Herstel verzuim. De kantonrechter heeft de pretense gemachtigde een termijn van twee weken gegeven om het verzuim een machtiging over te leggen te herstellen. Dat is in dit geval te kort.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:24 Awb
Genoemd in 122 uitspraken · Officiële wettekst
122 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechte
WOZ-zaak, ingediend door mr. Vugts. Rechtbank heeft gelet op de omstandigheden van dit geval een recente machtiging opgevraagd, die niet is ingediend. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Art. 6:5, art. 6:6 en art. 8:24, lid 2, Awb: vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijk gemachtigde heeft geen recente machtiging overgelegd. Het hoger beroep is niet bevoegd ingesteld. Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Art. 6:5, art. 6:6 en art. 8:24, lid 2, Awb: vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijk gemachtigde heeft geen recente machtiging overgelegd. Het hoger beroep is niet bevoegd ingesteld. Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Ontvankelijkheid hoger beroep. Gemachtigde heeft niet binnen de door het hof gestelde termijn een volmacht overgelegd. Op de uiterste dag van de door het hof gegeven termijn, om 19.38, heeft gemachtigde om uitstel van de termijn verzocht. Het hof oordeelt dat gemachtigde er niet
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig overleggen machtiging.
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig overleggen machtiging.
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig overleggen machtiging.
Geen recente volmacht. Niet-ontvankelijk.
Niet-ontvankelijk wegens niet overleggen recente machtiging; steekproef
Niet-ontvankelijk wegens niet overleggen recente machtiging; steekproef
Hoger beroep op naam van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat de verzochte machtiging ontbreekt, zonder gegronde redenen daarvoor. Sprake is van verzuim, althans niet kan worden vastgesteld dat het hoger beroep bevoegd is ingesteld.
Art. 8:24, lid 2 Awb, art. 3:61, lid 2, BW, art.26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De gemachtigde heeft ondanks verzoek van he
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Machtiging niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Machtiging niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn geen recente machtiging is overgelegd. De aanleiding voor het verzoek om een recente machtiging is gelegen in de omstandigheid dat in andere procedures twijfels zijn gerezen over de be
Tussenbeslissing geheimhoudingskamer inzake het verzoek van de inspecteur om anoniem te procederen.
Het beroep is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. WOZ woning. De waarde is niet op een te hoog bedrag vastgesteld. Ondanks overschrijding van de redelijke termijn geen vergoeding van immateriële schade.
Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het Hof komt niet toe aan de beoordeling van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke
Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het Hof komt niet toe aan de beoordeling van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke
Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het Hof komt niet toe aan de beoordeling van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke