HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 66 Sv
Genoemd in 35 uitspraken · Officiële wettekst
35 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 80a RO, verzoek horen getuigen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. het voorafgaand aan de tz. of tijdens de inhoudelijke behandeling kenbaar maken van de wens van de verdediging de getuigen alsnog te horen na de afwijzing van een verzoek getui
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek van verdachte die in Colombia is gedetineerd in afwachting van vervolgingsuitlevering aan de VS. Aanwezigheidsrecht ex art. 6 EVRM in het licht van EHRM Hokkeling v. Nederland. Samenhang met 16/05038, 16/05216 en 17/00331.
HR: art. 80a RO. Klacht over beslissingen Hof inzake de voorlopige hechtenis van verdachte. In aanmerking genomen dat niet is gesteld en uit de stukken waarvan de HR kennisneemt ook niet is gebleken dat verdachte zich (nog) in voorlopige hechtenis bevindt, is het belang van verda
-
Cassatie in belang der wet. 1. Kan, indien verdachte terechtstaat voor (1) feit waarvoor hij zich in voorlopige hechtenis bevindt o.g.v. bevel tot bewaring of gevangenhouding en (2) ander feit waarvoor weliswaar voorlopige hechtenis is toegelaten maar dat niet is vermeld in dat b
Art. 38n Sr. De aan het verweer en het middel ten grondslag liggende opvatting dat een tijdsverloop van ruim 5 mnd tussen de behandeling in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep “in het kader van de systematiek van de ISD-maatregel” een overschrijding van de redelijke t
Bopz, verlening van voorlopige machtiging na voortgezette inbewaringstelling; tijdige indiening verzoek (art. 31 lid 2); berekening einddatum machtiging, uitleg “na haar dagtekening” in art. 30.
veelpleger winkeldiefstal, voorwaardelijke isd-maatregel.
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Medeplegen van om een feit, bedoeld
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door - zich of een ander gelege
Ontslag van alle rechtsvervolging voor poging tot zware mishandeling. Het bewezen feit kan niet aan de verdachte worden toegerekend, omdat ten tijde van het plegen van het feit er sprake was van ziekelijke stoornissen van de geestvermogens. Oplegging tbs-maatregel met voorwaarden
Namens verdachte is betoogd dat de advocaat-generaal niet ontvankelijk moet worden verklaard primair omdat de advocaat-generaal de verlenging van de gevangenhouding heeft gevorderd, terwijl geen bevel tot gevangenhouding, maar van gevangenneming is afgegeven, zodat wordt verzocht
Conclusie AG. OM-cassatie tegen een beschikking van het hof waarbij de AG bij het hof n-o is verklaard in zijn vorderingen om a. de schorsing van een bevel tot bewaring op te heffen en b. vervolgens de gevangenhouding te bevelen. Het middel faalt wegens gebrek aan belang. Besprek
Cassatie in het belang der wet. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). In verzekerde bewaringstelling van bestuurder van gefailleerde vennootschappen (art. 87 Fw in verbinding met art. 106 Fw). Loopt wettelijke termijn van art. 87 lid 3 Fw door gedurende voorwaardelijke schorsing?
Veroordeling voor identiteitsfraude ex art. 231b Sr.: het gebruik van de foto van een ander op social media accounts. Vrijspraak voor afdreiging. r.o. 3.3. Klachtdelict: klacht ex art. 66 Sr. te laat ingediend gelet op de periode in de klacht. Openbaar ministerie niet-ontvankelij
Vordering tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 2 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:4314). Centraal staat de vraag of de zittingsrechter de gevangenneming kan bevelen als
Formele bezwaren verworpen tegen verlenging gevangenneming buiten zitting. Wel termen voor schorsing
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis miv VI-datum. Ter terechtzitting is namens de verdachte verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen met ingang van de fictieve V.I. datum. Het hof overweegt dat, nu het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, uit
Verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis
Eiseres vordert onmiddellijke invrijheidstelling, omdat er volgens haar geen titel meer is voor haar voorlopige hechtenis nadat bleek dat de laatste terechtzitting in de strafzaak nietig was. De vordering is niet-ontvankelijk verklaard, omdat er een met voldoende waarborgen omkle
Art. artikel 493, lid 4, Sv. Hoger beroep beschikking verlenging gevangenhouding. Jeugdige verdachte. Art. 493, lid 4, Sv volgens wetsgeschiedenis niet van toepassing op bevel verlenging gevangenhouding van jeugdige verdachte. Bevel tot verlenging gevangenhouding met meer dan 30
HR: art. 80a RO. Klacht over beslissingen Hof inzake de voorlopige hechtenis van verdachte. In aanmerking genomen dat niet is gesteld en uit de stukken waarvan de HR kennisneemt ook niet is gebleken dat verdachte zich (nog) in voorlopige hechtenis bevindt, is het belang van verda
Bevel gevangenhouding voor bepaalde tijd gegeven door politierechter op zitting. Verweer verdediging dat verdachte onrechtmatig van zijn vrijheid was beroofd nu de bepaalde termijn was verstreken en er niet tijdig een vordering tot verlenging van de gevangenhouding was gedaan. De
De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat de strafrechter de huidige vrijheidsbeneming van eiseres onrechtmatig zal achten. De vorderingen tot onmiddellijke invrijheidstelling worden afgewezen.