Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:10300

2026-07-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/15/379016 / KG ZA 26-323
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-07-24
Publicatiedatum
2026-08-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/15/379016 / KG ZA 26-323
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstek. Ingeschreven hypotheekrecht, maar de oorspronkelijke hypotheekhouder is niet traceerbaar. Voldoende aannemelijk dat hypotheekrecht teniet is gegaan. Afbetaald, dan wel is de vordering verjaard op grond van artikel 3:323 BW. Inschrijving hypotheekrecht is waardeloos. Art. 3:274 lid 1 BW; veroordeling tot afgifte verklaring verval hypotheekrecht bij authentieke akte. Indeplaatststelling, art. 3:300 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.590 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland


Civiel recht



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: C/15/379016 / KG ZA 26-323




Vonnis in kort geding van 24 juli 2026




in de zaak van





1
[eiser 1],

te [plaats 1],2. [eiser 2],
te [plaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. J.P. Leeflang,



tegen





[gedaagde]
,
onbekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.





De zaak in het kort


[eisers] hebben twee panden in gezamenlijk eigendom, en hebben deze recent verkocht, maar nog niet geleverd. Gebleken is dat voor beide panden nog een hypotheekrecht is ingeschreven als zekerheid voor de nakoming van een lening. Deze lening is in 1959 door een van de rechtsvoorgangers van [eisers] aangegaan en is op enig moment afgelost, dan wel is de vordering tot terugbetaling van de lening verjaard. De oorspronkelijke hypotheekhouder, [gedaagde] (of haar rechtsopvolgers) zijn niet traceerbaar. [eisers] willen de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos laten verklaren, zodat zij de panden vrij van hypotheekrecht kunnen leveren aan de kopers.



De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde] en wijst de vordering toe, omdat voldoende aannemelijk is dat de geldlening al is terugbetaald en voor zover dat niet het geval zou zijn, de vordering al is verjaard. De voorzieningenrechter stelt als voorwaarde dat het vonnis openbaar betekend wordt, zodat het voor [gedaagde] (dan wel haar erfgenamen) mogelijk is om kennis te nemen van deze veroordeling.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding met producties 1 t/m 12


de akte overleggen aanvullende productie met productie 13 van [eisers]


de mondelinge behandeling van 21 juli 2026


het tegen [gedaagde] verleende verstek





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[eisers] zijn gezamenlijk beschikkingsbevoegd met betrekking tot de panden gelegen aan de adressen [adres 1] [adres 2] (voorheen ‘zwart’ en ‘rood’) en [adres 3] in [plaats 2] (hierna: de panden). [eisers] hebben de panden verkocht aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Roka B.V. De geplande leveringsdatum was 1 juli 2026.



2.2.
Bij de voorbereiding van de levering van de panden ontdekte de notaris dat op 16 november 1959 een hypotheekrecht is gevestigd op beide panden ten behoeve van [gedaagde]. Het hypotheekrecht is gevestigd als zekerheid voor een lening van fl. 12.000,- die de grootvader van [eisers] op 16 november 1959 van [gedaagde] heeft verkregen. In het borderel van inschrijving van 17 november 1959 staan de voorwaarden van de lening en de vestiging van het hypotheekrecht. Het totale bedrag inclusief rente bedroeg fl. 15.750,- en moest terugbetaald worden in 63 maandelijkse termijnen, waarvan de laatste termijn opeisbaar werd op 1 maart 1965.



2.3.

Op het borderel van inschrijving staat de volgende (kennelijk later aangebrachte) handgeschreven aantekening:
‘betreft een hypotheek van opa die wel afbetaald is, maar niet afgemeld! belangrijk bij verkoop panden!’




2.4.
Bij gebreke van een geboortedatum van [gedaagde] is het zowel de notaris als de deurwaarder niet gelukt te achterhalen of [gedaagde] nog leeft, dan wel wie zij als erfgenamen heeft benoemd. [eisers] hebben een aangetekende brief verstuurd naar het toenmalige adres van [gedaagde], maar deze brief is retour gekomen. Via Google hebben [eisers] achterhaald dat op het toenmalige adres van [gedaagde] een onderneming staat ingeschreven, maar deze onderneming heeft per e-mail laten weten ook niet bekend te zijn met [gedaagde] of haar erfgenamen.



2.5.
Omdat [eisers] niet eenzijdig tot doorhaling van het hypotheekrecht kunnen overgaan zijn zij deze procedure gestart.





3Het geschil

3.1.


[eisers] vorderen:

primair

I. [gedaagde] te veroordelen om binnen één week, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn, na betekening van dit vonnis bij authentieke akte een verklaring af te geven dat het Hypotheekrecht op de Panden d.d. 17 november 1959 is vervallen, en te bepalen dat bij gebreke van tijdige afgifte hiervan het vonnis dezelfde kracht heeft als de bij authentieke akte door [gedaagde] af te geven verklaring dat het Hypotheekrecht op de Panden d.d. 17 november 1959 is vervallen;

subsidiair

II. te verklaren dat de inschrijving van het Hypotheekrecht ten behoeve van [gedaagde] op de Panden waardeloos is;
e.e.a. binnen in goede justitie te bepalen termijnen.






4De beoordeling
Spoedeisend belang


4.1.

[eisers] hebben voldoende spoedeisend belang bij hun vordering. De panden zijn verkocht en moeten op korte termijn geleverd worden.



Verstek





4.2.
Beoordeeld moet worden of tegen [gedaagde] verstek verleend kan worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben [eisers] voldoende gedaan om contactinformatie van (de erfgenamen van) [gedaagde] te achterhalen. In het borderel van inschrijving en de huwelijksakte van [gedaagde] is alleen haar naam en toenmalige adres opgenomen, maar geen geboortedatum of andere persoonlijke informatie die als aanknopingspunt kan dienen. De notaris en deurwaarder hebben laten weten dat deze gegevens onvoldoende informatie geven om te kunnen achterhalen of [gedaagde] nog leeft, dan wel wie haar erfgenamen zijn. Nader onderzoek door [eisers] op basis van het toenmalige adres van [gedaagde] heeft ook geen resultaat opgeleverd. [eisers] mochten daarom de dagvaarding openbaar betekenen. Voor het overige hebben [eisers] c.s aan artikel 54 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voldaan zodat tegen [gedaagde] verstek kan worden verleend.



Hypotheekrecht





4.3.
In artikel 3:274 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat wanneer een hypotheek teniet is gegaan, de schuldeiser verplicht is aan de rechthebbende op het bezwaarde goed op diens verzoek en op diens kosten bij authentieke akte een verklaring af te geven dat de hypotheek is vervallen. [eisers] stellen dat de vindplaats van [gedaagde] of, als zij is overleden, van haar erfgenamen, onbekend is en niet kan worden achterhaald, zodat het niet mogelijk is om een schriftelijke verklaring te bemachtigen.



4.4.

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de vordering waarvoor het hypotheekrecht was gevestigd is tenietgegaan. Daartoe is het volgende redengevend. Het betreft een lening die in 1959 is verstrekt. Uit het borderel van inschrijving volgt dat de laatste termijn van de lening uiterlijk op 1 maart 1965 moest worden betaald. Het borderel van inschrijving bevat de aantekening dat het een hypotheek betreft die wel is afbetaald, maar niet is afgemeld. Bovendien is er door [gedaagde], dan wel haar erfgenamen, sindsdien nooit een beroep gedaan op terugbetaling van de geldlening. Zo de geldlening niet zou zijn terugbetaald, moet op grond van art. 3:323 BW worden aangenomen dat de vordering al verjaard is.
Dit leidt tot de conclusie dat het hypotheekrecht teniet is gegaan. De inschrijving is daarom waardeloos. Op praktische gronden zal de vordering in haar primaire gedaante worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal bepalen dat dit vonnis openbaar moet worden betekend, omdat het anders onmogelijk is voor [gedaagde] of haar erfgenamen om kennis te nemen van deze veroordeling.




Proceskostenveroordeling





4.5.

[eisers] hebben geen proceskostenveroordeling gevorderd en de voorzieningenrechter ziet daar ook ambtshalve geen aanleiding voor.





5De beslissing
De voorzieningenrechter


5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen één week na openbare betekening van dit vonnis bij authentieke akte een verklaring af te geven dat het hypotheekrecht op de panden van 17 november 1959 is vervallen,



5.2.
bepaalt dat bij gebreke van een tijdige afgifte van de onder 5.1. genoemde verklaring dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW dezelfde kracht heeft als de bij authentieke akte door [gedaagde] af te geven verklaring dat het hypotheekrecht op de panden van 17 november 1959 is vervallen,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026.




1589