22 oktober 2002 Strafkamer nr. 00697/02 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 november 1996, nummer 23/002925-95, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Conclusie AG. Mishandeling met voorbedachten rade (art. 301 Sr). M1a: mocht hof bij strafoplegging betrekken dat aangever na mishandeling uit auto is gezet terwijl hij slechts was gekleed in zwembroek? M1b: mocht hof overschrijding redelijke termijn compenseren door vw gevangenis
Conclusie AG. Betekeningperikelen en aanwezigheidsrecht. Middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat dagvaarding ttz h.b. rechtsgeldig is betekend onbegrijpelijk is, omdat niet is geprobeerd te betekenen aan op appelakte vermelde adres dat door de verdachte als domicilie is gekozen, te
Conclusie AG. OM-cassatie, naar aanleiding van vrijspraak hof van invoer van cocaine door bewijsuitsluiting van onderzoeksrapport van deskundige . Middel stelt (i) dat de omstandigheid dat onderzoeksmateriaal in het ongerede is geraakt waardoor geen contra-expertise meer kan plaa
Conclusie AG. Middel 1 klaagt dat bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling niet volgt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Middel 2 klaagt over (de motivering van) de verwerping van het beroep op noodweer(exces). Middel 3 klaagt dat toewijzing bp-vordering in
Conclusie AG. art. 26 WWM. Art. 359a Sv. Voorhanden hebben van wapen en munitie. 1. Is vondst van geweer het gevolg van onrechtmatig"doorzoeken" of van""zoekend rondkijken"? 2. Heeft het hof de bewezenverklaring dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de munitie
Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten over de hoogte van het ontnemingsbedrag en over de vermindering van de betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden u
Conclusie AG. Overtreding art. 107.1 WVW 1994. 1. Oordeel hof dat de betekening van de appeldagvaarding rechtsgeldig op het BRP-adres van verdachte heeft plaatsgevonden is niet onjuist. Uit Justitiële Documentatie en detentieoverzicht van verdachte blijkt dat hij t.t.v. de uitrei
Conclusie AG. 1. Overtreding art. 5 WVW door op de snelweg gedurende enige afstand onnodig links te blijven rijden en plotseling te remmen. Volgens AG is er niets mis met het oordeel van het hof dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Daarbij heeft AG betrokken dat ver
Conclusie AG. 1. Afwijzing van verzoeken tot schorsing c.q. opheffing van de vh van verdachte in strijd met art. 5 EVRM? 2. Redelijke termijn in h.b. Ad 1. AG bespreekt dat een veroordeling in e.a. als grond voor voortzetting dan wel oplegging van de vh in h.b. (o.g.v. art. 75.1
Conclusie AG. Verblijf in Nederland door ongewenst verklaarde vreemdeling, art. 197 Sr. Overschrijding van de redelijke termijn, doordat het OM bij de betekening van de verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht. De conclusie strekt tot partiële vernietiging
OM-cassatie. Vrijspraak medeplegen invoer van grote hoeveelheid cocaïne (art. 2.A Opiumwet), medeplegen voorbereiding van cocaïnetransport (art. 10a Opiumwet) en medeplegen vervoeren van cocaïne (art. 2.B Opiumwet) in 2007 o.g.v. bewijsuitsluiting. Processuele voorvraag. Had cass
Conclusie AG. Door openbaar ministerie ingesteld cassatieberoep. AG gaat in op de processuele voorvraag of dit beroep aan de verdachte in persoon is aangezegd dan wel zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het beroep de verdachte bekend is (art. 433.1 Sv)
Conclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in art. 56 lid 2 Sr voorziene gelijkstelling in geval van valsheid aan de voortgezette handeling. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 18/01534.
Conclusie AG over mensenhandel door seksuele uitbuiting, art. 273f Sr. Ingegaan wordt op (1) de verwerping van het verweer dat de verdachte geen oogmerk op uitbuiting heeft gehad, (2) de vraag wanneer een verdachte “in voorlopige hechtenis verkeert” als bedoeld in de rechtspraak
Conclusie AG, naar aanleiding van een te laat ingediende cassatieschriftuur, over de vraag of uitreiking van de aanzegging ex art. 435.1 Sv aan de in Spanje woonachtige verdachte door rechtstreekse verzending per post (art. 588.2 Sv) in overeenstemming is met art. 5 van de EU-Rec
-
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (meermalen gepleegd), art. 9.2 WVW 1994. 1. Onbekendheid van verdachte met tz. in e.a. Art. 409.4 Sv nageleefd? 2. Inleidende dagvaardingen in gevoegde zaken rechtsgeldig betekend? Ad 1. Indien OvJ h.b. instelt te
Conclusie AG over het tijdig instellen van hoger beroep bij de juiste griffie en het aanwenden van dit rechtsmiddel op de laatste dag van de beroepstermijn na sluitingstijd van de griffie. De AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen.
Procesrecht. Voorlopig deskundigenbericht. Beroepsfout advocaat door het niet tijdig instellen van cassatieberoep in een strafzaak. Leent de vraag of een cassatieberoep tenminste een reële kans van slagen zou hebben gehad zich voor een voorlopig deskundigenbericht (art. 202 Rv)?
Profijtontneming. Conclusie AG over schatting wvv uit teelt van hennepstekken. Hof gaat uit van een kweekcyclus van twee weken, maar vermeldt niet het bewijsmiddel waaraan deze omstandigheid is ontleend.
Profijtontneming. Het Hof heeft de schatting van het w.v.v. gebaseerd op de resultaten van een kasopstelling, waarin o.m. de door betrokkene gedane uitgaven voor drugsgebruik zijn betrokken. Bij de vaststelling van de uitgaven voor drugsgebruik is het Hof uitgegaan van een hoevee
Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit indienen van appelschriftuur? Bij de stukken bevindt zich een appelschriftuur van mr. A, terwijl niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaardi
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Art. 588 lid 1 en 2 Sv. Datum verzending inleidende dagvaarding niet aangetekend in akte van uitreiking, terwijl ook overigens niet blijkt dat inleidende dagvaarding is verzonden naar adres van verdachte in buitenland. Oordeel hof dat inleidend
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te