Raad van State
ECLI:NL:RVS:2025:4864
2025-10-10
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
BRS.25.001203
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2025:4864 → ECLI:NL:RBDHA:2025:27782 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (30)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29173 Rechtbank Den Haag 02-10-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25081 Rechtbank Den Haag 31-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23824 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23822 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23822 Rechtbank Den Haag 20-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26719 Rechtbank Den Haag 28-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20281 Rechtbank Den Haag 20-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20231 Rechtbank Den Haag 17-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20155 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17810 Rechtbank Den Haag 01-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16158 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17547 Rechtbank Den Haag 04-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14679 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14689 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14691 Rechtbank Den Haag 02-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12270 Rechtbank Den Haag 18-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12223 Rechtbank Den Haag 13-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10240 Rechtbank Den Haag 30-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9306 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8423 Rechtbank Den Haag 09-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7618 Rechtbank Den Haag 02-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11499 Rechtbank Den Haag 16-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4788 Rechtbank Den Haag 05-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3650 Rechtbank Den Haag 18-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5077 Rechtbank Den Haag 09-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1958 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23824 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21811 Rechtbank Den Haag 17-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20075 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20076 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.403 tekens)
BRS.25.001203 en BRS.25.001477
ECLI:NL:RVS:2025:4864
Datum uitspraak: 10 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 22 augustus 2025 in zaak nr. NL25.26640 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 22 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door M. Glind, advocaat in Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 8 tot en met 12 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigd de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2025
347-1182
ECLI:NL:RVS:2025:4864
Datum uitspraak: 10 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 22 augustus 2025 in zaak nr. NL25.26640 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 22 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door M. Glind, advocaat in Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 8 tot en met 12 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigd de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2025
347-1182