Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
“hetzelfde feit” als bedoeld in art. 68 Sr. Vordering tot wijziging van de tenlastelegging, art. 313 Sv. De HR verduidelijkt in voorafgaande beschouwingen de maatstaf voor de toepassing van art. 68 Sr en art. 313 Sv over “hetzelfde feit”. De aan verdachte verweten gedraging is in
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datze
Conclusie over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter die de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven hebben genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De conclusie gaat in op de vraag hoe indringend de best
Poging doodslag en zware mishandeling van X (art. 287 jo. 45 Sr en 302 Sr), poging zware mishandeling van Y (art. 302 jo. 45 Sr) en mishandeling van Z (art. 300 Sr). 1. Voortgezette handeling t.a.v. poging doodslag en zware mishandeling X (art. 56.1 Sr)? 2. Vordering b.p. Ad 1. D
Samenloop van medeplegen poging doodslag (art. 287 Sr) en openlijke geweldpleging in vereniging (art. 141 Sr) door slachtoffer tegen het hoofd te slaan en terwijl hij op de grond ligt tegen het hoofd te schoppen. Eendaadse of meerdaadse samenloop, art. 55.1 en 57 Sr? Belang bij c
1. Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. 2. “Kennelijk bestemd” ex art. 46.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102. I.c. is zowel het verschil in de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsom
Voortgezette handeling van medeplegen invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens het op onjuiste wijze wijzigen van dagvaarding. 2. Had Hof aan vastgestelde schending va
Oplichting en diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 326 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feiteli
OM-cassatie. Profijtontneming. Art. 36e.1 Sr houdt in dat op vordering van het OM bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming
Opiumwetdelicten (art. 10a en 10.5 Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beper
-
Herziening. Aanvraag ongegrond. CAG: zaaksoverstijgende beschouwingen over het novumbegrip; een nieuw ‘gegeven’ i.d.z.v. art. 457.1 aanhef en onder c Sv.
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperk
Art. 68 Sr; art. 96 lid 2 Sr; art. 140a Sr; art. 6 WIM; GA 3 Verdragen van Geneve; EVOS. Veroordeling wegens deelname in Syrië aan een organisatie met terroristisch oogmerk (IS) en voorbereidingshandelingen daartoe en het oorlogsmisdrijf bestaande uit aanranding van de persoonli
1. Art. 10 EVRM. Eerdere civielrechtelijke veroordelingen. Strafrechtelijke vervolging noodzakelijk in een democratische samenleving? 2. Art. 261.3 Sr. Ad 1. HR: het Hof heeft geoordeeld dat een strafrechtelijke veroordeling van verdachte gerechtvaardigd is ter bescherming van de
Ne bis in idem: art. 68 Sr, art. 50 Handvest van de grondrechten van de EU. OM-cassatie tegen n-o verklaring van het OM in de vervolging van verdachte t.z.v. overtreding van een bij of krachtens art. 105 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gesteld voorschrift. HR: art. 68 Sr
Ne bis in idem i.v.m. ontzegging rijbevoegdheid en ongeldigverklaring rijbewijs. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de door het Hof opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid in strijd is met het aan art. 14.7 IVBPR en art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in i
Herziening. Aanvraag ongegrond. Opmerking verdient dat de enkele vrijspraak van de medeverdachten van aanvrager niet een gegeven vormt als bedoeld in art. 457.1 aanhef en onder c Sv. In de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de tegenwoordige herzieningsregeling z
De enkele omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene tijdig conform art. 311 lid 1 Sv bekend is geworden met het voornemen van de ovj om een ontnemingsvordering aanhangig te maken, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de ovj in zijn ontnemingsvordering.
1. Nietigheid dagvaarding, art. 225.2 (oud) Sr. 2. Deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225 Sr). Ne bis in idem, art. 68.1 Sr? Ad 1. Van gebruik maken van valse of vervalste douanedocumenten Tl als waren zij echt en onvervalst ex art
OM-cassatie. OM n-o in vervolging t.z.v. feitelijke leiding geven aan opzettelijk niet doen van aangifte omzetbelasting begaan door rechtspersoon, art. 69.1 AWR. Una via-beginsel en hetzelfde feit (ne bis in idem). Art. 243.2. jo. 255.1 Sv. Is verdachte als natuurlijke persoon op
Opzettelijk aanwezig hebben verdovende middelen (meermalen gepleegd), art. 2.C Opiumwet (feit 1), voorhanden hebben van voorwerpen om feit a.b.i. art. 10.4/10.5 Opiumwet voor te bereiden (feit 2) en medeplegen gewoontewitwassen, art. 420ter Sr (feit 3). Eendaadse samenloop of mee
Profijtontneming, w.v.v. uit zich ontdoen van gevaarlijke stoffen, begaan door rechtspersoon. OM ontvankelijk in ontnemingsvordering, nu vordering niet binnen in art. 511b.1 Sv genoemde termijn van 2 jaren na strafvonnis e.a. aanhangig is gemaakt? Uit wetsgeschiedenis volgt dat i
Samenloop van medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 onder 4 en 5 Sr) en medeplegen vernieling (art. 350.1 Sr) door bij woninginbraak ramen te forceren. Eendaadse of meerdaadse samenloop, art. 55.1 en 57 Sr? Belang bij cassatie? HR herhaalt relevante overwegingen