vordering ex artikel 7:268 lid 2 BW. Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst door medebewoner na overlijden van huurder. In casu is er sprake van zulke bijzondere omstandigheden dat zoon geacht kan worden een duurzame gemeenschappelijke huishouding te hebben gevoerd.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Huur woonruimte; vordering voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder; vordering een dag te laat ingediend; verzoeker niet-ontvankelijk; ook bij tijdig indienen vordering zou verzoek zijn afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker hoofdverblijf in gehuurd
Huurzaak. Zoon gaat op 44-jarige leeftijd weer bij moeder inwonen en wenst na haar overlijden de huurovereenkomst voort te zetten op grond van artikel 7:268 lid 2 BW (duurzame gemeenschappelijke huishouding). Vordering afgewezen omdat een gemeenschappelijke huishouding niet aanne
huur woonruimte
Voortzetten huur na overlijden huurder ex art. 7:268 BW. Vanuit een crisissituatie gaat een meerderjarige dochter in 2008 bij haar vader wonen. In 2013 overlijdt de vader. De verhuurder weigert de huur van de woning door de dochter te laten voortzetten. Haar vordering ex art. 7:2
Vordering tot voortzetting huurovereenkomst ex art. 7:268 lid 2 BW. Vordering afgewezen. Naar vaste rechtspraak gaat het bij de bepaling van de duurzaamheid niet alleen om factoren die objectief gezien kunnen wijzen op het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding,
Geschil over de vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:269 lid 2 BW tussen moeder en meerderjarige zoon. Het hof beantwoordt deze vraag, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, ontkennend. De vordering van de zoon om d
Huur woonruimte. Na overlijden huurster vraagt zoon (dan 25) de huurovereenkomst te mogen voortzetten. Duurzame gemeenschappelijke huishouding? Verzorging c.q. ondersteuning van steeds zieker wordende moeder daartoe niet voldoende.
Huurrecht, art. 7:268 BW. Vraag of bewoner na overlijden van de huurder langer dan 6 maanden in het gehuurde mag blijven. Contra-indicaties voor voor de daarvoor vereiste duurzame gemeenschappelijk huishouding.
Artikel 7:268 BW. Volwassen zoon vordert voorzetting huurovereenkomst tussen verhuurder en overleden moeder. Bijzondere omstandigheden worden doorslaggevend geacht. Verder beoordeling van de vraag of tussen partijen een nieuwe hurovereenkomst tot stand was gekomen.
Vordering tot voortzetting huur op de voet van artikel 7:268 lid 2 BW. Duurzame gemeenschappelijke huishouding?
Voortzetting huur na overlijden – standplaats - - afstemming Huisvestingswet en huurrecht – huisvestingsvergunning – duurzame gemeenschappelijke huishouding - tweeconclusieregel – erkenning – interveniërende partij Verhuurder kan niet meer terugkomen van erkenning dat het gehuurd
procesrecht / huurrecht / vordering pro se en niet namens gezamenlijke erfgenamen / bruikleen met een hoogst persoonlijk karakter en geen huur woonruimte /
Art. 80a lid 1 RO. Huur woonruimte. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden hoofdhuurder? Art. 7:268 lid 2 BW.
Korte ontruimingstermijn woning.
Huurzaak. Beroep op voortzetting van de huurovereenkomst door zoon na overlijden van moeder. Aan eis van duurzame gemeenschappelijke huishouding wordt echter niet voldaan zodat de vordering van de zoon wordt afgewezen. De vordering van verhuurster tot ontruiming van de woning wor
Huurrecht woonruimte. Voortzetting huur na overlijden van de moeder. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding kan worden vastgesteld. Volgt afwijzing.
Cassatie in belang der wet; niet-ontvankelijkheid; art. 78 lid 6 RO. Vordering verhuurder tot ontruiming na overlijden huurder; erfgenamen onbekend. Wijze van dagvaarden van onbekende erfgenamen. Niet-toepasselijkheid art. 53 en art. 54 lid 2 Rv. Mogelijkheid tot benoeming vereff
Vordering tot voortzetting van de huur na overlijden van huurder (artikel 7:268 BW). Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen grootmoeder, de overleden huurster, en haar inwonende kleindochter met vriend. De kantonrechter acht de kans dat de vo
Vordering op erflater; mogelijkheid van verhaal op de erfgenamen; boedelregister. Termijnstelling bij beschikking kantonrechter voor aanvaarding nalatenschap door erfgenamen, art. 4:192 lid 2 BW. Inschrijving beschikking in boedelregister rechtbank; exploot van betekening aan erf
Vordering op erflater; mogelijkheid van verhaal op de erfgenamen; boedelregister. Termijnstelling bij beschikking kantonrechter voor aanvaarding nalatenschap door erfgenamen, art. 4:192 lid 2 BW. Inschrijving beschikking in boedelregister rechtbank; exploot van betekening aan erf
Huurzaak. Feitelijk gebruiker van een door de gemeente verhuurde standplaats voor een woonwagen vordert na overlijden van huurster, zijnde zijn overgrootmoeder, dat zal worden bepaald dat hij als medehuurder in de zin van artikel 7:268 lid 2 BW zal worden aangemerkt. Evenwel is n
meerderjarig inwonend kind vraagt voortzetting huurovereenkomst na overlijden van moeder, die contractuele medehuurder is. Verzoek afgewezen doordat huurovereenkomst met elders wonende vader, die ook contractuele medehuurder is, door verhuurder wordt voortgezet en meerderjarig ki
Vordering tot ontruiming. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij de huurovereenkomst heeft voortgezet omdat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Gedaagde beschikt niet over een huisvestingsvergunning.
Geen sprake van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden tussen kleindochter en grootmoeder, gelet op de bedoeling die partijen hadden bij de samenwoning, te weten het verzorgen van de zieke grootouder totdat zij zou komen te overlijden.