Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:10761

2025-12-03 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht C/13/779701 / HA RK 25-428
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-12-03
Publicatiedatum
2026-01-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
C/13/779701 / HA RK 25-428
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.943 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer


Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779701 / HA RK 25-428 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:




mr. S.D. Arnold, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.





1De procedure


Bij de afdeling Publiekrecht, team bestuursrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer AWB 24/6607 een zaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter. Op 12 februari 2026 staat deze zaak gepland op de EK zitting van de rechter.





2Het verzoek


Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake is van een grond tot verschoning, omdat een procespartij of procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.





3De beoordeling


3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:19 Awb valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.



3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.



3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat hij eiseres kent, en met name haar zus en vader en dat hij daardoor op de hoogte is van enkele achtergronden die in deze zaak mogelijk meespelen. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.



De rechtbank:



 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de zaak met zaaknummer AWB 24/6607 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan:

 de rechter;
 eiseres;
 de gemeente Amsterdam.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek, leden, op 3 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.






Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter omdat de voorzitter daartoe niet in staat is.








Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.