Verweerder heeft aan eiser een bouwstop opgelegd en gelast met onmiddellijke ingang de werkzaamheden te staken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser ten onrechte niet gehoord in bezwaar. Dat het bezwaar van eiser summier oogde maakt niet dat sprake was van een
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:3 Awb
Genoemd in 191 uitspraken · Officiële wettekst
191 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de reis-en verzekeringskosten, die zij heeft gemaakt ten behoeve van haar studie en stage in Boston, als scholingsuitgaven in aftrek kunnen worden gebracht. Het hof is van oordeel dat de wetgever de scholingsuitgaven heeft willen
Verzoek om herziening. Dagloon. Evenredigheidsbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval een strikte toepassing van artikel 15, eerste lid, van het Dagloonbesluit leidt tot een onevenredig groot nadeel aan de zijde van eiseres ten opzichte van de met het b
BPM. Gemachtigde geweigerd wegens beledigend taalgebruik. Hof verlengt redelijke termijn van behandeling met de periode tussen niet doorgaan eerste zitting en de tweede zitting vanwege de weigeringsbeslissing als gevolg van het beledigend taalgebruik.
Parkeerbelasting. Belanghebbende is ten onrechte niet gehoord. Terugwijzing naar de heffingsambtenaar om opnieuw te beslissen op het bezwaar.
WOZ (artikel 17 Wet WOZ) Verstrekken onjuiste informatie leidt tot gerede twijfel onpartijdigheid taxateur. De taxateur van de gemeente heeft ter zitting gesteld dat hij de maten van de garage had vastgesteld “door het bouwdossier te lichten”. Daarmee heeft hij bij de rechtbank -
BPM; procesrecht; artikelen 6:11, 7:2 en 7:3 Awb. Beoordeling verschoonbaarheid termijnoverschrijding bij bezwaar tegen voldoening op aangifte. Oordeel dat hoorplicht niet is geschonden, is ontoereikend gemotiveerd.
-
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.
Artikel 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrecht Geen sprake van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrecht die nopen tot afwijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding. Het opleggen van een aanslag erfbelasting naar een g
Art. 7:15 Awb. Art. 3, lid 2, Bpb. Aanslag vernietigd in bezwaar wegens onjuiste tenaamstelling. Geen integrale, althans hogere, dan de forfaitaire proceskostenvergoeding. Na vernietiging van de aanslag die binnen twee jaar heeft plaatsgevonden is er objectief gezien geen spannin
Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Verzoek om dwangsom afgewezen, de beslistermijn nog niet verstreken. Toekennen voorziening jeugdhulp in de vorm van dagbesteding. De Raad is van oordeel dat het college na de aanvra
Horen in bezwaarfase De beroepsgrond van eiser dat hij in de bezwaarfase ten onrechte niet is gehoord, slaagt. Verweerder had eiser moeten horen om over eisers situatie te praten.
Schending hoorrecht
WIA. Opeenvolgende besluiten. Niet gehoord in bezwaar. Standpunt van verweerder tegenstrijdig en onbegrijpelijk. Beroep gegrond. Eiser is uitbehandeld. Daarmee is de arbeidsongeschiktheid volledig en duurzaam. Beroep gegrond. Eiser heeft recht op een IVA-uitkering.
Wajong. Geen hoorzitting in bezwaar. Gemachtigde onbereikbaar omdat deze de telefoon niet opneemt. Uwv mocht aannemen dat eiseres geen gebruik wilde maken van het recht te worden gehoord. Arbeidsvermogen ontbrak op de datum in geding, maar niet duurzaam. Beroep ongegrond.
Parkeerbelasting.
PW bestuurlijke boete
Schending hoorrecht. Terugwijzing naar inspecteur. Beroep gegrond.
Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
Artikelen 2:1, 6:6 en 6:24 Awb; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. Artikelen 24a en 25 AWR; de Heffingsambtenaar heeft ten onrechte op bezwaarschriften, die namens verschillende belastingplichtigen zijn ingediend, bij in één gesch
Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. De echtgenoot van belanghebbende is geen medebelanghebbende. Toepassing van artikel 8:111, lid 1, letter c, Awb; zowel het principaal hoger beroep als het incidenteel hoge