Wrakingskamer acht zich bevoegd kennis te nemen van het wrakingsverzoek en ziet geen aanleiding voor verwijzing van het verzoek (ex art. 62b RO). Wrakingsverzoek afgewezen. Gestelde betrokkenheid bij misdrijven niet aannemelijk gemaakt.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:15 Awb
Genoemd in 423 uitspraken · Officiële wettekst
423 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
wraking
Wraking. Schending rechterlijke onpartijdigheid? Raadsheren hebben in eerdere zaken beslissingen genomen.
Wrakingszaak. Wrakingsverzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek is gericht op procesbeslissingen (het niet uitstellen van de zitting en de nog te nemen beslissingen op beroepen op betalingsonmacht griffierecht) die als zodanig geen reden kunnen vormen voor wraking. De motivering van
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is gericht tegen de gehele rechtbank en de rechter in de hoofdzaak. Op grond van de wet is een wrakingsverzoek dat is gericht tegen de gehele rechtbank niet mogelijk. Verder is er
Wrakingszaak. Wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing om het aanhoudingsverzoek af te wijzen is een procesbeslissing, die geen grond voor wraking oplevert. De motivering van die beslissing geeft geen blijk van vooringenomenheid. Ook uit het niet gesplitst willen behandelen van d
Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Een wrakingsverzoek kan alleen worden ingediend tegen de rechter(s) die de zaak behandelt (behandelen). Op grond van de wet is een wrakingsverzoek dat is gericht tegen de afdeling bestuursrecht dus niet mogelij
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Kennelijk ongegrond wrakingsverzoek. Geen concrete feiten of omstandigheden aangedragen.
De wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek. Naar het oordeel van de wrakingskamer blijkt uit het wrakingsverzoek van 13 april 2026 niet waarom de behandelend rechter wordt gewraakt. Met het e-mailbericht van 20 april 2026 zijn gronden van het wrakingsv
Wrakingszaak. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op het handelen van de rechter tijdens de zitting, omdat verzoeker met het doen van dit wrakingsverzoek te laat is. Het wrakingsverzoek is
Verzoek wraking kennelijk ongegrond. Geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. Geen feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Mondelinge uitspraak op wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is afgewezen, omdat rechterlijke tussenbeslissingen geen grond kunnen vormen voor wraking.
wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Aan het verzoek zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waaruit de vooringenomenheid of aanwijzingen daarvoor, kunnen worden afgeleid.
Geen wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb, omdat het wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden bevat die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het hoger beroep schade zou kunnen lijden of daarvoor een objectief gerechtvaardigde
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Aan het verzoek zijn geen concrete feiten en of omstandigheden ten grondslag gelegd waaruit de vooringenomenheid van de rechter, of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid.
Wrakingszaak. Wrakingsverzoek afgewezen. De wrakingsgronden hebben geen betrekking op het handelen van de rechter, maar op het handelen van anderen. Hieruit kan dus geen vooringenomenheid van de rechter blijken. De overige vorderingen die verzoeker met zijn wrakingsverzoek heeft
Verschoningsverzoek toegewezen. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat verzoeker bevriend is met de gemachtigde van de eisende partij in de hoofdzaak. De verschoningskamer is van oordeel dat op grond van die omstandigheid sprake kan zijn van een uiterlijke schijn van partijdighei
Wrakingszaak. Tijdens zitting van de wrakingskamer aangevulde wrakingsgronden worden in dit geval betrokken in beoordeling van het wrakingsverzoek, omdat uit proces-verbaal van zitting in de hoofdzaak niet blijkt dat de rechter daar actief naar heeft gevraagd. Wrakingsverzoek wor
Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker kan in de hoofdzaak geen verzoek tot wraking indienen, omdat hij in de hoofdzaak niet is aangemerkt als belanghebbende partij en daardoor geen procespartij is in de zin van artikel 8:15 Awb
Verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Het verzoek tot wraking is te laat ingediend.
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het verzoek richt zich op een tussenvonnis van de rechter. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt met zich dat een rechterlijke (tussen)beslissing nooit een grond kan vormen voor wraking. Aan het verzoek zijn verder geen concrete feite
Afgewezen wrakingsverzoek
Wrakingszaak. Wrakingsverzoek. Buiten zitting beslissing. Er is nog steeds geen behandelend rechter. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk. Volgende verzoeken worden niet in behandeling genomen zolang er nog geen behandelend rechter is voor de zaak.
Verzoek tot verschoning toegewezen.