Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:323 BW
Genoemd in 52 uitspraken · Officiële wettekst
52 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
kort geding. verklaring van waardeloosheid hypotheek ex art 3:29 BW verleend. Geen verstek tegen niet meer bestaande gedaagde vennootschap, maar niet-ontvankelijkheid. Uitleg art 54 lid 3 Rv.
Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Afwikkeling nalatenschap. 6:43 BW en 6:44 BW imputatie, verjaring 3:308 BW en 3:323 BW
Handelszaak. Is handhaven van executoriaal loonbeslag door de bank onrechtmatig omdat de vordering waarvoor dit beslag is gelegd is verjaard? Geoordeeld wordt van niet. De vordering waarvoor het executoriale loonbeslag is gelegd, is door dit executoriale loonbeslag maandelijks ge
Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders. Verjaring geldlening in familieverband. Wel af te leggen rekening en verantwoording.
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW.
3:194 lid 2 BW, 3:321 lid 1 f BW. Opzettelijk verzwijgen vordering nalatenschap op deelgenoot door die deelgenoot, verlenging verjaringstermijn. Eindarrest: ECLI:NL:GHARL:2023:10539
--
Tussenvonnis. Eiser vordert waardeloosverklaring van een hypotheekrecht o.g.v. artikel 3:29 BW. Geoordeeld wordt dat de BV niet is opgehouden te bestaan en dat de vordering is verjaard. Eiser kan daarom aanspraak maken op doorhaling van de hypotheek. De (vereffenaar van de) BV is
De rechtbank beveelt de gedaagden om gezamenlijk één bankrekening aan te wijzen waarop de eiser een bedrag dient te betalen en beveelt de gedaagden om ieder voor zich een opgave te doen van het bankrekeningnummer. Verder worden de gedaagden gebiedt om iedere vorm van executie of
Overheidsprivaatrecht. Invordering belastingen. Gevolg verjaring voor zekerheid die met het oog op uitkomst van procedure is gesteld door storting van bedrag onder ontvanger. Staat verjaring aan verhaal door ontvanger op zekerheid in de weg? Voorwaardelijke verbintenissen; gevolg
Executieveiling woning kan doorgaan. Op grond van het afstemmingsbeginsel dient in dit kort geding te worden aangesloten bij een vonnis in een bodemzaak van de rechtbank Amsterdam, waarin is geoordeeld dat de banken een hypotheekrecht op de woning hebben. Het hypotheekrecht is ni
Ten onrechte verrekening door Ontvanger belasting? Aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslag loonbelasting / premies volksverzekering. Betaling onder opschortende voorwaarde dat aansprakelijkstelling in rechte komt vast te staan. Zekerheidsstelling. Verjaring naheffingsaanslag
Inhoudsindicatie pandrecht op liquidatiesaldo?
Borgtocht. Verjaring – artikel 3:323 lid 3 BW. Vordering van bank uit hoofde van borgtocht gedekt door hypotheek? Toepassing van objectieve uitlegmaatstaf.
Kort geding. Waardeloosverklaring van een hypotheekrecht ex artikel 3:29 BW. Toewijzing. Verstek verleend tegen gedaagden sub 2. De partij die in beginsel tot afgifte van die verklaring verplicht is, is overleden. Wie een overleden persoon (of een ontbonden rechtspersoon) dagvaar
Kort geding. Verstek. Ingeschreven hypotheekrecht, maar de oorspronkelijke hypotheekhouder is niet traceerbaar. Voldoende aannemelijk dat hypotheekrecht teniet is gegaan. Afbetaald, dan wel is de vordering verjaard op grond van artikel 3:323 BW. Inschrijving hypotheekrecht is waa
Geldvordering. Cessie door erven. Geen verjaring in verband met artikel 3:323 lid 3 BW (termijn van 20 jaar vanwege hypotheekrecht). Geen strijd met fiduciaverbod. Beroep op artikel 1:88 en 1:89 BW niet gedaan door echtgenote.
Discussie over diverse financieringsverhoudingen, de vraag of er nog vorderingen resteren en welke zekerheden daarvoor mogen worden uitgewonnen.
Executiegeschil. Geen verjaring vordering restschuld hypotheek.
De met hypotheek versterkte vordering is niet verjaard (artikel 3:319 BW). Mogelijke aanspraak op bank wegens schending van de zorgplicht is vervallen met de vaststellingsovereenkomst die is gesloten naar aanleiding van het geschil.
Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de restschuld als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW? Is art.