-
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG in de zaak Guus K. over medeplichtigheid aan het medeplegen van oorlogsmisdrijven en medeplegen van opzettelijke overtredingen van VN-wapenembargo’s in de tweede Liberiaanse burgeroorlog tussen 1999 en 2003. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep t
Militaire zaak. Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. In aanmerking genomen dat art. 139f Sr door de strafbaarstelling van het maken van een geheime opname strekt tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, terwijl in
OM-cassatie. Art. 68 Sr en 313 Sv. Afwijzing vordering tot wijziging tll. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte primair verweten gedraging is in de tll omschreven als - kort gezegd - doodslag, en in de vordering tot wijziging van d
Toewijzing vordering wijziging tll. Sprake van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr? Art. 304 Sr juncto art. 303 en art. 45 Sr en art. 6 WVW of art. 5 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102 m.b.t. aan te leggen beoordelingsfactoren of sprake is van “hetzel
-
Onderzoek 26Douglasville. Veroordeling in verband met de voorbereiding van ernstige geweldsdelicten (waaronder gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade) en deelneming criminele organisatie. Verdachte is de leider van een criminele organisatie en de initia
Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs door bij staandehouding ID-bewijs op naam van neef te overhandigen, art. 231.2 Sr. Is sprake van hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr na toewijzing vordering wijziging tll. a.b.i. art. 313 Sv, waarbij aan tlgd.
Wots-zaak. Overname van een in België opgelegde straf. Detentieduur. Art. 44 van het Europees verdrag inzake de geldigheid van strafvonnissen, Trb. 1971, 137 (EVIG) jo. art. 31.1 WOTS en de VI-regeling. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1570 en ECLI:
Beroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt het beroep.
Uitspraak in Piranha-onderzoek. Verdachte is, na verwijzing door de Hoge Raad, veroordeeld voor het deelnemen aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van wapens beide met een terroristisch oogmerk. Verschillende niet-ontvankelijkheidsverweren, gebaseerd op het ‘ne
68 Sr. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van "hetzelfde feit", dient de rechter in de situatie waarop art. 313 Sv ziet de in de tenlastelegging en de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven verwijten te vergelijken. De HR formuleert relevante ve
Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied, art. 526.1 Sv. Verzoek berust op stelling dat sprake is van geschil over rechtsmacht a.b.i. art. 525.1.1 Sv, omdat verzoeker bij Rb Limburg en hof ’s-Hertogenbosch gelijktijdig voor ‘dezelfde zaak’ wordt vervolgd. Daartoe wordt i.h.b.
Themazitting art. 197 Sr – Derdelander met inreisverbod – Uiteenzetting juridisch kader. Anders dan bij EU-onderdanen bestaat bij onderdanen van derde land voor ‘ex nunc-toets’ van actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging geen juridische grond. Het in art. 197 Sr omsc
OM-cassatie en cassatie verdachte. Overtreding gebiedsverbod (meermalen gepleegd), art. 184.1 Sr. Strafvervolging vanwege overtreding van bestuurlijk gebiedsverbod nadat RC vordering tul van vervangende hechtenis wegens niet naleving van datzelfde gebiedsverbod (als vrijheidsbepe
Deelname aan een organisatie met het oogmerk tot het plegen van terroristische misdrijven, diefstal en oplichting. De verdachte heeft met mededaders in Somaliland en Zuid-Afrika deelgenomen aan een aan IS gelieerde terroristische organisatie, die het oogmerk had om aanslagen voor
Conclusie AG in strafzaak met langdurige bijstandsfraude, witwassen en het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA. Middelen over onder meer 1. de vraag of een strafkorting op de bijstandsuitkering van de verdachte wegens bijstandsfraude in de weg staat aan strafvervolging ter zake
Easy life. Vordering wijziging tll., art. 313.2 Sv en art. 68.1 Sr. Verdachte is in e.a. t.a.v. één en hetzelfde geldbedrag veroordeeld t.z.v. oplichting (feit 2) en vrijgesproken van verduistering (feit 3), waarna alleen verdachte h.b. heeft ingesteld. OM heeft in h.b. gevorderd
1. Una via beginsel. Art. 243.2 Sv. Art. 5:44 Awb. De klacht berust op de opvatting dat het ‘una via-beginsel’ a.b.i. in art. 243.2 Sv en art. 5:44, eerste lid, Awb in onderlinge samenhang bezien, zo moet worden uitgelegd dat een opgelegde bestuurlijke boete steeds aan een strafv
Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte ter zake van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Naar aanleiding van de schriftelijke mededeling van genoemde overtreding heeft het CBR het aan verdachte afgegeven rijbewijs
Profijtontneming. Art. 511b.1 en 4. Sv, termijn (afzonderlijke) ontnemingsvordering en oproeping ter terechtzitting (ttz). Het Hof heeft geoordeeld dat de vanwege de OvJ uitgebrachte ontnemingsvordering van 28 december 2005, gelet op de datum van de uitspraak in eerste aanleg op
-
Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] boetes opgelegd van in totaal € 22.800,00 wegens zes overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] heeft een hoveniersbedrijf dat ook soms sloopwerkzaamheden ui
Niet ontvankelijkheid OM in de vervolging ter zake de criminele organisatie wegens veroordeling inzake Douglasville door het hof Amsterdam op 20 december 2023. Invloed art. 63 sr op de hoogte van de straf.
Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de hantering van het ‘hoogst-onwaarschijnlijk’-criterium, ook in verband met de rechtspraak van het EHRM en aan de (on)mogelijkheden van een hernieuwd beklag in de zin van art. 552a Sv. Volgens de AG