Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2009:BK3331

2009-12-22 Strafrecht 08/02691
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-12-22
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
08/02691
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2010, 115

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Nietigheid appeldagvaarding. Art. 434.1 Sv; onvolledig dossier. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep. Blijkens een brief van de vz van het Hof is dit stuk kennelijk in het ongerede geraakt en kan dit niet meer worden geleverd. Dat brengt mee dat het er in cassatie voor moet worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De HR verklaart de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.585 tekens)
22 december 2009
Strafkamer
nr. 08/02691


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Enkelvoudige Kamer, van 3 augustus 2007, nummer 23/006109-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].


1. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.S. Ilahi, advocaat te Groningen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de appeldagvaarding.


2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

2.1. De middelen bevatten de klacht dat het Hof ten onrechte de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 3 augustus 2007 niet nietig heeft verklaard.


2.2.1. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 augustus 2007 houdt onder meer het volgende in:
"De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als,
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
GBA-adres: [a-straat 1], [woonplaats],
is niet verschenen.
(...)
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het gerechtshof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan."



2.2.2. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de voorzitter van het Hof van 29 augustus 2008, inhoudende:
"Betreft: cassatie [verdachte]. Zaaknummer HR: S 08/02691
(...)
Naar aanleiding van Uw e-mailbericht van 27 augustus 2008, verklaar ik, raadsheer in het gerechtshof Amsterdam, dat in de zaak van [verdachte], die tegen de uitspraak van het hof van 3 augustus 2007 (nummer 23/006109-06) in cassatie is gegaan, het volgende stuk kennelijk in het ongerede is geraakt en niet meer kan worden geleverd:
akte van uitreiking betreffende de dagvaarding van verdachte in hoger beroep voor de zitting van 3 augustus 2007."


2.3. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich niet de akte van uitreiking van de dagvaarding van de verdachte voor de terechtzitting van het Hof van 3 augustus 2007. Blijkens de hiervoor onder 2.2.2 vermelde brief van de voorzitter van het Hof is dit stuk (kennelijk) in het ongerede geraakt en kan dit niet meer worden geleverd. Dat brengt mee dat het er in cassatie voor moet worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. De middelen zijn dus terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven zodat de overige middelen geen bespreking behoeven. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.


Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 december 2009.