prejudiciële vragen aan de Hoge Raad i.v.m. rechtsbijstandverzekering
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 393 Rv
Genoemd in 231 uitspraken · Officiële wettekst
231 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaardi
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de prejudiciële vragen zoals op grond van de Tijdelijke wet Groningen door de Rechtbank Noord-Nederland gesteld bij tussenuitspraak van 28 april 2023, in zaak nr. 22/2463T, in het geding tussen [eiser] tegen het Instituut M
Prejudiciële vragen op voet art. 392 Rv over non-binaire geslachtsregistratie (“X”-registratie) in registers burgerlijke stand. Eerste advies P-G op voet art. 393 Rv. Ontwikkelingen in wetgeving; opportuniteit beantwoording gestelde vragen.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Insolventierecht, schuldsanering. Vraag of het voorschrift van art. 356 lid 1 Fw dat een slotuitdelingslijst wordt opgemaakt, ook geldt voor boedels met een actief van minder dan € 2.000. Art. 4.3 van de Recofa-richtlijnen.
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Zijn schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, aan te merken als boedelschulden, verifieerbare concurrente faillissementsschulde
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht; transitievergoeding (art. 7:673 BW). Werknemer wordt na langdurige arbeidsongeschiktheid in een lager betaalde functie herplaatst; aanspraak op gedeeltelijke transitievergoeding? Betekenis van HR 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv) . Belastingrecht. Faillissementsrecht. Bevoegdheid Ontvanger tot verrekening op grond van art. 24 lid 1 Invorderingswet 1990 in faillissement fiscale eenheid. Toepasselijkheid en toepassing van art. 53 lid 1 Fw.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG en HvJEU 7 november 2013, zaak C-442/12, ECLI:EU:C:2013:717. Moet ontslagprocedure worden aangemerkt als ‘administratiev
Tussenarrest. Cassatie in het belang der wet. Valt eens per jaar uitgekeerd vakantiegeld onder de beslagvrije voet? Art. 475b e.v. Rv. Hoge Raad ziet aanleiding overeenkomstig art. 393 lid 2 Rv gelegenheid te geven tot het maken van schriftelijke opmerkingen. Overeenkomst tussen
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Caribische zaak. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Overheidsprivaatrecht. Belastingen. Vragen over rechtspositie van bestuurder van Curaçaose vennootschap die door Ontvanger aansprakelijk wordt gehouden voor openstaande belasting- en premie
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Geldigheid studiekostenbeding; Beroepsopleiding Advocatuur; noodzakelijke scholing; verplichting werkgever opleiding kosteloos aan te bieden?(Art. 7:611a lid 1, 2 en 4 BW).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Is schriftelijkheidsvereiste van art. 7:2 lid 1 BW van toepassing op koop door consument van bouwkavel? Koop van tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan.
Prejudiciële vragen HR Consumentenrecht Huurzaak vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2023:189. ontvankelijkheid in verzet na verlopen termijn, gezag van gewijsde als niet ambtshalve is getoetst op oneerlijke bedingen?
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Intellectuele eigendomsrecht. Handelsnaamwet (Hnw). Beschrijvende handelsnaam. Is voor bescherming o.g.v. art. 5 Hnw van beschrijvende handelsnamen zonder onderscheidend vermogen voldoende dat verwarringsgevaar bestaat, of zijn bijkomende omstandi
Contractenrecht. Faillissementsrecht. Vervolg van HR 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2729 (prejudiciële uitspraak). Curator van failliet aannemingsbedrijf vordert betaling van aanneemsommen voor meerwerk. Ontstaansmoment en opeisbaarheid; vervangende schadevergoeding; art. 6:87
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Renteswap. Onderliggende procedure geroyeerd; HR ziet af van beantwoording; art. 393 lid 9 Rv. Vragen gelijkluidend aan die, gesteld in zaak 18/03941 (nog in behandeling).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder firma. Arbeidsovereenkomst 'met de vof'; wie is als werkgever aan te merken? Pluraliteit van schuldenaren (art. 6:6 BW); hoofdelijke verbondenheid vennoten (art. 18 WvK).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht, Wwz. Transitievergoeding (art. 7:673 BW). Uitsluiting van werknemers die AOW-leeftijd hebben bereikt van recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 7, onder b, BW). Strijd met Richtlijn 2000/78/EG? Directe leeftijdsdiscriminatie;
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten vakantiedagen (art. 7:641 BW) een boedelschuld (art. 40 lid 2 Fw)? Geldt HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3819, NJ 2000/53 (LISV/Wilderink q.q.) nog na HR 19 april 20
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Kinderalimentatie; kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop in aanmerking nemen bij behoefte of bij draagkracht?
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat termijn van wettelijke schuldsaneringsregeling eerder aanvangt dan met toelatingsvonnis. Zijn afdrachten in voorafgaand faillissement dat is omgezet
Kansspelzaak. Afwijzing vordering van kansspelaanbieder tot voeging in de zaak waarin prejudiciële vragen worden gesteld. De precedentwerking die mogelijk van de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen uitgaat voor de zaak van Trannel, brengt onvoldoende belang mee
Conclusie P-G. Prejudiciële vraag over uitleg art. 6:6:21 lid 7 Sv (aftrek ondergane vrijheidsbeneming bij toewijzing vordering tul). Overwegingen over vereiste dat beantwoording van de vraag “nodig is om te beslissen” (art. 553 lid 1 Sv) en de mogelijkheid om vraag toch te beant