Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:16697

2023-11-03 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.4845
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-11-03
Publicatiedatum
2023-11-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.4845
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Pkv, besluit ingetrokken, afgewezen.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.831 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Arnhem


Bestuursrecht


zaaknummer: NL23.4845


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2023 in de zaak tussen



[naam] , v-nummer [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),


en




de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep gericht tegen het besluit van de staatssecretaris van 14 februari 2023, waarbij de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling is genomen. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken, omdat de staatssecretaris het besluit heeft ingetrokken.



1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij intrekking wordt verzocht.

3. Uit de brief van 9 mei 2023 volgt dat de staatssecretaris het besluit van 14 februari 2023 heeft ingetrokken en dat verzoeker in de nationale procedure zal worden opgenomen. De reden hiervoor is dat de uiterlijke overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening is verstreken en zijn asielaanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat geen reden wordt gezien om over te gaan tot een proceskostenvergoeding omdat de overdrachtstermijn buiten toedoen van de staatssecretaris is verstreken en omdat verzoeker enkel om die reden is opgenomen in de nationale procedure.

4. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in dit geval de asielaanvraag van verzoeker alsnog in behandeling heeft genomen, omdat de uiterste overdrachtstermijn om hem over te dragen, is verstreken. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het besluit van 14 februari 2023 nog niet voordeed. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag is dus geen tegemoetkoming aan verzoeker, maar enkel een gevolg van tijdsverloop.



Conclusie en gevolgen


5. Er bestaat geen aanleiding om de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker te veroordelen.




Beslissing


De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van E.J. Iflé, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.




Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit staat in artikel 8:75a van de Awb.


Zie bijvoorbeeld ABRvS 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084; ABRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182; en ABRvS 3 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:658.