Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:296
2020-02-21
Bestuursrecht; Belastingrecht
19/03505
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:296 → ECLI:NL:GHDHA:2019:3713
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (55)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22358 Rechtbank Den Haag 23-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20121 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22341 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22133 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22128 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20119 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20115 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20117 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20117 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22348 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20109 Rechtbank Den Haag 07-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20106 Rechtbank Den Haag 07-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20122 Rechtbank Den Haag 07-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19818 Rechtbank Den Haag 01-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20114 Rechtbank Den Haag 01-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17944 Rechtbank Den Haag 29-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19819 Rechtbank Den Haag 29-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18147 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18146 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17939 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18149 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18148 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18006 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18010 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17948 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17950 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18017 Rechtbank Den Haag 23-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17951 Rechtbank Den Haag 04-06-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2024:6316 Rechtbank Noord-Holland 21-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13864 Rechtbank Den Haag 10-12-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:6453 Rechtbank Noord-Holland 30-07-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:6452 Rechtbank Noord-Holland 30-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1455 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1451 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1454 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1407 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1449 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1387 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1448 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1453 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1453 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1456 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1450 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1456 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12912 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12908 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12908 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12938 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12942 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12940 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12923 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12916 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12916 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12912 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:12941 Rechtbank Den Haag 22-12-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.077 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/03505
Datum 21 februari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 juni 2019, nr. BK‑19/00058, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/8598) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen en een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2020.
BELASTINGKAMER
Nummer 19/03505
Datum 21 februari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 juni 2019, nr. BK‑19/00058, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/8598) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen en een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2020.