Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:242 BW
Genoemd in 80 uitspraken · Officiële wettekst
80 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële procedure op voet art. 392 Rv. Coronacrisis en huur van 290-bedrijfsruimte. Levert verplichte sluiting gehuurde horecapand een gebrek op (art. 7:204 lid 2 BW)? Is coronacrisis een onvoorziene omstandigheid (art. 6:258 BW)? Uitgangspunten bij bepaling van de huurprij
Verbintenissenrecht. Medische behandelingsovereenkomst. Complicaties ontstaan door gebruik van 'Miragelplombe' bij oogoperatie. Vraag of sprake is van tekortkoming indien een zaak is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is maar op grond van later opgekomen
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:446 BW). Gebrekkige PIP-borstimplantaten, waarmee gefraudeerd is door de producent. Tekortkoming van ziekenhuis? Toerekenbaarheid? (Art. 6:74 BW, art. 6:75 BW, art. 6:77 BW).
Huurovereenkomst van pand aan instelling t.b.v. de bewoning door cliënten van de instelling met een indicatie o.g.v. de Wlz. Geschil over gebreken (lekkage en schimmelvorming) en huurprijsvermindering vanwege die gebreken. Volgens het hof betreft het huur van bedrijfsruimte. In d
Zonwering en keukenapparatuur: roerend of onroerend?
Huurgeschil. Overlast veroorzaakt door andere huurders, bestaande uit schelden, pesten, discriminerende opmerkingen, vernielingen en bedreigingen. In eerste aanleg is de verhuurder veroordeeld om een andere huurwoning aan de huurder ter beschikking te stellen. De verhuurder heeft
Huurrecht. Omvang gehuurde. Uitzondering op verplichting verhelpen gebreken (art. 7:206 lid 1 BW).
Verbintenissenrecht. Schadestaatprocedure na veroordeling verhuurder tot vergoeding schade (onder)huurders na onterechte ontruiming. Gederfde huurinkomsten en winst. Verlies van bij ontruiming afgevoerde zaken.
Vordering in kort geding tot ontruiming woonruimte. Verhuur van “kluswoning”. Strijd met dwingendrechtelijke gebrekenregeling? Spoedeisend belang, mede gelet op de voorziene sloop van het huizenblok? Hoger beroep van vonnis in kort geding van de kantonrechter van de rechtbank Zee
Huur sociale woonruimte. Artikel 7:216, lid 3 BW. Ongerechtvaardigde verrijking? Met toestemming van verhuurder door de huurder gebouwde garage, zonder daarop gebaseerde huurverhoging. Vergoeding voor de huurder bij einde van de huurovereenkomst? Bij de vraag of een verarming van
Huurrecht Woonruimte. Vervolg op HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726, NJ 2016/449. De verhuizing tijdens de werkzaamheden aan de huurwoning was noodzakelijk door de renovatiewerkzaamheden. De huurder heeft recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW). Samen
Terugvordering borgsom toegewezen. Verhuurder mocht de kosten voor schilderwerk niet verrekenen met de borg. Strijd met artikel 6:224 BW.
Kort geding. Vorderingen in conventie tot ontruiming en betaling huurachterstand toegewezen. Vorderingen in reconventie die zijn gebaseerd op vermeende gebreken aan de woning zijn afgewezen. Gedaagde is veroordeeld in de proceskosten.
Huurovereenkomst woonruimte. Geliberaliseerde huur. Diverse geschilpunten. Minimumduurclausule in huurovereenkomst is nietig wegens strijd met artikel 7:271 lid 3 en 6 BW. Huurders mochten de huurovereenkomst binnen het eerste jaar opzeggen. Zij moeten wel nog de huur betalen die
Overgedragen c.q. voortgezet privaatrechtelijk gebruiksrecht ligplaatsen woonarken door Waterschap opgezegd onder aanbieding huurovereenkomst. Privaatrechtelijk optreden toelaatbaar. Geen onredelijke verzwaring positie woonarkbewoners. Geen strijd met algemene beginselen van beho
Huurovereenkomst. Ontbinding wordt afgewezen, nu huurster voor de zitting de huurachterstand grotendeels heeft ingelopen. Huurkorting in reconventie deels toegewezen, wegens verminderd huurgenot badkamer.
Vordering terugbetaling waarborgsom toegewezen. Verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat huurder schade heeft toegebracht aan de woning.
Huurovereenkomst bedrijfspand, met wederzijds goedvinden vroegtijdig beëindigd. Vordering huurder ter terugbetaling borg en gecedeerde geldleningsovereenkomst aan huurder, verrekend met huurachterstand. Reconventionele vordering tot betaling huurachterstand, schadevergoeding wege
Huurgeschil tussen verhuurder, huurder en onderhuurder. De rode draad in alle procedures (hoofdzaak, voeging en vrijwaring) vormen de vochtoverlast en lekkages in de gehuurde bedrijfsruimte en/of woonruimte, en vooral de vraag of deze problemen een gevolg zijn van omstandigheden
Huurgeschil tussen verhuurder, huurder en onderhuurder. De rode draad in alle procedures (hoofdzaak, voeging en vrijwaring) vormen de vochtoverlast en lekkages in de gehuurde bedrijfsruimte en/of woonruimte, en vooral de vraag of deze problemen een gevolg zijn van omstandigheden
Financiële afwikkeling in hoger beroep van reeds ontbonden huurovereenkomst waarbij de ontruiming op basis van het beroepen vonnis reeds heeft plaatsgevonden en de ontbinding en veroordeling tot ontruiming in hoger beroep niet worden aangevochten. Beoordeling van de vordering van
Huurrecht. Uitgebreide verbouw- en renovatiewerkzaamheden door verhuurder aan weerzijden van het gehuurde leveren substantiële overlast op dat sprake is van een gebrek met huurprijsvermindering tot gevolg. Dat werkzaamheden binnen tijden van Bouwbesluit zijn geweest of geprobeerd
Bijzondere overeenkomst; huurecht; woonruimte, herstel goede staat