Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte te laat h.b. heeft ingesteld aangezien “uit het dossier geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brief van verdachte, waaraan de machtiging tot het opmaken van een
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Kennelijke misslag tll. Grondslagverlating? Het Hof heeft in de aanvulling de bewezenverklaarde pleegplaats verbeterd. De HR neemt i.c. aan dat als gevolg van een onmiskenbare misslag de alternatieven “en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland” niet zijn opgenomen in ’s Hofs we
Betekening appeldagvaarding. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat verdachte van 6 nov. 2012 tot 7 mrt. 2014 ingeschreven stond in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente X op het adres Y. Daaruit volgt dat de dagvaarding
1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebeho
Verstekverlening. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding van het kantooradres van de raadsman van de verdachte in de brief van de raadsman (schriftelijke volmacht) niet kan gelden als de opgave van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv geeft niet blijk van een onjuiste rechts
Verstekverlening. De vermelding van het adres X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat
Economische zaak. Strafoplegging. Het Hof, dat uitdrukkelijk heeft overwogen dat het rekening heeft gehouden met de financiële draagkracht van verdachte v.zv. deze ttz. is gebleken, heeft kennelijk geoordeeld dat de draagkracht van verdachte toereikend is om de opgelegde – voor d
Profijtontneming. Het oordeel van het Hof dat betrokkene t.t.v. de betekening van de oproeping voor de tz. in h.b. in de GBA op adres X was ingeschreven, is kennelijk gebaseerd op de vermelding van adres X in de “ID-staat SKDB”. Gelet op de inhoud van het aan de cassatieschriftuu
Betekening appeldagvaarding. De betekening van de dagvaarding in h.b. aan een ander die zich op het detentieadres bevond is strijdig met art. 588.1 sub a Sv.
Betekening appeldagvaarding. Van verdachte was t.t.v. het uitbrengen van de dagvaarding in h.b. niet een feitelijke woon-of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend. Noch de akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt in dat de dagvaarding
Falende bewijsklacht. Kennelijk als gevolg van een misslag is een gedeelte van het - tot bewijs gebezigde - relaas van een verbalisant niet weergegeven in ’s Hofs arrest. De HR leest het arrest met herstel van die misslag. In die - verbeterde - lezing van de bestreden uitspraak k
Slagende betekeningsklacht. Het Hof heeft kennelijk zijn oordeel dat adres X het GBA-adres van verdachte t.t.v. de betekening van de dagvaarding voor de tz. in h.b. was, gebaseerd op de vermelding van dat adres in de “ID-staat SKDB”. Nu de vermelding van adres X in de ID-staat n
Art. 322.3 Sv. Het Hof heeft, nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld op een eerdere tz., het o.ttz. hervat zonder instemming van de AG en de aanwezige verdachte. Dit heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak tot gevolg.
Slagende betekeningsklacht. Behandeling bij verstek. Afschrift van de oproeping niet verzonden aan het in de verklaring a.b.i. art. 451a.1 Sv opgegeven adres. Uit de omstandigheid dat verdachte nadien op een (ander) GBA-adres bleek te zijn ingeschreven kon het Hof niet zonder mee
Bij de aan de HR toegezonden stukken bevindt zich niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a.2 Sv houdende de bewijsmiddelen; het arrest kan daarom niet in stand blijven.
OM-cassatie. Jeugdzaak. Art. 410 Sv. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR NJ 1998/287 dat in h.b. in e.a. begane verzuimen en vergissingen kunnen worden hersteld, en nader bekend geworden gegevens bij het onderzoek kunnen worden betrokken. Dit brengt mee dat het aan
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek. Het Hof kon, in het licht van hetgeen door de rm aan het verzoek ten grondslag is gelegd, bij de afwijzing van het verzoek niet volstaan met de enkele verwijzing naar het “landelijke aanhoudingenprotocol”.
Afwijzing getuigenverzoek. In het licht van hetgeen aan het verzoek van de raadsman tot het horen van getuigen - waaronder een medeverdachte wiens strafzaak gelijktijdig behandeling werd - ten grondslag is gelegd, is ’s Hofs oordeel dat de noodzaak tot het oproepen van de getuige
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Art. 450 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810 m.b.t. het door een advocaat schriftelijk h.b. instellen op de wijze die is voorzien in art. 450.3 Sv. Onderhavige zaak dateert van voor LJN BJ7810 maar van na de inwerkingtreding
HR: 81RO.
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. De griffiemedewerker heeft een brief van verdachte aangemerkt als een door verdachte verleende schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van h.b. a.b.i. art. 450.1.b. Sv. Het Hof heeft verdachte n-o verklaard, omdat de brief niet voldo
Ontvankelijkheid OM. Vervolging ongewenst verklaarde vreemdeling. De woorden “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling verklaard” i.d.z.v. art. 197 Sr dienen aldus te worden verstaan dat daarvan geen sprake kan zijn indien de ongewenstverklaring in strijd
1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: voorwaardelijke veroordeling tot gevangenisstraf, art. 14a Sr. Ad 1. Blijkens de aan de HR toezonden stukken is de bewaring van verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan ene
1. Gebruik als bewijs. 2. Denaturering. Ad 1. Het bezigen tot bewijs van een tapgesprek en van een deel van de verklaring van een medeverdachte is in strijd met ’s Hofs overwegingen dat dat afgeluisterde telefoongesprek en dat deel van die verklaring niet tot bewijs zullen worde