Huurrecht; procesrecht. Prejudiciële vragen. Toetsing aanvangshuurprijs woning (art. 7:249 lid 1 BW en art. 11 en 12 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Energieprestatie en waarderingsstelsel (art. 5 lid 1, onder a jo. bijlage I, onder A, Besluit huurprijzen woonruimte). Kan
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 393 Rv
Genoemd in 231 uitspraken · Officiële wettekst
231 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Verbintenissenrecht. Prejudiciële vragen verband houdend met trits ‘hoofdelijke aansprakelijkheid’, ‘draagplicht’ en ‘regres’ bij verstrekking van lening of krediet en betrokkenheid van diverse, gelieerde vennootschappen.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vordering tot schadevergoeding van gewezen verdachte op grond dat van zijn onschuld is gebleken. Is het gebleken onschuld-criterium in strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huu
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten beschouwing moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw.
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Procesrecht. Vordering tegen meer gedaagden, die deels wel en deels niet in het geding verschijnen. Is art. 140 lid 3 Rv van toepassing, indien de zaak ten aanzien van de verschenen gedaagden wordt doorgehaald? Vonnis op tegenspraak of verst
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is omzetting van kerkgenootschap in privaatrechtelijke rechtspersoon (of andersom) mogelijk? Overeenkomstige toepassing van art. 2:18 BW? Omvang rechterlijke toetsing.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vervolg op HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2901, NJ 2014/428 en HvJEU 7 april 2016, ECLI:EU:C:2016:216. Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG. Moet ontslag
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
prejudiciële vraag, artikel 37 lid 1 Fw, ongerechtvaardigde verrijking
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurbemiddeling met betrekking tot huur van woonruimte, art. 7:425 BW. Plaatsing van een te verhuren woning op de website van een bemiddelaar. Is aanspraak op loon een noodzakelijke voorwaarde? ‘Dienen van twee heren’, art. 7:417 lid 4 en art. 7:
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking art. 6:44 BW (en art. 1433 (oud) BW). Bevoegdheid rechter om in B2B-relatie buite
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Vraag of art. 39 lid 1 Fw ook geldt voor de huur van roerende zaken. Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend.
Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Consumentenrecht. Telefoonabonnement met ‘gratis’ mobiele telefoon. Koop op afbetaling (art. 7A:1576 BW)? Goederenkrediet (art. 1, aanhef en onder a en e, Wck (oud))? Kredietovereenkomst (art. 7:57 lid 1, aanhef en onder c, BW)? Strekking overeenk
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in verbinding met art. 730 Rv, overeenkomstige toepassing art. 1019a lid 1 en 3, 1019b lid 3 en 4, en 1019c Rv. Geen fishing expeditions. Beginselen van proportionaliteit en subsidia
Prejudiciële vragen. Internationaal privaatrecht. Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om beslissing te geven op grond van art. 431 lid 2 Rv. Betekenis van HvJ EU 7 april 2022, C-568/20, ECLI:EU:C:2022:264 (J/H Limited). Vereiste belang bij beslissing in Nederlan
Ontvankelijkheidsbeoordeling 26/02339 PJV
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende beslissing door de kinderrechter en over een voorwaardelijk nieuw verzoek tot ondertoez
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Online gokken. Verbod om zonder vergunning gelegenheid te geven om via internet deel te nemen aan kansspelen; art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wet op de kansspelen (Wok). Deelnemers vorderen van exploitanten op diverse gronden vergoeding voor ge
Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd. Onevenredige bestraffing. Buitensporige last. Rechtsbescherming door de burgerlijke rechte
Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604
Prejudiciële vragen over online kansspelen. Afwijzing vordering van kansspelaanbieder tot voeging in de zaak waarin prejudiciële vragen worden gesteld.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Regeling in cao voor het middelbaar beroepsonderwijs over samenloop 'overige dagen' met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ongeoorloofd onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers? EU-richtlijnen over gelijke behandelin