Wet dieren; bestuurlijke boetes; hoger beroep. Appellante heeft er niet op toegezien dat de pluimveemest tijdens het vervoer vergezeld ging van gezondheidscertificaten waarop de vereiste informatie stond. Daarnaast is appellante beboet voor het niet rechtstreeks vervoeren van onv
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Economische zaak. OM-cassatie. Taxivervoer zonder vergunning. No-verklaring in vervolging omdat verdachte vanwege tlgd. feit reeds een dwangsom heeft verbeurd. Hof heeft terecht geoordeeld dat art. 68 Sr n.v.t. is, omdat niet sprake is van meerdere onherroepelijke beslissingen va
Deelneming aan criminele organisatie die zich bezig houdt met illegaal tewerkstellen van Poolse en Hongaarse werknemers in Duitsland, art. 140.1 Sr. Ontvankelijkheid OM na veroordeling in Duitsland, ne bis in idem. OM ontvankelijk in vervolging v.zv. die vervolging verband houdt
Diefstal met braak en diefstal (art. 310 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De
OM-cassatie. Hetzelfde feit (ne bis in idem). Strafvervolging en bestuurlijke boete. Art. 68 Sr en art. 243.2 jo. 255.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. Bij de artt. 197a en 197b Sr - waarin gedragingen zijn omschreven die als misdrijven strafbaa
Diefstal met geweld (art. 312.1 Sr) en dwang (art. 284.1.1 Sr) door in café Iphone en bankpas te stelen en daarbij vuistslag uit te delen om aangever te dwingen hem los te laten en om vlucht mogelijk te maken en bezit van gestolene te verzekeren. Eendaadse samenloop of meerdaadse
Tegen verzoeker is een strafrechtelijk financieel onderzoek aanhangig. Geoordeeld dat de inbeslaggenomen voorwerpen nog steeds dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een door de rechter op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontnemi
-
Medeplegen vervoeren van 5 kilo cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep v.zv. gericht tegen in eerste aanleg gegeven vrijspraak t.z.v. medeplegen poging tot uitvoeren van cocaïne. Ne bis in idem, art. 68 Sr. Beroep op niet-
Vordering wijziging tenlastelegging. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte verweten gedraging is in de tll omschreven als verduistering van geld dat zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstb
Conclusie AG. Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld voor betrokkenheid bij meerdere moorden, een poging daartoe en deelneming aan een criminele organisatie. Art. 140 en 289 Sr. Middelen verdachte over o.m. uitleg en toepassing kroongetuigenregeling art. 226g e.v. Sv
Bestuursrechtelijke sanctie van huisverbod in combinatie met strafrechtelijke vervolging t.z.v. mishandeling, beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Huisverbod a.b.i. art. 2 Wet tijdelijk huisverbod punitieve sanctie? Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het huisverbod opgelegd door d
Art. 313 Sv. Vordering wijziging tll. “Hetzelfde feit”. HR herhaalt relevante toetsingskader uit HR LJN BM9102. De tll is toegesneden op art. 416/417bis Sr en de vordering wijziging tll. op art. 321 Sr. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten
Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit LJN BM9102. In het onderhavige geval is zowel het verschil in de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken als het verschil in de strafmaxima die op de onderscheide
Verzoekschrift ex art. 526.1 Sv tot regeling van rechtsgebied. Van ‘dezelfde zaak’ a.b.i. art. 525.1.1 Sv is geen sprake als het gaat om de strafvervolgingen van mededaders van hetzelfde feit.
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wat dient in art. 591a.1 en 591a.2 Sv te worden verstaan onder ‘de zaak’ en wanneer is voldaan aan in die bepalingen voor vaststelling van vergoeding gestelde voorwaarde uitgedrukt in woorden ‘Indien de zaak eindigt zonder oplegging v
Art. 68 Sr; art. 96 lid 2 Sr; art. 140a Sr; EVOS. Veroordeling wegens deelname in Syrië aan een organisatie met terroristisch oogmerk (IS) en voorbereidingshandelingen daartoe. Beroep op ne bis in idem- beginsel. Rechtsmacht.
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datze
Conclusie AG. Valsheid in geschrift (doen van onjuiste belastingaangiften). Klachten over bewijs opzet en verwerping van beroep op pleitbaar standpunt. Klachten over strafoplegging, waarbij rekening is gehouden met het grootschalige karakter van de delicten als omstandigheid waar
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperk
Economische strafzaak. Strafvervolging voor dezelfde feiten als waarvoor eerder door de staatssecretaris een subsidiekorting is opgelegd. Het hof is van oordeel dat de onderhavige strafvervolging een inbreuk vormt op het beginsel dat iemand niet tweemaal kan worden vervolgd en b
Vordering wijziging tll., art. 313 Sv. “Hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte verweten gedraging is in de tll. omschreven als uitlokking van meineed d.m.v. bedreiging op 15 augustus 2006 kennelijk te Ams
1. Vordering wijziging tll. en “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr. Art. 69.1 en 69.2 AWR. Niet doen en onjuist/onvolledig doen van belastingaangifte. 2. Bewijsklacht. Ad. 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De tll. onder 2, tweede onderdeel
1. Geen schending van art. 68 Sr bij gelijktijdige vervolging. 2. Geen eendaadse samenloop tussen art. 141 Sr en art. 306 Sr. 3. Rechter kan buiten de terechtzitting – bijv. bij beraadslaging na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting – kennis nemen van aan de processtukken
1. Wijziging tenlastelegging, hetzelfde feit ex art. 68 Sr. 2. Het woord “opzettelijk” in de tenlastelegging mbt economische delicten. Ad 1. ‘s Hofs oordeel dat de toegelaten wijziging niet tot gevolg heeft dat de onderhavige tll niet langer hetzelfde feit ex art. 68 Sr inhoudt,