Geschil of de heffingsambtenaar een dwangsom is verschuldigd. Primaire WOZ-besluit is niet in geschil. In dat geval lift de dwangsomprocedure niet mee met het hoofdgeding en neemt de heffingsambtenaar terecht het bezwaar tegen de afwijzende dwangsombeschikking in behandeling. Hof
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:17 Awb
Genoemd in 348 uitspraken · Officiële wettekst
348 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 4:19 Awb; art. 26 en 65 AWR. Bij een beroep inzake een dwangsombeschikking is de rechter bevoegd die ook bevoegd is het beroep inzake het onderliggende besluit te behandelen. Geen bezwaar en beroep is mogelijk bij de bestuursrechter als het onderliggende besluit een ambtshal
art. 4:17 Awb; één dwangsom voor twee te laat gedane uitspraken op bezwaar (naast elkaar gelegen woningen).
Reikwijdte volmacht. Belang bij het instellen van hoger beroep. De tussen de Heffingsambtenaar en de gemachtigde gemaakte werkafspraken resulteren in het afzien van het aan de hoorzitting gekoppelde inzagerecht. Geen schending van art. 7:4 Awb. Geen schending van art. 40 Wet WOZ.
Bij besluiten van 28 en 29 juni 2016 heeft het college de aanvragen van [appellant A] om exploitatievergunningen passagiersvervoer voor de vaartuigen "[vaartuig A]", "[vaartuig B]", "[vaartuig C]", "[vaartuig D]" en tien vaartuigen genaamd "Boot I" tot en met "Boot X" afgewezen.
Art. 4:17 Awb. Aan een schriftelijke ingebrekestelling ter activering van de dwangsom te stellen eisen.
Deze conclusie gaat over de weigering door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit om in te gaan op het verzoek van Greenpeace tot handhaving van de EU-Houtverordening jegens een aantal houtimporterende bedrijven die in het verleden hout hebben geïmporteerd zonder de door die
Art. 4:15, lid 2, letters b en c, Awb i.v.m. (art. 7:14 Awb en) art. 47 AWR: verzuim/weigering belanghebbende om desgevraagd gegevens m.b.t. verzwegen buitenlandse bankrekeningen te verstrekken geen overmacht bij de behandeling van bezwaar tegen navorderingsaanslagen, en evenmin
Cassatie in het belang der wet. Is de bestuursrechtelijke dwangsomregeling (art. 4:17-4:20 Awb) van toepassing op een op aanvraag genomen besluit tot ambtshalve vermindering van een aanslag gemeentelijke heffingen? Is de burgerlijke rechter bevoegd om kennis te nemen van een vord
Het Hof oordeelt dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; belanghebbende heeft derhalve geen recht op vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor een uittrekse
Procesrecht; art. 12 Invorderingswet 1990; art. 3 Kostenwet invordering rijksbelastingen; artt. 4:17 en 7:10 Awb; kosten betekening dwangbevel; betwisting verzending aanmaning; tijdstip van ingebrekestelling wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar.
Formeel belastingrecht. Artikel 6:10, lid 2, Awb, ECLI:NL:HR:2003:AK8288; belastingaanslagen op naam van ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht; bekendmaking; artikel 6:2, sub b, Awb; artikel 7:1, lid 1, sub f, Awb; niet-tijdig nemen besluit; artikel 4:17 Awb; dwangsom.
Feiten en geschil: De belanghebbende genoot in 2016 en 2017 een AOW-uitkering. Over die jaren had zij een box 1 inkomen ad € 14.444 respectievelijk € 14.754. Zij heeft in 2016 € 1.499 spaarrente genoten en € 262 groene-beleggingenopbrengst. In 2017 ontving zij € 667 rente en € 57
Procesrecht; artt. 4:17 en 7:12 Awb; dwangsom verschuldigd vanwege niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar; kenbaarheid voor een belastingplichtige dat de inspecteur met een besluit tot vermindering van de naheffingsaanslag en van de daarbij opgelegde boete uitspraak doet op zi
Art. 4:17 Awb. Aan een schriftelijke ingebrekestelling ter activering van de dwangsom te stellen eisen.
Art. 4:18, 4.85, 4:98, 8:55c Awb. Ingangsdatum wettelijke rente over dwangsom die het bestuursorgaan had moeten toekennen.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies: 18/00806 (ECLI:NL:PHR:2019:700), 18/03304 (ECLI:NL:PHR:2019:698), 18/03450 (ECLI:NL:PHR:2019:699), 18/05589 (ECLI:NL:PHR:2019:701) en 19/00298 (ECLI:NL:PHR:2019:580).
Forfaitaire rendementsheffing (box 3) is zowel voor 2016 als 2017 niet in strijd met artikel 1 EP EVRM. Het hof oordeelt voor het jaar 2016 dat een eventuele strijdigheid door de wetgever moet worden opgelost en dat voor het jaar 2017 op stelselniveau geen sprake is van strijd me
Bank Zonder Naam. Art. 52a Awr; art. 4.17 Awb. Omkering en verzwaring van de bewijslast; voorafgaande informatiebeschikking in bezwaarfase vereist. Aanvangstijdstip overschrijding redelijke termijn bij samenhangende zaken. 's Hofs uitgangspunt dat een ingebrekestelling in beginse
Ad 1. Dwangsom. Op basis van overgangsrecht is bij een in 2018 ontvangen ingebrekestelling het destijds geldende tarief van toepassing. Ad 2. Geen aanspraak op een proceskostenvergoeding wanneer het beroep uitsluitend doel treft op het punt van de dwangsom.
Procesrecht; artt. 1:3, 4:17 en 4:18 Awb; ingebrekestelling ter zake van uitblijven dwangsombesluit; geen extra dwangsom.
Kort geding. Op vordering van de Gemeente c.s. treft de voorzieningenrechter ordemaatregelen die er toe dienen om de wijze waarop gedaagden met de Gemeente c.s. communiceren in te perken. De manier waarop gedaagden met de Gemeente c.s. communiceren is zowel voor wat betreft de fr
Besluit tot inschrijving van het uittreden van appellant als voorzitter van een vereniging. Uit de bob van 31-8-2011 blijkt niet dat daarbij tevens op het persoonlijke bezwaarschrift van appellant is beslist. Het College is van oordeel dat eerst bij besluit van 19-10-2011 op het
Aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Duurzaam overtollige liquide middelen die in box 3 moeten worden belast. Jaar van correctie duurzaam overtollige liquide middelen. Schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Rechtsherstel box 3. Rentevergoeding wegens in strijd met he
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo