Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3047

2026-06-01 Bestuursrecht 611780 HA RK 26-94
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-01
Publicatiedatum
2026-06-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
611780 HA RK 26-94
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Een wrakingsverzoek kan alleen worden ingediend tegen de rechter(s) die de zaak behandelt (behandelen). Op grond van de wet is een wrakingsverzoek dat is gericht tegen de afdeling bestuursrecht dus niet mogelijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.860 tekens)
Beslissing





RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND




WRAKINGSKAMER



Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 611780 HA RK 26-94




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


1 juni 2026


op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van:





[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.






1De procedure


1.1.
Verzoeker heeft op 18 mei 2026 een wrakingsverzoek ingediend waarbij hij de afdeling bestuursrecht wraakt. Mr. Keurentjes (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met kenmerk 25/2658 (hierna: de hoofdzaak).


1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.



1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2Het wrakingsverzoek


2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. Volgens verzoeker wil de afdeling bestuursrecht de geplande zitting in de hoofdzaak willens en wetens doordrukken, terwijl verzoeker heeft aangegeven verhinderd te zijn op die datum. Hieruit blijkt volgens verzoeker dat de afdeling partijdig is. Verzoeker wil dat de behandeling van de zaak door een andere rechtbank dan de rechtbank Midden-Nederland zal worden gedaan.





2.2.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat hij het niet eens is met de wraking.





3De beoordeling



Het toetsingskader




3.1.
In artikel 8:15 Awb staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.



Het oordeel van de wrakingskamer





3.3.
Het wrakingsverzoek is gericht tegen de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank en daarmee tot anderen dan een specifieke rechter die de zaak behandelt.



3.4.
Uit artikel 8:15 Awb volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen de rechter(s) die de zaak behandelt (behandelen). Op grond van de wet is een wrakingsverzoek dat is gericht tegen de afdeling bestuursrecht dus niet mogelijk. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek.



3.5.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. De zaak zal niet worden verwezen naar een andere rechtbank, zoals verzoeker wil. Dat gebeurt ook niet als een wrakingsverzoek wordt toegewezen. Hiervoor bestaat namelijk geen wettelijke grond.





4De beslissing


De wrakingskamer:



4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;



4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter in de hoofdzaak, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;



4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met kenmerk 25/2658 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.


Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mr. J.F. Haeck en
mr. M.E. Heinemann als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026.




de griffier de voorzitter



Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.




Zie ook 2.4.2 onder e van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.