Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2015:10859
2015-12-23
Civiel recht
C/04/125434 / HA ZA 13-279
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBLIM:2016:6696 → ECLI:NL:RBLIM:2015:10859
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBLIM:2017:1476 → ECLI:NL:RBLIM:2015:10859
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBLIM:2017:803 → ECLI:NL:RBLIM:2015:10859
Inhoudsindicatie
Benoeming deskundige.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.715 tekens)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/04/125434 / HA ZA 13-279
Vonnis van 23 december 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te Beek,
eiseres,
advocaat mr. R.J. Kramer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KOENEN & CO CORPORATE FINANCE B.V.,
gevestigd te Roermond,
gedaagde,
advocaat mr. H.A.J. Kalsbeek.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Koenen genoemd worden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 29 april 2015,
de akte uitlating van [eiseres] ,
de akte uitlating van Koenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het vonnis van 29 april 2015 heeft de rechtbank overwogen dat zij over een aantal vraagpunten voorlichting wenst door een deskundige. Partijen hebben de gelegenheid gekregen om een voorstel te doen welke deskundige kan worden benoemd en welke (andere) vragen zij graag aan die deskundige willen voorleggen. Beide partijen hebben zich daarover uitgelaten.
2.2.
Partijen hebben niet dezelfde persoon als deskundige voorgesteld. De rechtbank heeft de hierna nader te noemen deskundige aangezocht om in deze zaak tot deskundige te worden benoemd. Deze heeft daarbij aangegeven geen betrokkenheid bij partijen en hun zaak te hebben. De deskundige heeft een begroting gemaakt van het honorarium en kosten voor het samenstellen van het rapport. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om over de hoogte van het voorschot schriftelijk hun mening te geven.
2.3.
De rechtbank handhaaft de in het tussenvonnis van 29 april 2015 aangegeven vraagstelling aan de deskundige.
2.4.
In voormeld vonnis heeft de rechtbank reeds aangegeven dat de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen worden verdeeld.
2.5.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.6.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
Is de redenering dat er met betrekking tot de in geding zijnde Maasgrondenvorderingen geen sprake is van operationele kasstroom maar investeringsstroom, vanuit het oogpunt van jaarrekeningssystematiek juist of onjuist?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
drs. J.G. Groenveld,
verbonden aan Wingman Business Valuators B.V.,
wonende [adres] ,
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op een bedrag van € 9.700,00 inclusief btw,
3.4.
bepaalt dat partijen ieder de helft van dit voorschot dienen te voldoen,
3.5.
voor het voldoen van het voorschot zal het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht op korte termijn een nota verzenden, welke nota uiterlijk 4 weken na deze uitspraak dient te zijn voldaan,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat eisende partij het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
hij voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
hij het onderzoek pas na bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
hij het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
hij partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien hij daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.10.
bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan (de advocaten van) partijen moet toezenden, zodat partijen in de gelegenheid zijn op- of aanmerkingen te maken,
3.11.
bepaalt, dat partijen 4 weken (peremptoir) de gelegenheid hebben tot het maken van op- en aanmerkingen en dat de deskundige, indien (een van) partijen na 4 weken niet heeft gereageerd op het conceptrapport, ervan kan uitgaan dat ingestemd wordt met de conceptrapportage. De gemaakte op- en aanmerkingen dan wel het eventueel niet reageren door (een van) partijen dienen in het definitieve rapport te worden vermeld,
3.12.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden nadat zijdens de griffier bericht is ontvangen dat een aanvang kan worden gemaakt met de werkzaamheden, een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.13.
wijst de deskundige er op dat uit het rapport moet blijken op welke stukken het rapport is gebaseerd,
3.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2015.
type: TC
coll:
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/04/125434 / HA ZA 13-279
Vonnis van 23 december 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te Beek,
eiseres,
advocaat mr. R.J. Kramer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KOENEN & CO CORPORATE FINANCE B.V.,
gevestigd te Roermond,
gedaagde,
advocaat mr. H.A.J. Kalsbeek.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Koenen genoemd worden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 29 april 2015,
de akte uitlating van [eiseres] ,
de akte uitlating van Koenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het vonnis van 29 april 2015 heeft de rechtbank overwogen dat zij over een aantal vraagpunten voorlichting wenst door een deskundige. Partijen hebben de gelegenheid gekregen om een voorstel te doen welke deskundige kan worden benoemd en welke (andere) vragen zij graag aan die deskundige willen voorleggen. Beide partijen hebben zich daarover uitgelaten.
2.2.
Partijen hebben niet dezelfde persoon als deskundige voorgesteld. De rechtbank heeft de hierna nader te noemen deskundige aangezocht om in deze zaak tot deskundige te worden benoemd. Deze heeft daarbij aangegeven geen betrokkenheid bij partijen en hun zaak te hebben. De deskundige heeft een begroting gemaakt van het honorarium en kosten voor het samenstellen van het rapport. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om over de hoogte van het voorschot schriftelijk hun mening te geven.
2.3.
De rechtbank handhaaft de in het tussenvonnis van 29 april 2015 aangegeven vraagstelling aan de deskundige.
2.4.
In voormeld vonnis heeft de rechtbank reeds aangegeven dat de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen worden verdeeld.
2.5.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.6.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
3De beslissing
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
Is de redenering dat er met betrekking tot de in geding zijnde Maasgrondenvorderingen geen sprake is van operationele kasstroom maar investeringsstroom, vanuit het oogpunt van jaarrekeningssystematiek juist of onjuist?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
drs. J.G. Groenveld,
verbonden aan Wingman Business Valuators B.V.,
wonende [adres] ,
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op een bedrag van € 9.700,00 inclusief btw,
3.4.
bepaalt dat partijen ieder de helft van dit voorschot dienen te voldoen,
3.5.
voor het voldoen van het voorschot zal het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht op korte termijn een nota verzenden, welke nota uiterlijk 4 weken na deze uitspraak dient te zijn voldaan,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat eisende partij het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
hij voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/Procedures/Landelijke-regelingen/Pages/default.aspx of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
hij het onderzoek pas na bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
hij het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
hij partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien hij daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.10.
bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan (de advocaten van) partijen moet toezenden, zodat partijen in de gelegenheid zijn op- of aanmerkingen te maken,
3.11.
bepaalt, dat partijen 4 weken (peremptoir) de gelegenheid hebben tot het maken van op- en aanmerkingen en dat de deskundige, indien (een van) partijen na 4 weken niet heeft gereageerd op het conceptrapport, ervan kan uitgaan dat ingestemd wordt met de conceptrapportage. De gemaakte op- en aanmerkingen dan wel het eventueel niet reageren door (een van) partijen dienen in het definitieve rapport te worden vermeld,
3.12.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden nadat zijdens de griffier bericht is ontvangen dat een aanvang kan worden gemaakt met de werkzaamheden, een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.13.
wijst de deskundige er op dat uit het rapport moet blijken op welke stukken het rapport is gebaseerd,
3.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2015.
type: TC
coll: