Het hof heeft verdachtes verklaring kennelijk niet opgevat als een beroep op psychische overmacht. Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel werd bijgestaan door een raadsman die, naar blijkt uit het zittings-pv en de daaraan gehec
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Art. 359.2 Sv. Zoon van verdachte heeft bij de politie belastend verklaard maar zijn beschuldigingen bij r-c en hof ingetrokken. Hetgeen raadsman ter terechtzitting daaromtrent heeft aangevoerd, behelst mede in het licht van die verklaringen een standpunt dat duidelijk, door argu
Art. 359.2 Sv. 1. Het hof heeft het aangevoerde betreffende de geuridenticiatieproef kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachtes raadsman heeft betoogd dat de
Art. 359.2 Sv. Eisen aan verweer. In appèl is een rapport van Van Koppen overgelegd. De stelling dat ter terechtzitting in appèl is aangevoerd “dat de bekennende verklaringen van verdachte niet mogen meewerken tot het bewijs (…) omdat deze volgens het op die terechtzitting overge
Art. 359.2 Sv. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen – in het bijzonder de verklaring van getuige X ter terechtzitting in appèl – heeft het hof het standpunt, dat op 16-8-02 niet verdachte maar diens neef door de politie is aangehouden, kennelijk niet aannemelijk geacht. Aldus bev
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op welke met ar
Voor een veroordeling t.z.v. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is - voorzover hier van belang - vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou ku
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Conclusie AG. Veroordeling wegens o.a. medeplegen van diefstal d.m.v. valse sleutel. Middel klaagt over door hof toegewezen vordering benadeelde partij t.a.v. post 'sieraden', welke post door benadeelde partij is geschat met behulp van ChatGPT en welke schatting hof heeft gevolgd
Conclusie AG. Medeplegen voorbereidingshandelingen Opiumwet. M1: slagende deelklacht dat hof niet heeft gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat i.v.m. vreemdelingrechtelijke consequenties moet worden afgezien van onvoorwaardelijke straf. Tweede deelklacht dat het
Conclusie AG. Cold case. Twee verkrachtingen en poging tot aanranding in kelderboxen, gepleegd in 2010. Falende klachten over gebruik DNA-bewijs, bewijs van seksueel binnendringen, gebruik van schakelbewijs als steunbewijs en oordeel dat sprake is van begin van uitvoering van voo
Conclusie AG. Mishandeling en niet voldoen aan bevel tot medewerking nader onderzoek van uitgeademde lucht. M1: uos-klacht over causaal verband tussen gedragingen en letsel. M2: klacht over oordeel dat bevel om mee te werken aan nader onderzoek van uitgeademde lucht ex art. 55e.1
-
Conclusie AG. Schending art. 311.2 Sv: P-v zitting houdt niet in dat raadsman in gelegenheid is gesteld te reageren op requisitoir OM. Verzuim kan volgens AG voor gedekt worden gehouden nu (i) gemachtigd raadsman zich had moeten beroepen op zijn bevoegdheid om te reageren op requ
Conclusie AG. Opzettelijke overtreding voorschrift art. 10.2 lid 1 Wet milieubeheer. Middel klaagt dat hof heeft verzuimd redenen op te geven waarom het is afgeweken van UOS inzake betrouwbaarheid verklaring verbalisant. Middel faalt, omdat overweging hof in samenhang bezien met
Conclusie AG. Zware mishandeling. Middelen over 1. verwerping van preliminair verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, 2. ontbreken beslissing op (voorwaardelijk) verzoek tot horen van twee getuigen en 3. verwerping bewijsverweer. De AG meent dat de middelen
Conclusie AG. Medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art.2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Eerste middel klaagt over verwerping beroep n-o OM wegens schending gelijkheidsbeginsel.
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art. 2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door rechtspersoon. Eerste middel klaagt over verwerping beroep n-o OM wegens schend
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art. 2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door rechtspersoon. Eerste middel klaagt over verwerping beroep n-o OM wegens schend
Conclusie AG. Medeplegen van vervaardigen van foto's van seksueel kindermisbruik. 1. Verwijderen uit 'het procesdossier' van per ongeluk daarin gevoegde foto's (van seksueel kindermisbruik). 2. Bewijs medeplegen. 3. Strafmotivering. De conclusie strekt tot strafvermindering wegen
Conclusie AG. Veroordelingen voor o.m. diverse Opiumwetdelicten (kort gezegd: handel in cocaïne). M1: is na verruiming van de tenlastegelegde pleegperiode (van twee weken tot één jaar) nog sprake van hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr (jo. 313 lid 2 Sv)? In de bewijsvoering van
Conclusie AG. Betekeningperikelen. Diefstal (art. 310 Sr). M1: falende klacht dat hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep, omdat aan de akten van uitreiking gebreken kleven, te weten dat het soort identiteitsbewijs en identiteitsbewijsn
Conclusie AG. Diefstal, art. 310 Sr. Strafmotivering. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Witwassen. M1 & M2: klacht dat in zaak A resp. in zaak B niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. M3: klacht over gebruik door het hof van deskundigenrapport. M4: motivering oplegging gevangenisstraf. Middelen