Derdenbeslag, ongenoegzame betwisting tegenover de beslaglegger van de vordering van de derde-beslagene op de beslagdebiteur.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:323 BW
Genoemd in 52 uitspraken · Officiële wettekst
52 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Depotovereenkomst. Wie heeft recht op de in depot gestorte restantopbrengst van een onroerende zaak? Zijn de vordering en hypotheekrechten van de bank die in het verleden financieringen heeft verstrekt door fusie en afsplitsing overgegaan op de partij die nu aanspraak maakt op he
overeenkomst van geldlening, verjaring ex artikel 3:307 lid 2 BW; verval van hypotheekrecht ex artikel 3:323 lid 1 BW
Bijzondere overeenkomst; overige bijzondere overeenkomst
Opzettelijke verzwijging van goed gemeenschap? Art. 3:194 lid 2 BW. Bewijslast m.b.t. aflossing van geldlening. Stelplicht m.b.t. opzet.
Kort geding. Doorhaling hypotheekrecht omdat onderliggende vordering uit geldlening is verjaard? Nee, mogelijk is de verjaring gestuit.
Borgtocht; lengte verjaringstermijn. Eiser vordert van gedaagde betaling op basis van de borgtocht. Volgens gedaagde is die vordering verjaard omdat de verjaringstermijn van art. 3:307 BW is verlopen nadat de vordering opeisbaar is geworden. Volgens bank is verjaringstermijn van
Familierecht. Gemeenschap. Verdeling. Ambtshalve beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep op grond van ontbreken inschrijving rechtsmiddelenregister ex artikel 3:300 lid 2 en 3:301 lid 2 BW.
Erfrecht. Wijze van verdeling gelast. Eindvonnis na meerdere tussenvonnissen.
Tussenvonnis. Erfrecht. Gedwongen schuldtoerekening (3:184 BW jo 4:228 BW) en verjaring. Terugkomen van bindende eindbeslissing.
Vordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst niet verzekerd met hypotheekrecht. Korte verjaringstermijn (artikel 3:307 lid 1 BW) van toepassing. Vordering verjaard.
Vordering tot levering van een weiland aan de koper is verjaard. Koopprijs is betaald. Beroep op verjaring is in dit geval - gelet op alle concrete omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien - naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Restschuld uit hoofde van hypothecaire geldlening na onderhandse verkoop van het onderpand. De vordering van de bank is niet verjaard, de bank heeft geen afstand gedaan van haar vorderingsrecht en de klant mocht niet gerechtvaardigd daarop vertrouwen. Het beroep op rechtsverwerki
borgtocht – verjaring vordering op hoofdschuldenaar – verjaring vordering op borg.
vordering opheffing strafrechterlijk anderbeslag; schijnconstructie lening en hypotheek voorshands bewezen.
Kredietverlening en borgtocht. Vordering is niet verjaard.
Executoriale verkoop woning; geen verjaring; geen misbruik van bevoegdheid hypotheekhouder.
Executiegeschil. Vraag of vordering waarvoor beslag is gelegd inmiddels is verjaard. Stuiting door betekening van een exploot aan het adres van een daklozenopvang.
Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:1626. Verpanding van octrooien. Verzoek ex 3:251 BW toegewezen tot verblijven aan pandhouder.
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Relatie tuchtrechtelijke norm en civielrechtelijke aansprakelijkheidsnorm. Het doorhalen van een hypotheek zonder royementsverklaring onrechtmatig jegens hypotheeknemer. Bewijsopdracht voor hypotheeknemer om in verband met de door hem gestelde sc
Verkrijgende verjaring teboekstaand schip. Artt. 8:791 en 3:99 BW. Koper bezitter te goeder trouw? Art. 3:118 lid 3 BW. Onderzoeksplicht koper. Verjaring hypotheekrecht. Verkl. voor recht ogv art. 3:27 BW zonder openbare oproeping belanghebbenden?
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
KG staking executie, art. 3:268 en 3:270 BW, voor rechtsgeldige hypothecaire executie niet vereist dat hoogte vordering bank vastligt in een vonnis of arrest.
Moet het gevestigde recht van pand en hypotheek op de zaken en de woning van eiser in stand blijven of moet dit vervallen verklaard en doorgehaald worden? Artikel 3:7 BW; 3:231 lid 2 BW; primair gevorderde verklaring voor recht dat geen sprake is van een rechtsgeldige borgtocht e
Gewezen ambtenaar belanghebbende bij weigering b&w betaling geldsom uit hypotheekovereenkomst; leensom in depot gehouden; vierde tranche Awb nog niet van toepassing; weigering niet op juiste, overeenkomstige toepassing van BW inzake verjaring.