Raad van State
ECLI:NL:RVS:2021:182
2021-01-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202004563/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2021:182 → ECLI:NL:RBDHA:2020:9675 (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Inhoudsindicatie
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2019:1084 Raad van State 08-04-2019
- ECLI:NL:RVS:2020:1855 Raad van State 05-08-2020
Geciteerd door (137)
- ECLI:NL:RVS:2026:5410 Raad van State 14-09-2026
- ECLI:NL:RVS:2026:2512 Raad van State 30-04-2026
- ECLI:NL:RVS:2025:6208 Raad van State 18-12-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:5587 Raad van State 19-11-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:4725 Raad van State 06-10-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:4042 Raad van State 25-08-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:3065 Raad van State 08-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2512 Raad van State 04-06-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2109 Raad van State 08-05-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2108 Raad van State 08-05-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:1861 Raad van State 28-04-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:1754 Raad van State 17-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5663 Rechtbank Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:937 Raad van State 10-03-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:814 Raad van State 03-03-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:708 Raad van State 24-02-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:704 Raad van State 24-02-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:670 Raad van State 20-02-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:355 Raad van State 30-01-2025
- ECLI:NL:RVS:2024:5300 Raad van State 20-12-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:5209 Raad van State 19-12-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:5210 Raad van State 18-12-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:5062 Raad van State 09-12-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:5060 Raad van State 09-12-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4830 Raad van State 26-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4787 Raad van State 21-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4707 Raad van State 20-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4637 Raad van State 14-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4638 Raad van State 14-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4562 Raad van State 13-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4523 Raad van State 07-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18131 Rechtbank Den Haag 06-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4442 Raad van State 05-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4445 Raad van State 04-11-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4408 Raad van State 31-10-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:4349 Raad van State 30-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13839 Rechtbank Den Haag 29-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13838 Rechtbank Den Haag 29-08-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:3475 Raad van State 28-08-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:3141 Raad van State 01-08-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2654 Raad van State 28-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2561 Raad van State 26-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2571 Raad van State 26-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2535 Raad van State 21-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2536 Raad van State 21-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2425 Raad van State 13-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2342 Raad van State 06-06-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2167 Raad van State 27-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2162 Raad van State 24-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2163 Raad van State 24-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2163 Raad van State 24-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2078 Raad van State 21-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2077 Raad van State 21-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2080 Raad van State 17-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2015 Raad van State 15-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2001 Raad van State 13-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1924 Raad van State 08-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1937 Raad van State 08-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1851 Raad van State 02-05-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1781 Raad van State 30-04-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.368 tekens)
202004563/1/V1.
Datum uitspraak: 27 januari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Bij brief van 14 september 2020 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 2 april 2020 heeft ingetrokken en dat de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) op 21 augustus 2020 is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij het hoger beroep intrekt en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084) en 5 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1855) kan aanleiding bestaan de staatsecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag is geen tegemoetkoming, maar louter een gevolg van tijdsverloop.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2021
382-941.
Datum uitspraak: 27 januari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Bij brief van 14 september 2020 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 2 april 2020 heeft ingetrokken en dat de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) op 21 augustus 2020 is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij het hoger beroep intrekt en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084) en 5 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1855) kan aanleiding bestaan de staatsecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag is geen tegemoetkoming, maar louter een gevolg van tijdsverloop.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2021
382-941.