Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag bewindvoerder/mentor. Valt zodanig verzoek onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:449 BW
Genoemd in 212 uitspraken · Officiële wettekst
212 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag, art. 392 Rv. Beschermingsbewind, taak bewindvoerder, beheer en beschikking, art. 1:438 en 441 BW. Procesbevoegdheid bewindvoerder in procedures over onder bewind gestelde goederen, instellen van rechtsmiddelen, overneming als formele procespartij van tegen rec
Procesrecht. Incident in cassatie. Onderbewindstelling tijdens lopende procedure. Schorsinggrond als bedoeld in art. 225 lid 1 onder b Rv? Procesbekwaamheid en gevolgen.
Uitwerking van kop/staartvonnis. Primaire vordering tot het verlenen van toegang tot de crematie van (groot)moeder afgewezen, subsidiaire vordering om voorafgaand aan crematie afscheid te mogen nemen van (groot)moeder toegewezen. Het weigeren van de bezorger van de uitvaart om ei
Ontvankelijkheid vordering benadeelde partij als erfgenaam en als bewindvoerder. De wetgever heeft buiten het zich hier niet voordoende geval van art. 51a.2 Sv niet de mogelijkheid willen openen dat i.g.v. overlijden van het slachtoffer de erfgenamen zich ex art. 51a.1 Sv in het
opheffing bewind
Vernietiging beslissing bewind vanwege een gebrek aan noodzaak.
Opheffen bewind omdat voortzetting niet zinvol is.
Onderbewindstelling; noodzaak tot bewind? Lewy body dementie. Persoon van de bewindvoerder.
Het niet voeren van verweer en het niet bereikbaar zijn van de bewindvoerder voor het hof en de advocaat van de rechthebbende, zijn mede redengevend voor ontslag van de bewindvoerder.
Bewind. Opheffing.
Opheffing bewind.
Bewindvoerder na overlijden betrokkene niet-ontvankelijk m.b.t. nietigverklaring testament. Bewijsopdracht wilsonbekwaamheid.
11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/283HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. DUIVENKWEEKCENTRUM LIMBURG B.V., gevestigd te Voerendaal, 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. M.C.J. Jehee, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2.
mentorschap en bewind. Het hof acht voortzetting van het bewind voorlopig noodzakelijk. Gronden voor een mentorschap waren achteraf bezien niet aanwezig.
bekrachtiging van de beslissing van de kantonrechter om het verzoek tot opheffing van het bewind af te wijzen.
Opheffing bewind.
“Opheffing bewind. De wettelijke gronden voor het bewind waren ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig, maar zijn inmiddels niet meer aan de orde”.
Wijziging grond van het beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerder betoogt dat de wet niet voorziet in de wijziging van de grond van een bewind en/of de wijziging van de termijn van een tijdelijk bewind in een bewind voor onbepaalde tijd. Daarom zou een nieuw bewind moeten
Bekrachtiging instellen bewind. Opheffing bewind met ingang van 14 dagen na de beschikking omdat het inmiddels beter gaat met de rechthebbende. Artikelen: 1:431 en 1:449 BW
Artikel 1:449 lid 2 BW. Bekrachtiging afwijzing verzoek tot opheffing bewind.
Verzoek tot opheffing van bewind niet beoordeeld door hof: verzoeker moet dat verzoek eerst bij de kantonrechter doen
Bewind. Geen reden voor wijziging van de grondslag. De eerdere grondslag is nog aanwezig en het bewind blijft in stand.
Bekrachtiging bestreden beschikking. Het hof vindt net als de kantonrechter dat het verzoek tot opheffing van het bewind, moet worden afgewezen.
Ontslag en benoeming van bestuurders van stichting Tobra (2:298 en 2:299 BW). Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. Verzoekers zijn niet aan te merken als belanghebbenden. Dat een stichting om te voldoen aan haar statutaire doelstelling een zorgboerderij w