Prejudiciële vragen over verzoek onderhoudsbijdrage jongmeerderjarige (art. 1:395a BW). Kan dit verzoek in de echtscheidingsprocedure tussen de ouders worden gedaan (art. 822 Rv en art. 827 Rv)?
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 393 Rv
Genoemd in 231 uitspraken · Officiële wettekst
231 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Kansspelzaak. Rolbeslissing. Afwijzing verzoek voortprocederen van kansspelaanbieder. In deze zaak hoeven niet ook prejudiciële vragen te worden gesteld en de beoordeling van deze zaak kan wachten totdat de Hoge Raad antwoord heeft gegeven op de voorgenomen prejudiciële vragen.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Betekenis van gehomologeerd akkoord voor niet voor verificatie vatbare vorderingen (art. 157 Fw), in verband met regel dat tijdens faillissement lopende rente niet vatbaar is voor verificatie (art. 128 Fw).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Op afstand gesloten overeenkomst; informatieplicht; tekst op bestelknop; vereiste dat daaruit op niet voor misverstand vatbare wijze blijkt dat consument betalingsverplichting aangaat (art. 6:230v lid 3 BW). Voldoet ‘bestelling
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Huurrecht. Procesrecht. Kan huurder/verhuurder zich na uitspraak voorzitter huurcommissie o.g.v. art. 7:262 BW rechtstreeks tot kantonrechter wenden zonder eerst in verzet te gaan bij huurcommissie en zo ja, binnen welke termijn?
Vonnis na prejudiciële beslissing. Art. 393 lid 10 jo 394 lid 2 Rv. Compensatie idzv ieder draagt eigen kosten. Vragen zijn ambtshalve gesteld en andere partijen zijn niet in de prejudiciële procedure verschenen..
Verzoek een latere vermelding toe te voegen aan geboorteakte van wijziging geslacht in “X”, danwel “waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld”, zonder of met een deskundigenverklaring. De rechtbank acht een deskundigenverklaring nodig op grond van wetsartikel 1:28a l
Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Overdracht publiekrechtelijke vermogensrechten. Vallen verhuurde fosfaatrechten in het faillissement van de huurder? Titelvereiste art. 3:84 lid 1 BW en bijzondere regeling Meststoffenwet. Arresten Dircks/Dircks en Agin/Libosan q.q.
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2020:10667 na prejudiciële beslissing ECLI:NL:HR:2021:1720; het Kadaster is voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende in de zin van artikel 25 lid 3 Wet op het notarisambt op een aandeel in het saldo van de notariël
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Draagmoederschap en internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht, erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissing en buitenlandse akte. Inschrijving van buitenlandse geboorteakte in registers burgerlijke stand. Draagmoeder en haar echtgeno
Prejudiciële vragen. Huurrecht. Heeft beslissing o.g.v. art. 7:267 lid 7 BW werking jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 7 BW ook van toepassing op contractuele medehuur en, zo ja, heeft de beslissing op grond van die bepaling dan ook werking jegens de verhuurder?
Verbintenissenrecht (art. 6:74 BW; art. 7:17 BW). Cessie van vorderingen uit mobiele telefooncontracten met ‘gratis’ toestel. Toerekenbare tekortkoming wegens levering van nietige c.q. vernietigbare vorderingen in het licht van prejudiciële beslissing van de Hoge Raad dat op het
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Algemene voorwaarden. Arbitraal beding. Verlof tot tenuitvoerlegging arbitraal vonnis gewezen tegen consument. Ambtshalve beoordeling door voorzieningenrechter van eerlijkheid (arbitraal) beding? Ambtshalve beoordeling door voo
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen rekeninghouder van bank te vorderen heeft. Kan bank zich na het peilmoment van art. 54 Fw verhalen op betalingen door derden aan die rekeninghouder die in rekening-couran
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht; Wwz. Doorbetaling loon na terecht ontslag op staande voet? In behandeling nemen niet nodig vanwege uitspraak (vandaag) in de zaak met nummer 17/04244.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). IPR. Welk recht is van toepassing op een verbintenis tot schadevergoeding bij grensoverschrijdende inbreuk op Europees mededingingsrecht (art. 4 lid 1 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad (oud))? Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prej
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verzekeringsrecht (WAM). Art. 11 lid 1 en art. 13 lid 7 WAM. Is de in het RDW-register vermelde WAM-assuradeur jegens een benadeelde verplicht dekking te verlenen voor een schadevoorval dat heeft plaatsgevonden op de dag waarop volgens het regis
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april 20
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Invloed van kindgebonden budget op partneralimentatie (art. 1:157 BW). Vermindering van behoefte voor zover het ontvangen kindgebonden budget uitgaat boven aandeel in kosten kinderen? Vervolg op prejudiciële beslis
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Onrechtmatige overheidsdaad, strafrecht. Kort geding over rechtsbijstand bij politieverhoor. Uitleg van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 (strafkamer). Toetsing in kort geding van beleid (Beleidsbrief OM “Raadsman bij verhoor
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet arbeid vreemdelingen. Bestuurlijke boeten opgelegd ter zake van illegale tewerkstelling. Is verhaalsbeding tussen werkgevers met betrekking tot bestuurlijke boeten nietig? Art. 3:40 BW.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Afwijzing loonvordering.