzaamheden voor een ingrijpende verandering aan de huurwoning. Ook daarom kan er worden gesproken van een renovatie zoals bedoelt in de wet.
3.2
In de wet staat dat een huurder in principe moet meewerken aan een voorstel tot renovatie van de verhuurder. Het voorstel van de verhuurder (hier: De Alliantie) moet dan wel redelijk zijn. Of het voorstel van de verhuurder redelijk is, hangt af van de belangen van de huurder en de verhuurder. Bij het afwegen van de belangen van de huurder en verhuurder spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Hierbij kan je denken aan: de aard van de renovatiewerkzaamheden, de noodzaak van medewerking aan de werkzaamheden door de huurder, de duur en de ingrijpendheid van de werkzaamheden en de prijs die de huurder mogelijk na de werkzaamheden moet gaan betalen.
3.3
De Alliantie heeft aangevoerd welke belangen zij heeft bij het uitvoeren van de renovatie. De Alliantie heeft aangevoerd dat zij sinds een aantal jaar bezig is met het planmatig vervangen van alle zogenaamde open verbrandingstoestellen in haar huurwoningen voor gesloten systemen. De Alliantie heeft erop gewezen dat de overheid verhuurders ook stimuleert om dit te doen. Ook heeft De Alliantie aangevoerd dat zij als verhuurder verplicht is om ervoor te zorgen dat haar woningen goed onderhouden worden en voldoen aan de eisen van de tijd zodat de veiligheid is gewaarborgd. Open verbrandingstoestellen brengen, omdat zij “open” zijn, hogere risico’s met zich dan hr-ketels. Deze risico’s gelden niet alleen voor de huurder zelf maar ook voor omwonenden. Daarnaast heeft De Alliantie aangevoerd dat zij het in stand houden van open verbrandingstoestellen niet aanvaardbaar vindt omdat het voor haar niet mogelijk is om te controleren of huurders deze toestellen daadwerkelijk laten onderhouden en controleren. Bovendien wenst De Alliantie vanwege (toekomstige) verhuurbaarheid van haar huurwoningen open verbrandingstoestellen te vervangen door gesloten systemen. Ook wil De Alliantie niet aansprakelijk gesteld kunnen worden als een gevaar dat verbonden is aan dergelijke verouderde systemen, zich verwezenlijkt.
3.4
[gedaagde] heeft niet weersproken dat bij open verbrandingstoestellen een risico bestaat dat koolmonoxide en andere schadelijke gassen kunnen vrijkomen en dat de veiligheid van bewoners en omwonenden daarbij op het spel kan staan. De vervanging van een open verbrandingstoestel dient dus een veiligheidsbelang voor de huurder, verhuurder én omwonenden. Gelet hierop is de vervanging van de installaties in de huurwoning van [gedaagde] een wenselijke verbetering. De Alliantie heeft er belang bij dat zij haar huurwoningen (collectief) kan aanpassen naar de eisen van comfort en veiligheid die in deze tijd worden gesteld aan woningen, ook met het oog op toekomstige verhuur. Dit belang moet worden afgewogen tegen het belang van [gedaagde] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij geen behoefte heeft aan radiatoren en hij helemaal van het gas af wil. Ook heeft [gedaagde] aangevoerd dat de werkzaamheden overlast veroorzaken voor hem en er al veel speelt in zijn leven. [gedaagde] vindt de overlast die hij zal ervaren niet in verhouding staan tot de periode die hij verwacht te leven.
3.5
Uit de toelichting van [gedaagde] op de zitting begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] geen radiatoren wil, maar alleen een elektrische boiler. Daarmee heeft de huurwoning van [gedaagde] echter geen warmtevoorziening. Dat acht de kantonrechter onwenselijk. Dit argument van [gedaagde] is dus geen reden om niet mee te werken aan de voorgestelde renovatiewerkzaamheden van De Alliantie. De kantonrechter begrijpt verder dat [gedaagde] op leeftijd is en mogelijk overlast zal ondervinden van de renovatie. Maar dat is onvoldoende reden om medewerking aan de voorgestelde renovatiewerkzaamheden van De Alliantie te weigeren. Dat de periode van de renovatiewerkzaamheden niet in verhouding staat tot de periode die [gedaagde] verwacht in de huurwoning te verblijven, heeft [gedaagde] verder niet toegelicht. Ook dat argument van [gedaagde] geeft dus geen reden om de renovatiewerkzaamheden van De Alliantie te weigeren.
3.6
Gelet op het voorgaande wegen de belangen van De Alliantie dus zwaarder dan de belangen van [gedaagde] . De conclusie is dan ook dat het renovatievoorstel redelijk is. Daarbij weegt de kantonrechter ook mee dat De Alliantie heeft toegezegd dat zij geen huurprijsverhoging in rekening zal brengen bij [gedaagde] voor de renovatiewerkzaamheden. De primair gevorderde verklaring voor recht wordt dus toegewezen.
3.7
[gedaagde] zal eraan moeten meewerken dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, onder andere door toegang tot de woning te verschaffen. Voor het geval [gedaagde] niet vrijwillig meewerkt aan deze veroordeling, zal De Alliantie worden gemachtigd om de werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te laten voeren en wordt de gevorderde tijdelijke ontruiming toegewezen.
Proceskosten
3.8
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:
- griffierecht
€
153,02
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
695,52
3.9
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10
De kantonrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals De Alliantie heeft gevraagd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
verklaart voor recht dat het voorstel van De Alliantie met betrekking tot de huurwoning aan de [adres] in [plaats] , zoals opgenomen in haar brief van 12 juni 2025 met bijlagen, een redelijk voorstel is in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW en [gedaagde] daaraan gebonden is,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om na de derde dag van betekening van dit vonnis de uitvoering van de werkzaamheden die redelijkerwijze noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan het afkoppelen, vervangen en verwijderen van de aanwezige open verbrandingstoestellen, en de aanleg van een hr-ketel met toebehoren en de aanleg van een rookgasafvoerkanaal te gedogen. Hier hoort ook bij dat [gedaagde] een daaraan voorafgaande opname/inspectie van de woning gedoogt, en daaraan – ter uitsluitende beoordeling van De Alliantie – alle noodzakelijke medewerking verleent, waaronder het toelaten in de woning van de door De Alliantie met de uitvoering van die werkzaamheden belaste personen, voor de uitvoering van die werkzaamheden,
4.3
machtigt De Alliantie om de hiervoor onder 4.2. genoemde werkzaamheden tegen de wil van [gedaagde] uit te laten voeren en veroordeelt [gedaagde] , indien hij weigert om de uitvoering te gedogen, om de woning binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, tijdelijk, dat wil zeggen gedurende de periode dat De Alliantie de werkzaamheden wil laten uitvoeren, te ontruimen zoals bedoeld in artikel 558 Rv, voor zover dat nodig is om de werkzaamheden volledig uit te laten voeren en zo vaak als dit redelijkerwijs noodzakelijk is,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 695,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. A.R. Scharrenborg op 29 juli 2026.
Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 23 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10790, Rechtbank Amsterdam 8 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2980 en Hof Amsterdam 21 maart 2017, ECLI:NLGHAMS:2017:978.
Zie de ‘Handreiking vervanging open-verbrandingstoestellen voor corporaties en andere professionele verhuurders’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Alliantie heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij verwacht dat de werkzaamheden ongeveer 3 tot 5 dagen zullen duren.