Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, art. 344 Sr. Medeplegen van verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr. 1. Falende klachten m.b.t. de bewijsmotivering 2. Falende klacht m.b.t. innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring van art. 322 Sr. HR: 81.1 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
OM-cassatie en cassatie klagers. Beschikking verschoningsrecht. Klaagschrift van beslagene, verschoningsgerechtigde. Geheimhouderstukken. Art. 98 en art. 218 Sv. Doorzoeking in kantoor van notaris en kandidaat-notaris i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek naar verdenking t.a.v. klag
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek twee getuigen te horen afgewezen omdat het dit verzoek onvoldoende gemotiveerd achtte en omdat ook overigens de noodzaak daartoe niet was gebleken. Mede in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten gron
Ontvankelijkheid in h.b. Ontbreken appelmemorie. Het Hof heeft mede op de grond dat door verdachte geen appelschriftuur is ingediend, verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in het ingestelde h.b. De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte “transactierapporten” biedt
Art. 588a.1.ahf.c Sv. De vermelding van het adres X in de schriftelijke volmacht kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave door verdachte van een adres in de zin van art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukk
Art. 326.1 Sv. Verzuim opmaken p-v, nietigheid ottz. O.g.v. de inhoud van de aan de HR toegezonden brief van de griffier van het hof moet worden aangenomen dat verzuimd is een p-v op te maken. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het on
Dagvaarding h.b. Verstek. Art. 260.5 Sv. Vertaling appeldagvaarding. Vooropgesteld moet worden dat ingeval de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst en niet blijkt dat aan de vereisten van art. 260, vijfde lid, Sv is voldaan, dit grond kan vormen voor schorsin
Verdachte n-o in cassatieberoep nu niet tijdig beroep in cassatie is ingediend.
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
Profijtontneming. Rechtsbijstand. Het Hof heeft klaarblijkelijk noch in de uit het pr-v ttz. in h.b. blijkende f&o omtrent de persoon en de persoonlijkheid van betrokkene noch in de omstandigheid dat de betrokkene krachtens een bevel medebrenging onvrijwillig ttz. was verschenen,
Afwijzing getuigenverzoek aan de hand van het verdedigingsbelang ontoereikend gemotiveerd.
Beklag, beslag. Niet-ontvankelijkverklaring beklag vanwege termijnoverschrijding. De opvatting in het middel dat het nalaten door het OM de klaagster op de voet van art. 552ca.2 Sv in kennis te stellen van de bevoegdheden die haar ex artt. 552a-552c Sv toekomen, moet worden aange
Beslag, beklag ex art. 552a Sv. Het cassatieberoep van X is gericht tegen een beschikking op het klaagschrift van Y, welk klaagschrift strekte tot teruggave aan Y van een onder X inbeslaggenomen scheepsschroef. Bij die beschikking is het klaagschrift van Y gegrond verklaard en de
Beklag ex art. 552a Sv en beslissing op vordering tot het verlenen van verlof ex art. 552p Sv. 1. Rechtmatigheid van de inbeslagneming tijdens doorzoeking door de Rechter-Commissaris. Art. 8.2 EVRM. 2. Voorbehoud ex art. 552p.3 Sv. Ad 1. De bevoegdheid van de Rechter-Commissaris
Klacht over niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep. Schriftelijke machtiging ex. art. 588.3.b Sv. Nu verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft betwist dat hij de persoon aan wie de inleidende dagvaarding is uitgereikt, schriftelijk heeft gemachtigd die dagvaardi
Denaturering. Bewezenverklaring steunt onder meer op een proces-verbaal van politie, inhoudende als relaas van de verbalisant dat de inhoud van de aangetroffen gripzakjes bestond uit “vermoedelijk” 50 gram amfetamine. Gelet hierop mocht het Hof niet dit proces-verbaal weergeven m
Betekening inleidende dagvaarding. Op grond van de aan de HR gezonden stukken moet het ervoor worden gehouden dat de dagvaarding in hoger beroep ex art. 408a Sv is uitgereikt aan de gemachtigde van de verdachte hetgeen ex art. 450.4 Sv geldt als uitreiking in persoon aan de verda
HR: art. 81 RO. Ambtshalve punt van cassatie: de strafoplegging is in strijd met art. 14a Sr, zoals die bepaling luidde tot 1 februari 2006 (vgl. HR LJN AX1662). De zaak wordt voor de strafoplegging teruggewezen.
Strafmotivering. Uit het JD betreffende verdachte noch uit de overige stukken van het geding valt af te leiden dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld.
Nietigheid appeldagvaarding. Art. 434.1 Sv; onvolledig dossier. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep. Blijkens een brief van de vz van het Hof is dit stuk kennelijk in het ongerede geraakt en kan d
Afwijzing van de in de appelschriftuur gevraagde getuigen. Door te overwegen dat het verzoek om de getuigen op te roepen wordt afgewezen nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van deze personen verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, heeft het Hof
Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv, genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR LJN AO8819 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van
Art. 359.1 Sv. In het arrest is niet een kopie van de inleidende dagvaarding gevoegd. Gelet op hetgeen het arrest inhoudt, voldoet het aan het ook in h.b. toepasselijke voorschrift van art. 359.1 Sv dat de uitspraak het tenlastegelegde dient te bevatten. Het handgeschreven onders
Betekening appeldagvaarding. De appeldagvaarding is aan de griffier uitgereikt bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL. Niet blijkt dat, alvorens de appeldagvaarding is betekend, een onderzoek is ingesteld op grond waarvan kon worden aangenomen dat verdachte t.t
1. HR constateert ambtshalve verjaring feit 2. 2. HR verklaart OM niet-ontvankelijk t.a.v. feit 1 wegens vertraging betekening verstekmededeling. Ad 1. Op 10-11-05 is namens verdachte cassatie ingesteld. Uit de gedingstukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand e