Huur woonruimte. Voortzetting huur door 59-jarige zoon na het overlijden van zijn moeder die huurder was. Duurzame gemeenschappelijke huishouding kan niet worden aangenomen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Huur woning; verzoek voortzetting huur 21-jarige zoon afgewezen. (art 7: 268 BW).
Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst ex art. 7:268 lid 2 BW. De kantorechter wijst het verzoek af, nu niet is komen vast te staan dat eiser een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met zijn inmiddels overleden vader.
vordering ex artikel 7:268 lid 2 BW. Broer en zus met haar gezin (man, vrouw, kind) stellen duurzaam te zijn gaan samenwonen met dame van 88 (geen familie) in 4-kamerwoning van ca 60m2 gelegen naast de woning van de ouders van de broer en zus.
Voortzetting van tussenuitspraak van 6 april 2010, LJN BT7459 Huurzaak.
VORDERING IN KORT GEDING VAN TOEGELATEN INSTELLING EX ART. 70 WONINGWET TOT ONTRUIMING DOOR DE ZOON VAN DE DOOR ZIJN OVERLEDEN MOEDER GEHUURDE WONING Zoon is voornemens een vordering ex artikel 7:268 lid 2 BW in te stellen. Voorzieningenrechter overweegt dat in kort geding de ont
Voortzetten huur na overlijden wegens duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Huisvestingsverordening.
Huurzaak. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden ouders door meerderjarige zoon met eigen kinderen. Woonplaats in Nederland of elders? Woning is volgens verhuurder een seniorenwoning.
Huur woonruimte; verzoek tot medehuurderschap (art. 7:267 BW) althans tot voortzetting voor onbepaalde tijd op de voet van art. 7:268 lid 2 BW; gebrek aan belang door ontruiming krachtens kortgedingvonnis? Dat tenuitvoerlegging kortgedingvonnis gevolgen heeft die bezwaarlijk onge
Zoon bewoont sociale huurwoning van zijn onlangs overleden vader. Woningbouwvereniging vordert ontruiming. Zoon stelt dat hij in aanmerking komt voor medehuurderschap omdat hij jarenlang bij zijn hulpbehoevende vader heeft ingewoond om hem te verzorgen en dus met vader een duurza
Art. 7:268 BW. Duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen (overleden) moeder en meerderjarige zoon aangenomen
Executiegeschil. Niet kan worden aangenomen dat het vonnis van de kantonrechter op een evidente juridische misslag berust. Evenmin is gesteld of gebleken dat aan de zijde van eiseres een noodtoestand is/zal ontstaan ten gevolge van na dat vonnis voorgevallen of aan het licht geko
Beroep op medehuurderschap afgewezen. Geen hoofdverblijf als bedoeld in artikel 7:628 lid 2 BW
Eiseres verhuurt woningen. Zij vordert ontruiming van de door gedaagde bewoonde woning. Gedaagde is de dochter van de oorspronkelijke huurder. Volgens eiseres verblijft gedaagde zonder recht of titel in de woning. Gedaagde is geen medehuurder in de zin van artikel 7:267 BW noch h
Vordering voortzetting huur na overlijden afgewezen. Duurzame gemeenschappelijke huishouding is onvoldoende onderbouwd. Bovendien is aan de stelplicht niet voldaan. Ontruiming toegewezen, maar de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen.
Vordering in kort geding tot woningontruiming in afwachting van een vordering in hoofdzaak bij de kantonrechter ex artikel 7:268 lid 2 BW tot voortzetting van de huur door samenwoner, de zoon, na het overlijden van de huurder, de moeder. Spoedeisend belang. Belangenafweging. Van
Medehuurderschap inwonende zoon. Artt. 7:267 en 7:268 BW
Vordering tot ontruiming die niet is gegrond op een (beëindigde) huurovereenkomst, maar op een gebruik zonder recht of titel. Over de bevoegdheidsvraag refereert gedaagde zich aan het oordeel van de kantonrechter, waarna de kantonrechter zich onbevoegd acht en de zaak verwijst n
Voortzetting huur woning na overlijden van huurster. Medehuur? Waarschuwingsplicht verhuurder?
Huurrecht. Medehuurderschap. Voorwaarden. Beroep op hardheidsclausule toewijzingsbeleid afgewezen.
Medehuur. Ontruiming woning waar derde na overlijden van huurder is blijven wonen; vervolg op HR 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244 (81 RO).
Redelijke toepassing artikel 7:270a BW brengt mee dat het niet melden aan de verhuurder van het overlijden van de huurster (opzettelijk of door onwetendheid met dit overlijden) voor risico van de onderhuurder komt. Termijn van 7:269 lid 2 BW gaat pas in op het moment dat de verhu
Bij tussenvonnis is eiseres in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zij met haar moeder een duurzame huishouding voerde. Eiseres heeft een aantal getuigen aangezegd. Op het tijdstip dat het getuigenverhoor zou plaatsvinden zijn de getuigen niet verschenen. Eiseres heeft ook
Artikel 4:193 BW. Einde huur na overlijden huurder. Erven verplicht tot ontruiming.
Huurgeschil over nakoming van een overeenkomst tot de beëindiging van een huurovereenkomst aangaande ambtswoning van een overleden predikant; uitleg beëindigingsovereenkomst, 81 RO.