Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:3269
2022-11-14
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202205801/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2022:3269 → ECLI:NL:RBDHA:2022:10182 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:698 Raad van State 02-04-2021
Geciteerd door (328)
- ECLI:NL:RVS:2026:5733 Raad van State 30-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25143 Rechtbank Den Haag 01-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21816 Rechtbank Den Haag 05-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18615 Rechtbank Den Haag 06-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16944 Rechtbank Den Haag 22-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15904 Rechtbank Den Haag 12-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15459 Rechtbank Den Haag 08-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14557 Rechtbank Den Haag 01-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9969 Rechtbank Den Haag 28-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10300 Rechtbank Den Haag 28-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9603 Rechtbank Den Haag 07-04-2026
- ECLI:NL:RVS:2026:1675 Raad van State 27-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8350 Rechtbank Den Haag 19-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5913 Rechtbank Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3644 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4259 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5208 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3617 Rechtbank Den Haag 20-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4260 Rechtbank Den Haag 13-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2488 Rechtbank Den Haag 11-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2717 Rechtbank Den Haag 11-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2752 Rechtbank Den Haag 02-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1630 Rechtbank Den Haag 30-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1603 Rechtbank Den Haag 30-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2090 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1328 Rechtbank Den Haag 27-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:898 Rechtbank Den Haag 19-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:496 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:609 Rechtbank Den Haag 08-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:137 Rechtbank Den Haag 07-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:466 Rechtbank Den Haag 05-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26202 Rechtbank Den Haag 30-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26017 Rechtbank Den Haag 18-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23423 Rechtbank Den Haag 09-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23047 Rechtbank Den Haag 04-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23742 Rechtbank Den Haag 04-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8774 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23983 Rechtbank Den Haag 02-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23345 Rechtbank Den Haag 01-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27229 Rechtbank Den Haag 01-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22288 Rechtbank Den Haag 24-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21733 Rechtbank Den Haag 18-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21783 Rechtbank Den Haag 17-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20957 Rechtbank Den Haag 07-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20914 Rechtbank Den Haag 05-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20275 Rechtbank Den Haag 31-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19958 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19778 Rechtbank Den Haag 28-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19966 Rechtbank Den Haag 24-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27213 Rechtbank Den Haag 24-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16979 Rechtbank Den Haag 15-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18224 Rechtbank Den Haag 15-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18944 Rechtbank Den Haag 09-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15290 Rechtbank Den Haag 13-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14174 Rechtbank Den Haag 30-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14165 Rechtbank Den Haag 29-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14171 Rechtbank Den Haag 29-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14984 Rechtbank Den Haag 23-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13002 Rechtbank Den Haag 11-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12000 Rechtbank Den Haag 02-07-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.298 tekens)
202205801/1/V3.
Datum uitspraak: 14 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 5 oktober 2022 in zaak nr. NL22.19155 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 september 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 5 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. K.P.E. van Tulden, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat, anders dan ten tijde van de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:698, het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko niet ontbreekt. De rechtbank heeft daarbij terecht van belang geacht dat uit de informatie die de staatssecretaris tijdens de zitting bij de rechtbank naar voren heeft gebracht, volgt dat er weer presentaties in persoon worden gehouden, er vanaf maart 2022 tot augustus 2022 elf laissez-passers zijn afgegeven en er drie uitzettingen met een laissez-passer hebben plaatsgevonden. De vreemdeling legt niet uit waarom er desondanks geen zicht op uitzetting is.
1.1. Deze situatie is wezenlijk anders dan op het moment van de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2021. De grief faalt.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2022
872-1017
Datum uitspraak: 14 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 5 oktober 2022 in zaak nr. NL22.19155 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 september 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 5 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. K.P.E. van Tulden, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat, anders dan ten tijde van de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:698, het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko niet ontbreekt. De rechtbank heeft daarbij terecht van belang geacht dat uit de informatie die de staatssecretaris tijdens de zitting bij de rechtbank naar voren heeft gebracht, volgt dat er weer presentaties in persoon worden gehouden, er vanaf maart 2022 tot augustus 2022 elf laissez-passers zijn afgegeven en er drie uitzettingen met een laissez-passer hebben plaatsgevonden. De vreemdeling legt niet uit waarom er desondanks geen zicht op uitzetting is.
1.1. Deze situatie is wezenlijk anders dan op het moment van de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2021. De grief faalt.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2022
872-1017