Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2025:6172

2025-10-21 Civiel recht 11907782 \ CV EXPL 25-1788
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2025-10-21
Publicatiedatum
2025-10-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11907782 \ CV EXPL 25-1788
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eiser woont in het bijgebouw van de woning van gedaagde. De gas-, water-, elektriciteits-, ethernet- en wifi-aansluitingen zijn verbroken. Eiser stelt dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten en vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om de nutsvoorzieningen weer aan te sluiten en hem rustig woongenot te verschaffen. Gedaagde voert verweer. Hij betwist dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten. Naar het (voorlopig) oordeel van de kantonrechter heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een huurovereenkomst. De vorderingen worden daarom afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.228 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: 11907782 \ CV EXPL 25-1788




Vonnis in kort geding van 21 oktober 2025




in de zaak van





[eiser]
,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. G.J. Hollema,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.






1Samenvatting


1.1.

[eiser] woont in het bijgebouw van de woning van [gedaagde]. De gas-, water-, elektriciteits-, ethernet- en wifi-aansluitingen zijn verbroken. [eiser] stelt dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten en vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de nutsvoorzieningen weer aan te sluiten en hem rustig woongenot te verschaffen. [gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten.



1.2.
Naar het (voorlopig) oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een huurovereenkomst. De vorderingen worden daarom afgewezen.





2De procedure


2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;- de conclusie van antwoord;- de mondelinge behandeling van 14 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;- de pleitaantekeningen van [eiser].






3De feiten


3.1.

[eiser] is bevriend met de oom van [gedaagde]. [eiser] is gescheiden en was op zoek naar een woonruimte. Via de oom van [gedaagde] zijn partijen met elkaar in contact gekomen.



3.2.

[gedaagde] woont aan de [adres]. Sinds 1 mei 2025 woont [eiser] in het bijgebouw van de woning.



3.3.
Op 21 september 2025 is de ethernetaansluiting van het bijgebouw verbroken. Op 1 oktober 2025 zijn de gas-, water- en elektriciteitsaansluitingen van het bijgebouw verbroken. Op 3 oktober 2025 is de wifi-aansluiting van het bijgebouw verbroken.





4Het geschil


4.1.

[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] om de nutsvoorzieningen weer aan te sluiten en aangesloten te houden en om hem rustig woongenot te verschaffen, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met rente.



4.2.

[eiser] stelt dat [gedaagde] de aansluitingen van de nutsvoorzieningen heeft verbroken en zich pesterig en intimiderend tegenover hem heeft gedragen, omdat hij de woonruimte niet wil verlaten. Volgens [eiser] hebben partijen echter een huurovereenkomst gesloten en moet [gedaagde] hem daarom ongestoord huurgenot inclusief nutsvoorzieningen verschaffen.



4.3.

[gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten.



4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





5De beoordeling



Kortgedingprocedure




5.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.



Huurovereenkomst





5.2.
Op grond van de wet (artikel 7:201 lid 1 BW) is er sprake van een huurovereenkomst als de verhuurder een zaak of gedeelte daarvan in gebruik geeft aan een huurder in ruil voor een tegenprestatie, zoals het betalen van een geldbedrag.



5.3.

[eiser] stelt dat hij het bijgebouw van [gedaagde] huurt en dat hij daarvoor huur betaalt. Hij stelt dat hij voor de maanden mei en juni 2025 twee keer € 325,00 aan huur heeft betaald, voor de maanden juli en augustus 2025 twee keer € 425,00 en voor de maand september € 450,00. Volgens [eiser] heeft hij deze bedragen contant aan [gedaagde] betaald. Daarnaast stelt hij dat hij voor de maand oktober 2025 € 450,00 op een door hem geopende depotrekening heeft betaald, omdat [gedaagde] de huur niet meer wilde aannemen.



5.4.

[gedaagde] betwist dat [eiser] huur heeft betaald. Hij erkent weliswaar dat [eiser] hem twee keer een vergoeding heeft gegeven, maar voert aan dat dit lagere bedragen zijn geweest dan [eiser] stelt en dat deze bedragen alleen bestemd waren als vergoeding voor het gebruik van gas, water, licht en internet.



5.5.

[eiser] heeft verder niet onderbouwd dat hij de door hem gestelde bedragen aan [gedaagde] heeft betaald voor het gebruik van de woonruimte. Naar het (voorlopig) oordeel van de kantonrechter heeft hij dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij huur heeft betaald en dat er dus sprake is van een huurovereenkomst.



5.6.

[eiser] heeft weliswaar aangeboden bewijs van zijn stelling te leveren, maar voor bewijslevering is in een kortgedingprocedure in beginsel geen plaats, en er is niet voldoende gesteld of gebleken dat er in deze zaak redenen zijn om van dat uitgangspunt af te wijken. Aan het bewijsaanbod wordt dan ook voorbij gegaan.



5.7.
Aangezien niet vast is komen te staan dat er sprake is van een huurovereenkomst, kan niet worden geoordeeld dat [gedaagde] verplicht is om de nutsvoorzieningen aan te sluiten en [eiser] rustig woongenot te verschaffen. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.



Proceskosten





5.8.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten.





6De beslissing


De kantonrechter



6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,



6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Louter en in het openbaar uitgesproken door
mr. U. van Houten op 21 oktober 2025.