Bewoners bewoonden hun woningen eerst op basis van een tijdelijke huurovereenkomst op grond van de Leegstandwet. De daarop volgende contractuele relatie tussen dezelfde bewoners en een Anti-Kraak bureau op grond waarvan de bewoners dezelfde woning konden blijven bewonen is in di
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:201 BW
Genoemd in 450 uitspraken · Officiële wettekst
450 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort Geding: Vordering tot ontruiming bovenwoning afgewezen. Geen bruikleen maar huur. Gedaagde komt beroep toe op huurbescherming ex artikel 7:269 lid 1 BW.
Vordering tot ontruiming winkelpand toegewezen. Verweer van gedaagde dat primair sprake is van overname van de huurovereenkomst door indeplaatsstelling, subsidiair dat sprake is van onderhuur en meer subsidiiar dat de gebruiksovereenkomst niet mag worden opgezegd afgewezen.
partijen (bv's van ex-echtgenoten) hebben een afspraak dat loon voor verleende diensten wordt verrekend met gebruikersvergoeding voor een auto. vorderingen over en weer grotendeels afgewezen
Haviltex en kwalificatie, combinatie van bruikleen (art. 7A:1777 BW), huur onzelfstandige woonruimte en huur zelfstandige woonruimte (art. 7:201 en 7:233-234 BW). Beëindiging bruikleen en huur onzelfstandige woonruimte, geen beëindiging huur zelfstandige woonruimte (art. 7:271-27
Leegstandsbeheer voormalig klooster. De voorzieningenrechter is in kort geding voorlopig van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen kwalificeert als een huurovereenkomst. Gedaagde kan echter geen beroep op huurbescherming doen, nu er sprake is van een huurovereenkomst die na
Huur bedrijfsruimte. Geen sprake van rechtsverwerking. Afspraak in strijd met dwingend recht. Nadere aktes nodig.
kwalificatie gebruik voormalige echtelijke woning na afwikkeling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap
Geschil huurders volkstuincomplex. Vraag of beide eisers een huurovereenkomst met de stichting hebben, bevestigend beantwoord. De stichting heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens misdragingen door eisers. Daarvan is onvoldoende gebleken. De stichting vond dat aanvankelijk ook
Gedaagden bewonen een in ontwikkelingsgebied gelegen (voormalig) kantoorpand dat eigendom is van partij A. Partijen verschillen van mening over de aard van de overeenkomsten die gedaagden met de (voormalige) beheerder van partij A hebben gesloten met betrekking tot het gebruik va
huur of gebruiksrecht strook grond naast standplaats woonwagen; bewijswaardering. Rechtsverwerking?
huur of gebruiksrecht strook grond naast standplaats woonwagen; bewijswaardering. Rechtsverwerking?
Kwalificatie van overeenkomst; huur of bruikleen; rechtsgeldige opzegging; redelijke termijn.
Geschil tussen ex-partners. Vraag of een exploitatieovereenkomst tussen partijen als een huurovereenkomst moet worden aangemerkt en of de gedaagde partij onrechtmatig tegenover de eisende partij heeft gehandeld en daarom schadevergoeding verschuldigd is.
Incident, verwijzing naar de kantonrechter, artikel 93 aanhef en onder c Rv, aardvordering, huurovereenkomst.
Partij A huurt een bedrijfsruimte van partij B. Partij A heeft in conventie vorderingen ingesteld tegen partij B tot plaatsing van een deurbel, bordjes op de parkeerplaatsen, een brievenbus, signing aan de buitenkant van het pand en een afgesloten afscheiding tussen de kantoorrui
Appartementsrecht. Uitleg splitsingsakte. Objectieve uitlegmaatstaf terughoudend toepassen? Bestemming ‘particulier woongebruik’. Valt via Airbnb tegen betaling in gebruik geven van kamer aan toeristen onder particulier woongebruik?
Eiser woont in het bijgebouw van de woning van gedaagde. De gas-, water-, elektriciteits-, ethernet- en wifi-aansluitingen zijn verbroken. Eiser stelt dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten en vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om de nutsvoorzieningen weer aan te s
Onrechtmatige daad (maatschappelijke betamelijkheid; schending waarschuwingsplicht) en wanprestatie (tekortkoming in de nakoming huurovereenkomst). Deels direct begrote schade, deels verwijzing naar schadestaat Verwerping van 6:101 BW-verweer.
Eiser en gedaagde hadden een affectieve relatie met elkaar. Eiser is eigenaar van het perceel adres 1 en adres 2. Eiser en gedaagde hebben samengewoond in de woning aan de adres 2. Gedaagde gebruikt het pand aan adres 1 voor zijn autohandel. Daarnaast is eiser eigenaar van een wo
Ontruiming in kort geding. Hoofdhuurder heeft nooit in het gehuurde gewoond, zodat geen belang is bij de vordering tot ontruiming. Overige gedaagden stellen een huurovereenkomst met de hoofdhuurder te hebben. Onvoldoende onderbouwd dat zij er zonder recht en titel zitten. Vorderi
Kwalificatie van mondelinge overeenkomst op grond waarvan gedaagde aan eiseres gedurende het wedstrijdseizoen, de keuken in de kantine van gedaagde in gebruik heeft gegeven tegen betaling van een vergoeding van aanvankelijk € 150,- en later € 175,- per zaterdag dat eiseres de keu
Langslepende huurzaak. Na bewijslevering wordt geoordeeld dat de onderhuurder ervan mocht uitgaan dat zij de hele bedrijfsruimte huurde. Tussen(ver)huurster wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur ten opzichte van eerste tussen(ver)huurster en andere tussen(ver)
Niet is vast komen te staan dat buitenruimte en overkapping onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst. Schutting verplaatst door verhuurder, levert geen verlies van huurgenot op.
Vorderingen in kortgeding tot inzage in stukken van het COA, naar aanleiding van geschil over de gehanteerde prijzen voor de opvang van asielzoekers in hotels. Vorderingen afgewezen vanwege ontbreken van spoedeisend belang en voldoende belang in de zin van artikel 194 Rv.