Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:1028
2022-04-07
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202201755/1/V3 en 202201755/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2018:2169 Raad van State 04-07-2018
Geciteerd door (70)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24582 Rechtbank Den Haag 28-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27091 Rechtbank Den Haag 18-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22370 Rechtbank Den Haag 10-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22376 Rechtbank Den Haag 10-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22379 Rechtbank Den Haag 10-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20781 Rechtbank Den Haag 24-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12774 Rechtbank Den Haag 20-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12627 Rechtbank Den Haag 19-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13150 Rechtbank Den Haag 15-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16916 Rechtbank Den Haag 06-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9869 Rechtbank Den Haag 15-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9078 Rechtbank Den Haag 09-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8447 Rechtbank Den Haag 08-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5837 Rechtbank Den Haag 18-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4751 Rechtbank Den Haag 09-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3416 Rechtbank Den Haag 20-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3374 Rechtbank Den Haag 20-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1411 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1032 Rechtbank Den Haag 23-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:891 Rechtbank Den Haag 21-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:739 Rechtbank Den Haag 19-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27966 Rechtbank Den Haag 15-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23118 Rechtbank Den Haag 05-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21748 Rechtbank Den Haag 19-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21526 Rechtbank Den Haag 14-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21426 Rechtbank Den Haag 13-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20205 Rechtbank Den Haag 31-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19179 Rechtbank Den Haag 15-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18959 Rechtbank Den Haag 15-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18486 Rechtbank Den Haag 07-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18197 Rechtbank Den Haag 02-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17562 Rechtbank Den Haag 25-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17412 Rechtbank Den Haag 23-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16648 Rechtbank Den Haag 08-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13462 Rechtbank Den Haag 23-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13238 Rechtbank Den Haag 21-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12621 Rechtbank Den Haag 14-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12025 Rechtbank Den Haag 08-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9493 Rechtbank Den Haag 28-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8655 Rechtbank Den Haag 16-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8458 Rechtbank Den Haag 14-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7253 Rechtbank Den Haag 29-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7254 Rechtbank Den Haag 29-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6521 Rechtbank Den Haag 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5606 Rechtbank Den Haag 04-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2849 Rechtbank Den Haag 25-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1621 Rechtbank Den Haag 07-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1619 Rechtbank Den Haag 07-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1456 Rechtbank Den Haag 31-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21392 Rechtbank Den Haag 17-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16751 Rechtbank Den Haag 18-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22623 Rechtbank Den Haag 04-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12332 Rechtbank Den Haag 31-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8588 Rechtbank Den Haag 04-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8372 Rechtbank Den Haag 31-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3826 Rechtbank Den Haag 20-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3611 Rechtbank Den Haag 18-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2928 Rechtbank Den Haag 06-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2965 Rechtbank Den Haag 06-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2748 Rechtbank Den Haag 04-03-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.684 tekens)
202201755/1/V3 en 202201755/2/V3.
Datum uitspraak: 7 april 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 maart 2022 in zaak nr. NL21.14894 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.A. Limonard, advocaat te Joure, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2169, onder 3, over het vereiste dat in de beroepsgronden wordt toegelicht waarom de reactie van de staatssecretaris op de zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de asielaanvraag zou tekortschieten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2022
644
Datum uitspraak: 7 april 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 maart 2022 in zaak nr. NL21.14894 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.A. Limonard, advocaat te Joure, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2169, onder 3, over het vereiste dat in de beroepsgronden wordt toegelicht waarom de reactie van de staatssecretaris op de zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de asielaanvraag zou tekortschieten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2022
644