Onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Onrechtmatige daad. Schade.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:247 BW
Genoemd in 53 uitspraken · Officiële wettekst
53 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belanghebbende heeft vanaf 2008 aan zijn eigen BV ten behoeve van investeringen in onroerende zaken geldleningen verstrekt, waarvan het bedrag in de loop der jaren steeds verder is opgelopen. De BV heeft geen eigen inkomsten en geen andere financieringsbron voor het project dan d
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Summierlijk blijken van vorderingsrecht. Uitkering en boeking in rekening-courantverhouding. Klachten onder meer over strijd met art. 2:247 BW en art. 6:140 BW.
Cessie om niet van een in potentie waardevol actief (een vordering waarover op dat moment nog geprocedeerd werd) door een vennootschap aan haar (in)direct bestuurder is in voldoende mate bewezen en levert geen paulianeuze transactie op. Wel leidt die cessie tot aansprakelijkheid
Volstortplicht aandelen. Aandelenkapitaal kort na oprichtingsdatum doorgestort aan aandeelhouder ten titel van geldlening. Ontbreken schriftelijke overeenkomst van geldlening leidt niet zonder meer tot de conclusie dat het kapitaal niet feitelijk ter beschikking van de vennootsch
Faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Servecare B.V. Aandelen volgestort? Onbehoorlijke taakvervulling? De omstandigheid dat (een gedeelte groot € 15.690,-- van) voornoemd bedrag vervolgens is betaald aan de Holding impliceert niet, dat er geen
Vordering tot vernietiging van een aantal voor een faillissement gevestigde hypotheken door de curator op grond van de actio pauliana.
zorgregeling, kinderalimentatie en vermogensrechtelijke afwikkeling.
bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW; schending publicatieplicht en administratieplicht; Ook materieel sprake van onbehoorlijke taakvervulling; overhevelen corporatie opportunities
Faillissement transportbedrijf. Onbehoorlijk bestuur. Andere belangrijke oorzaak faillissement.
aansprakelijkheid in faillissement van in het buitenland woonachtige bestuurder van buitenlandse bestuurder-vennootschap in hoedanigheid van feitelijk beleidsbepaler.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:248 BW. Niet voldaan aan publicatieplicht artikel 2:394 BW. Niet afbouwen en verder laten oplopen rc-schuld en uitkeren van dividend bedrag van omvang als aan de orde zou in de omstandigheden geen redelijk denkend bestuurder doen. Belan
Mondeling vonnis. Voormalig manager betaalt bedragen aan zichzelf, zijn holdings en familieleden uit de BV. BV cedeert schadevordering aan eiseres. Het enkele feit dat gelden zijn overgemaakt is niet onrechtmatig. Tegen de achtergrond van het verweer van de manager is de onversch
Betalingen van managementvergoedingen voorafgaand aan faillissement. Onverplichte rechtshandeling als bedoeld in artikel 42 Fw? Overleg in de zin van artikel 47 Fw? Onrechtmatige selectieve betaling? Geen benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.
Faillissement zorgbureaus. Aansprakelijkheid voor ontstane faillissementstekorten. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Administratieplicht op ernstige wijze geschonden. Civielrechtelijk bestuursverbod voor de tijd van vijf jaar.
Echtscheiding en nevenvoorzieningen. Gezag, zorgregeling, kinderalimentatie, afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Voldoende stukken voor beoordeling tegen welke waarde onderneming in verrekening dient te worden betrokken; waarde onderneming valt weg tegen schuld aan onderneming. G
Art. 2:248 lid 1 en 2 BW. Kennelijk onbehoorlijk bestuur, Administratieplicht. Eindvonnis na bewijslevering. Peeters/Gatzen-vordering. Art. 704 en 705 Rv. Belangenafweging opheffing beslag.
Art. 42 en 43 Fw. Faillissementspauliana. Onverplicht aangegane mondelinge overeenkomst tot levering van een bedrijfspand. Wetenschap van benadeling bij afspraken in het kader van een reddingsoperatie.
Zorgplicht belastingadviseur niet geschonden.
Aansprakelijkheid voor tekorten in faillissementen op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 BW). Benadeling van schuldeisers.
Tweeëntwintig klachten over werkzaamheden accountant; maatstaf is de zorgvuldigheid die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht ex artikel 7:401 BW; alle klachten falen; eiser is niet ontvankelijk betreffende de vordering tot vernietiging vonn
De rechtbank oordeelt dat de bestuurder bij een aandelenoverdracht en een cessie van een vordering een tegenstrijdig belang had met de inmiddels in staat van faillissement verkerende onderneming van wie hij bestuurder was in de zin van artikel 2:256 BW (oud). Verder kunnen deze r
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:198. Ter zake van geldlening aan BV G zijn rente en aflossingen betaald door BV I, die vervolgens failleert. Gezien de verhoudingen tussen beide BV’s zijn de betalingen, anders dan de eerste rechter oordeelde, niet om niet gedaan, zodat niet op de voe
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pauliana. Uit de door de curator in het geding gebrachte correspondentie blijkt zonneklaar dat het de bedoeling was om het bedrijf van failliet leeg te trekken alvorens het faillissement aan te vragen. Met de curator is de rechtbank va
Onrechtmatige selectieve betaling, onrechtmatig handelen bestuurder.