Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:2850
2014-09-30
Strafrecht
13/04599
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:2850 → ECLI:NL:PHR:2014:1695 gevolgd
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het Hof heeft volstaan met constatering van de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM. Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2008:BD2578 en waarnaar is verwezen in ECLI:NL:HR2014:296 is het daartegen gerichte middel terecht voorgesteld. Gelet op het bepaalde in ECLI:NL:HR:2008:BD2578, rov 3.9 (onder a) leidt dit evenwel niet tot cassatie; tegenspraak in h.b. en het p-v houdt niet in dat door of namens betrokkene hierover is geklaagd.
Citeert (3)
- ECLI:NL:HR:2008:BD2578 Hoge Raad 17-06-2008
- ECLI:NL:HR:2014:296 Hoge Raad 11-02-2014
- ECLI:NL:HR:2008:BD2578 Hoge Raad 17-06-2008
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2026:397 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:928 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:953 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:473 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:814 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1116 Parket bij de Hoge Raad 06-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1045 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:998 Parket bij de Hoge Raad 09-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1161 Parket bij de Hoge Raad 04-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2016:187 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.541 tekens)
30 september 2014
Strafkamer
nr. 13/04599 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 september 2013, nummer 23/001097-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene 4]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in een ontnemingszaak als de onderhavige, waarin de redelijke termijn is overschreden, de enkele constatering van die overschrijding het passende rechtsgevolg is van die overschrijding.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 en waarnaar is verwezen in HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:296, NJ 2014/135 is het middel terecht voorgesteld.
2.3.
De gegrondheid van het middel leidt nochtans niet tot cassatie. De Hoge Raad neemt daartoe in aanmerking dat de bestreden uitspraak op tegenspraak is gewezen doch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet inhoudt dat aldaar door of namens de betrokkene is geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop vóór die terechtzitting, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat zo een verweer niet is gevoerd en bijgevolg moet worden aangenomen dat de betrokkene niet langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging heeft geleefd en van een inbreuk op art. 6, eerste lid, EVRM geen sprake is (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.9).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2014.
Strafkamer
nr. 13/04599 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 september 2013, nummer 23/001097-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene 4]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in een ontnemingszaak als de onderhavige, waarin de redelijke termijn is overschreden, de enkele constatering van die overschrijding het passende rechtsgevolg is van die overschrijding.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 en waarnaar is verwezen in HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:296, NJ 2014/135 is het middel terecht voorgesteld.
2.3.
De gegrondheid van het middel leidt nochtans niet tot cassatie. De Hoge Raad neemt daartoe in aanmerking dat de bestreden uitspraak op tegenspraak is gewezen doch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet inhoudt dat aldaar door of namens de betrokkene is geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop vóór die terechtzitting, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat zo een verweer niet is gevoerd en bijgevolg moet worden aangenomen dat de betrokkene niet langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging heeft geleefd en van een inbreuk op art. 6, eerste lid, EVRM geen sprake is (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.9).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2014.