Redelijke termijn en verstekmededeling. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2000, 721 en HR NJ 2001, 243. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat tussen 20-5-98 (datum uitspraak) en 20-12-05 (datum bet
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Overschrijding redelijke termijn bij verstekmededeling (veroordeling tot 3 maanden gevangenisstraf wegens meineed); OM niet-ontvankelijk. Van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM kan sprake zijn indien het OM bij de betekening van een verstekmededeling ex art.
Oplegging TBS en gedragskundig advies. 1. De rechter kan ex art. 37a.2 jo. art. 37.2 Sr van een advies dat eerder dan een jaar vóór aanvang van de terechtzitting is gedagtekend slechts gebruikmaken met instemming van het OM en verdachte. Nu de verdediging i.c. niet heeft ingestem
Overschrijding redelijke termijn bij verstekmededeling; OM niet-ontvankelijk. Van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM kan sprake zijn indien het OM bij de betekening van een verstekmededeling ex art. 366 Sv niet de nodige voortvarendheid heeft betracht (HR NJ
Het ontbreken bij de stukken van de volgens het pv van de terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota strijdt i.c. zozeer met een behoorlijke procesorde dat dit nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt.
Afstand aanwezigheidsrecht. In het licht van de niet-ondertekende “afstandsverklaring”, inhoudende “Wenst niet te tekenen, want betrokkene was niet op de hoogte van, dat deze zaak vandaag diende. Tevens had hij voor vandaag afgetekend voor de raadkamer: verlenging 30 dgn. Dit hee
-
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. M1 keert zich tegen het oordeel dat de appeldagvaarding aan de verdachte in persoon is betekend. M2 houdt in dat het hof de behandeling van de zaak ten onrechte niet heeft aangehouden om een afschrift van de appeldagvaarding te doen verzenden n
Conclusie AG. Mishandeling. 4 middelen. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een door de verdachte voorafgaand aan de zitting gedaan aanhoudingsverzoek. Het hof was hiertoe in het kader van art. 328 jo 331 jo 281 Sv niet gehouden omdat de reden voor
Conclusie AG. Betekening dagvaarding h.b. in Suriname. Het middel komt op tegen het oordeel van het hof dat de dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend. Ingevolge art. 36e lid 3 Sv dient de uitreiking van de dagvaarding in een geval waarin van de geadresseerde een woon- of v
Conclusie AG. Tijdigheid cassatieberoep. De verdachte heeft met e-mails voldoende onderbouwd dat tijdig een volmacht tot het instellen van cassatieberoep is gezonden aan het hof. Dit hof kan aan de Hoge Raad geen specifieke informatie verstrekken over het wel of niet ontvangen zi
Conclusie AG. Veroordelingen voor o.m. diverse Opiumwetdelicten (kort gezegd: handel in cocaïne). M1: is na verruiming van de tenlastegelegde pleegperiode (van twee weken tot één jaar) nog sprake van hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr (jo. 313 lid 2 Sv)? In de bewijsvoering van
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Slagend middel dat uit de stukken niet kan blijken dat oproeping is uitgereikt aan het BRP-adres. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing. Samenhang met 24/03481.
Conclusie AG. Betekeningperikelen. Diefstal (art. 310 Sr). M1: falende klacht dat hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep, omdat aan de akten van uitreiking gebreken kleven, te weten dat het soort identiteitsbewijs en identiteitsbewijsn
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Slagend middel dat uit de stukken niet kan blijken dat oproeping is uitgereikt aan het BRP-adres. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing. Samenhang met 24/03482.
Conclusie AG. Tardief appel. Het in M1 ingenomen standpunt dat de verdachte op het moment van betekening van de dgv in h.b. in PI Nieuwegein zat mist feitelijke grondslag. Het hof kon oordelen dat de overeenkomstig art. 36e lid 1 onder b jo. lid 2 onder b Sv uitgereikte dgv op ju
Conclusie AG. Diefstal (art. 310 Sr). Middel klaagt over oordeel hof over betekening van oproeping van verdachte voor tz hb en beslissing tot verlenen verstek. 1. Falende klacht dat vertaling van oproeping niet naar juiste adres is verzonden. 2. Falende klacht dat geen sprake is
Conclusie AG. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het hof n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op h.b. Geen proces-verbaal van de terechtzitting in h.b. opgemaakt waarin ex art. 425 lid 3 aanhef en onder c Sv het mondeling arrest is a
Conclusie AG. Art. 416.2 Sv. Kon hof het door verdachte ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaren gelet op de begeleidende tekst van de appeldagvaarding voor de rolzitting? De conclusie strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Brandstichting (art. 157 Sr). Het eerste middel, dat inhoudt dat het hof aan een geconstateerd vormverzuim ten onrechte niet het rechtsgevolg van strafvermindering heeft verbonden, faalt en kan worden afgedaan met art. 81 RO. Het tweede middel houdt in dat de redeli
Conclusie AG. Veroordeling wegens 1. medeplegen van opzettelijk buiten het grondgebied brengen van harddrugs en 2. deelneming aan een criminele organisatie (art. 2.A Opiumwet en art. 11b Opiumwet). Middel II klaagt over de verwerping van het verweer dat de dagvaarding in eerste
Conclusie AG. Verkrachting en aanranding van patiënt door huisarts (art. 242 en 246 Sr (oud)). Middel over de schakelbewijsconstructie van deze zaak met een afzonderlijke berechte zaak met drie gevallen van verkrachting. Het middel faalt. Ambtshalve opmerkingen over de duur van d
Conclusie AG. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep, omdat de advocaat van de verdachte de schriftuur niet via het webportaal van de Hoge Raad heeft ingediend (maar via aangetekende post) en hij dit verzuim niet binnen de daart
Conclusie AG. Art. 408 lid 2 Sv jo. 366 Sv. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep. Kon hof uit stukken afleiden dat vonnismededeling aan verdachte i.p. is betekend? Bevat 'akte van uitreiking’ - gelet op de rechtspraak over art. 408 lid 2
Rolconclusie AG. Aanzegging ex art. 435 lid 1 Sv heeft niet op rechtsgeldige wijze plaatsgevonden. Conclusie strekt tot het verlenen van een nieuwe termijn aan de advocaat van de verdachte voor het indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie, als bedoeld in artik