Kansspelzaak. Afwijzing vordering van kansspelaanbieder tot voeging in de zaak waarin prejudiciële vragen worden gesteld. De precedentwerking die mogelijk van de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen uitgaat voor de zaak van Trannel, brengt onvoldoende belang mee
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 393 Rv
Genoemd in 231 uitspraken · Officiële wettekst
231 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Prejudiciële vragen op voet art. 392 Rv. Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Truckkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per transactie of één vordering voor alle transa
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Acte clair en dus geen plaats voor behandeling?
Conclusie AG. Prejudiciële vraag rechtbank Overijssel over de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in strafzaken (§ 3), het
Prejudiciële vragen. Huurrecht woonruimte. Puntensysteem woningwaarderingsstelsel. Is er ruimte binnen het stelsel van art. 10 UHW, art. 5 BHW en onderdeel 9 bijlage I sub A BHW voor een hogere WOZ-waarde dan het daarin genoemde minimum, als de laatst bekende WOZ-waarde op de pei
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken gerechtshoven regels worden opgenomen over de omvang van p
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Renteswap. Onderliggende procedure geroyeerd; HR ziet af van beantwoording; art. 393 lid 9 Rv. Vragen gelijkluidend aan die, gesteld in zaak 18/03941 (nog in behandeling).
Prejudiciële vragen. Aanwijzing gecertificeerde instelling inhoudende schorsing van door rechter vastgestelde zorgregeling.de Reikwijdte van en verhouding tussen artikelen 1:265f en 1:265g BW. Toepasselijkheid HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1019 op art. 1:265f BW. Schorsing v
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verzekeringsrecht (WAM). Art. 11 lid 1 en art. 13 lid 7 WAM. Is de in het RDW-register vermelde WAM-assuradeur jegens een benadeelde verplicht dekking te verlenen voor een schadevoorval dat heeft plaatsgevonden op de dag waarop volgens het regis
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolg
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal publiekrecht. Conservatoir beslag op eigendommen van vreemde staten. Omvang immuniteit van executie. Verwijzing naar HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1387, NJ 2010/525 (Azeta/JCR en Staat), en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:45
Procesrecht. Incidentele vordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Belang (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206). Nadelige gevolgen van de uitkomst van de procedure waarin men zich voegt. Is mogelijke precedentwerking een voldoende belang?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenlease. Verbintenissenrecht. Ingangsdatum wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg (termijnbetalingen en aflossingen minus dividenduitkeringen). Dag van beëindiging effec
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Verzoek omzetting faillissement in schuldsanering, art. 15b Fw. Aan het verzoek(schrift) te stellen eisen, art. 15b lid 2 en 284 Fw. Is verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1, onder f, Fw vereist? Redelijke wetstoepassing. Re
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). WSNP. Mogelijkheid verlenging na einde schuldsaneringstermijn. Art. 349a lid 2 en 3 Fw. Lopen schuldsaneringsverplichtingen door in de periode gelegen tussen afloop schuldsaneringstermijn art. 349a lid 1 Fw en onherroepelijke beslissing omtrent
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) en wettelijke rente verschuldigd, ook over loon dat valt onder loongarantieregeling van art. 61 e.v. Werkloosheidsw
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) over non-binaire geslachtsregistratie in registers burgerlijke stand. X-registratie vraagt om keuzes van rechtspolitieke, juridische en beleidsmatige aard die zijn voorbehouden aan de wetgever. Prejudiciële vragen lenen zich niet voor beantwoordi
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele pleegzorg. Geschillenregeling over uitvoering voogdij na gezagsbeeïndiging? Concept wetsvo
Afwijzing verzoek tot herroeping. Uitleg volmacht, geen bedrog..
Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Op afstand gesloten overeenkomst; informatieplicht; tekst op bestelknop; vereiste dat daaruit op niet voor misverstand vatbare wijze blijkt dat consument betalingsverplichting aangaat (art. 6:230v lid 3 BW). Gehele vernietiging
Prejudiciële vragen op de voet van art. 392 Rv. Leidt de jurisprudentie van het HvJ in de arresten van 17 mei 2022 (ECLL:EU:C:2022:394 t/m 397) ertoe dat in verzetzaken tussen een handelaar en consument de wettelijke termijn van verzet buiten toepassing moet worden gelaten indien