Vordering voortzetting huur, duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen vader en zoon, artikel 7:268 lid 2 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
huur; art. 7:268 lid 2 BW; huurster (pleegouder van inwonende kleinkinderen) overlijdt; inwonende dochter had geen duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar moeder en (klein)kinderen.
Huur. Zoon na overlijden huurster in de woning gebleven. Vordering ontbinding in conventie, voortzetten op eigen naam (7:268 BW) in reconventie. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding aangetoond. Toewijzing vordering in conventie.
huurrecht, kort geding, vordering tot ontruiming toegewezen, overlijden huurder, voortzetting huur door ex-echtgenoot? niet voldaan aan voorwaarden 7:268 BW
huur standplaats; ontruiming; vordering voortzetting huurovereenkomst ex art. 7:268 lid 2 BW op grond van hoofdverblijf en gemeenschappelijke huishouding met moeder afgewezen; bekrachtiging Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:3256 en ECLI:NL:GHAMS:2019:4069.
Kort geding. Artikel 7:266 BW. Echtgenoot van overleden huurder geen medehuurder. Geen hoofdverblijf in de woning en geen intentie daartoe. Onrechtmatig verkregen bewijs. Gevorderde ontruiming sociale huurwoning toegewezen. Coronamaatregelen.
uitspraak na tussenvonnis, voortzetting huur na overlijden ex artikel 7:268 BW, duurzame gemeenschappelijke huishouding, vordering in conventie afgewezen, ontruiming toegewezen, veroordeling tot ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard
voortzetting huurovereenkomst na overlijden hurende ouder; artikel 7:268 lid 2 BW. Uitgevlogen kind dat terugkeert bij hurende zieke moeder na overlijden vader. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, niet voldaan aan verzwaarde stelplicht
Huur woonruimte. Na overlijden van de huurder blijft de kamerhuurder in de woning achter, zonder dat de verhuurder van het overlijden op de hoogte wordt gesteld. Huur blijft betaald worden van dezelfde rekening als voor het overlijden. Aansprakelijkheid van erfgenaam voor de nako
Art. 7:267, lid 3 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding die reeds 50 jaar duurt van moeder en dochter met licht verstandelijke beperking
Na overlijden grootmoeder vordert kleinzoon voortzetting van de huur van de standplaats. Niet alleen het ontbreken van een huisvestingsvergunning maar ook het niet voldoen aan de vereisten van het hebben van hoofdverblijf en het met de overledene gevoerd hebben van een duurzame g
Artikel 7:268 lid 2 BW. Niet voldaan aan (verzwaarde) stelplicht ten aanzien van de vereiste gemeenschappelijke huishouding. Ambtshalve oordeel over de proceskosten.
Voorzetting huur door inwonende zoon na overlijden moeder? Terugkeerder. Artikel 7:268 BW. Hoofdverblijf. Duurzame, gemeenschappelijke huishouding. Financiën. Uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de vordering tot ontruiming?
Duurzame gemeenschappelijke huishouding ex artikel 7:268 lid 2 BW? Geen reconventionele vordering voor het eerst in hoger beroep.
Een zoon die met zijn moeder tot haar dood in haar sociale huurwoning in Amsterdam-Noord woonde, mag daar blijven wonen. Hij mag de huurovereenkomst voorzetten omdat zij een duurzaam en gemeenschappelijk huishouden hadden.
Een volwassen zoon die bij zijn moeder in Amsterdam-West woonde, moet de sociale huurwoning verlaten nadat zijn moeder is overleden en hij onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij een duurzame gezamenlijke huishouding hadden.
28 jarige dochter die altijd samen met moeder heeft gewoond, mag na overlijden moeder blijven wonen in huurwoning (artikel 7:268 lid 2 BW)
Kort geding, ontruiming. Een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen moeder en dochter valt niet uit te sluiten. Ontruiming wordt afgewezen.
Incident ex artikel 351 Rv tot schorsing tenuitvoerlegging. Geen klaarblijkelijke misslag. Geen misbruik van executiebevoegdheid.
Voortzetting huur samenwoner na overlijden huurster. Na het overlijden van oma, die samen met moeder belast is met de zorg over drie kinderen, vordert moeder voortzetting van de huurovereenkomst. Niet gebleken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Voortzetting huurovereenkomst op eigen naam na overlijden ouder(s). Criteria. Gemeenschappelijke huishouding in dit geval onvoldoende onderbouwd.
Verblijf in huurwoning zonder recht of titel. Huurachterstand. Voortzetting huur ex artikel 7:268 lid 2 BW? Termijn verstreken. Beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Ontruiming.
Huurovereenkomst, hoofdverblijf na opname in verzorgingstehuis
geen duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:268 BW tussen moeder en zoon
Vordering tot ontruiming van een sociale woningstichting na overlijden huurder. Beroep van ‘achterblijver’ op (analoge) toepassing van artikel 7:266 BW of artikel 7:267 BW. Sauvering van de overschrijding van de zesmaandstermijn van artikel 7:268 lid 2 BW?