Een Amsterdammer moet binnen twee maanden uit zijn ouderlijk huis in Nieuw-West vertrekken. Dat heeft de kantonrechter bepaald.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Op het moment dat een huurster komt te overlijden, heeft zij enkele maanden betalingsachterstand. Haar volwassen zoon woont op dat moment bij haar in, maar hij is geen medehuurder. De verhuurder heeft gevorderd dat de zoon wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van
Bewoning zonder recht of titel. Vordering tot ontruiming wordt toegewezen.
Kort geding. Huur woonruimte. Ontruimingsvordering terecht toegewezen omdat duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen de (inmiddels overleden) huurster en haar kleinzoon (appellant) niet aannemelijk is geworden.
Beroep op artikel 7:268 afgewezen omdat geen sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen de zoon en de (inmiddels overleden) moeder. De ontruimingsvordering is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de beslissing eerst in kracht van gewijsde moet zij
Een man die na het overlijden van zijn moeder in 2017 in haar huurwoning in Amsterdam-Oost bleef wonen, moet daar vertrekken.
Kort geding Vordering ontruiming na overlijden huurster toegewezen. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding grootmoeder met kleinzoon. Beroep op artikel 7:268 lid 2 BW slaagt niet.
Na overlijden van moeder, huurder van woonruimte, vraagt 62-jarige zoon, die circa tien jaar geleden opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Gelet op de jarenlange inwoning en de intensieve mantelzorg voor moeder door de zoon, komt de kantonrechter
Toewijzing incidentele vordering ex artikel 351 Rv tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Verhuurder heeft geen, althans onvoldoende uitzonderlijke omstandigheden aangevoerd om de veroordeling van huurder tot ontruiming in afwijking van het bepaalde in artikel 7
Procesrecht. Huur woonruimte. Eigenaar vordert verklaring voor recht dat gedaagde zonder recht of titel in woning verblijft. Verweer dat huurovereenkomst bestaat. Stelplicht en bewijslast.
Vordering verhuurder tot ontruiming afgewezen. Overlijden van de huurder, tevens onderverhuurder, leidt niet tot einde huurovereenkomst. Op grond van de strekking van het Zonshofje-arrest is artikel 7:268 lid 6 BW niet op de hoofdhuurovereenkomst van toepassing.
huurrecht woonruimte; voortzetting huur door samenwoner na overlijden huurder; duurzame gemeenschappelijke woonruimte, artikel 7:268 lid 2 BW
Art. 7:268 BW; overlijden huurder. Zoon doet een beroep op medehuurderschap. Vordering afgewezen nu niet blijkt dat de zoon zijn hoofdverblijf had in het gehuurde, niet blijkt van een gemeenschappelijke huishouding en niet aannemelijk is geworden dat de zoon in staat is de huur t
Verzet-arrest. Bewijslast van stelling dat bewoner geen huurder is. Dagvaarding nietig?
Huur woonruimte. Is er ook een huurovereenkomst tot stand gekomen met de inmiddels meerderjarige zoon van de oorspronkelijke huurders? Bewijslastverdeling.
huur; ontruiming wegens verboden onderhuur en verboden wijziging gehuurd
Huurzaak. De vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:268 lid 2 BW wordt bevestigend beantwoord. Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt toegewezen.
Beëindiging huurovereenkomst met onderhuurder; geen zelfstandige woonruimte ex artikel 7:234 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2014:5398 en ECLI:NL:GHAMS:2015:903.
Huur woonruimte. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden partner? Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding vastgesteld.
Voortzetting van ECLI:NL:GHSHE:2014:2656 Huur woonruimte. Duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Uitvliegen 36-jarige zoon.
Huurzaak, vordering ex art. 7:268 lid 2 BW afgewezen, duurzaam gemeenschappelijke huishouding
buitengerechtelijke ontbinding ex artikel 7:231 BW
Vordering tot ontruiming in kort geding wegens - onder meer - ongeoorloofde onderhuur van een kamer in het gehuurde.
Huurrecht. Verstekzaak. Medehuur?
Huurrecht. Verzoek tot aanmerken van ‘samenwoner’ als huurder, art. 7:267 BW. Verzoek nog mogelijk na beëindiging van duurzame gemeenschappelijk huishouding? Omstandigheden van het geval.