Kwalificatie overeenkomst. Hoewel de overeenkomst door partijen een huurovereenkomst woonruimte is genoemd, moet deze, alle omstandigheden in aanmerking genomen, worden gekwalificeerd als een beheerovereenkomst. Het is zelfs geen gemengde overeenkomst. De beheerovereenkomst is re
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Partiële ontbinding van een duurovereenkomst (commerciële hoofdverhuur van woonruimte) zonder terugwerkende kracht maar wel met ingang van een datum in het verleden (zie rov. 3.9.5 tot en met 3.9.10).
Huurrecht. Procesrecht. Voortzetting van huur door samenwoner na overlijden huurder (art. 7:268 BW). Vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg bieden (art. 7:268 lid 3 sub b BW). Financiële verwevenheid en gemeenschappelijke huishouding. Stelplicht en bewijslast. Gerechtelij
Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in verband met gevorderde contractuele boete en schadevordering in huurzaak.
Kort geding. Vordering tot toegang tot zelfstandige huurwoning. Blijkt onderhuur en huurovereenkomst tussen (onder)verhuurder als huurder en hoofdverhuurder is inmiddels beëindigd. Onderhuurder dient zich op basis van art. 7:269 BW te richten tot (hoofd)verhuurder). Vordering af
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid advocaat voor niet-tijdige betaling griffierecht. Geen schade
Vordering in kort geding tot ontruiming van een woning toegewezen. Huisbewaarderschap. Voorop moet worden gesteld dat de aanduiding van partijen van hun rechtsverhouding niet beslissend is voor de vraag hoe die rechtsverhouding moet worden gekwalificeerd. De huisbewaringsovereenk
Naar het oordeel van het hof heeft Sité onvoldoende gemotiveerd gesteld dat haar belang bij beëindiging van de huurovereenkomst zwaarder weegt dan het belang van [geïntimeerde] bij continuering daarvan. Sité heeft niet betwist dat [geïntimeerde] op basis van haar toewijzingsbelei
In dit kort geding vordert een gemeente als verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. Volgens de gemeente heeft de huurder geen recht meer om in de woning te verblijven, omdat de huur is geëindigd door het aflopen van de bepaalde tijd daarvan. De
Gedaagde verblijft zonder recht of titel in de woning en moet deze daarom verlaten. Hij heeft zich op enig moment uitgeschreven uit de woning om de financiele positie van zij inmiddels ex-partner te verbeteren (fiscale voordelen). Zij is een schuldsaneringstraject ingegaan. Gedaa
Voortzetting huurovereenkomst van overleden partner (art. 7:268 lid 2 BW). Belangen minderjarige kinderen wegen zwaar mee (art. 8 EVRM, art. 3 IVRK). Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:6960 (herstelvonnis)
Huurovereenkomst wordt ontbonden. Het in strijd met de huurvoorwaarden onderverhuren van een sociale huurwoning zoals huurder heeft gedaan, doet afbreuk aan het systeem van een evenwichtige woonruimteverdeling en ondermijnt het stelsel van sociale volkshuisvesting. Belangen van h
Huurecht woonruimte; procesrecht. Voorzetting huur door samenwoner (kleinzoon) ex art. 7:268 lid 2 BW na overlijden huurder (grootvader); toets gemeenschappelijke huishouding en duurzaamheid. Belang in cassatie.
Kort geding - huurovereenkomst - ontruiming woonruimte tav huurder - geen hoofdverblijf en onderhuur. Overweging tav onderhuurder.
Opzegging erfpacht wegens ernstig tekortschieten erfpachter in verband met schending zelfbewoningsplicht en verhuurverbod. Beëindiging voortgezette huurovereenkomst. Belangenafweging valt uit in voordeel van erfverpachter (woningcorporatie).
Vordering ontruiming woning na opzegging huur door Thuiszorg. Gecombineerde huur- en zorgovereenkomst. Onderhuurovereenkomst. Het zorgelement is niet doorslaggevend. Geen rechtsverhouding meer tussen partijen. Thuiszorg niet-ontvankelijk verklaard.
Geïntimeerde is eigenaar van een woning. Zij heeft de woning in beheer gegeven aan een vennootschap die zich richt op het tijdelijk beheer van leegstaande panden. Appellanten en die vennootschap zijn in 2006 een overeenkomst met die vennootschap aangegaan betreffende het gebruik
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Onderhuur contractueel toegestaan? Uitleg overeenkomst, Haviltex. Wettelijk verbod van onderverhuur (art. 1595 (oud) BW).
Kort geding. Huur-onderhuur constructie in het kader van project begeleid wonen. Onderhuurder beroept zich op bescherming van 7:269 BW. Hof: woonbegeleidings- en (onder)huurovereenkomst zijn zodanig nauw aan elkaar verbonden dat het eindigen van de eerste ook de aanspraak op woon
Huur woonruimte. Kort geding tot ontruiming. Na opzegging door huurder van hoofdhuurovereenkomst weigert onderhuurder te vertrekken. Hoofdhuurder, die zijn reeds aanvaarde opzegging heeft willen intrekken, terecht tot ontruiming veroordeeld. Ook onderhuurder is tot ontruiming ve
Geen sprake van onderhuur danwel medehuur, zodat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft.
Kort geding. Executiegeschil.
Kort geding. Huur. Ontruiming.
Het betreft de ontruiming van een bedrijfspand (viswinkel/visrestaurant) wegens niet voldoen aan de exploitatieverplichting en structurele te late huurbetaling en ontruiming van de bovenwoning wegens overbewoning.
Huur woonruimte. Kort geding. Een eigenaar/hoofdverhuurder vordert ontruiming door een onderhuurder na het faillissement van de huurder/onderverhuurder. De onderhuurovereenkomst is door de latere failliet gesloten met een groep personen. De vraag is of de onderhuurovereenkomst be