Eiser heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van januari 2016 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft in maart 2016 een verzoek om terugname van eiser gedaan bij de Duits
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:17 Awb
Genoemd in 348 uitspraken · Officiële wettekst
348 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Geen schending hoorplicht. Geen recht op dwangsom. Grieven die belanghebbende aanvoert tegen de voorwaarden van de overgangsregeling van artikel 84a en 84b Wet MRB (‘nieuwe oldtimerregeling’) slagen niet. Een auto die mede is voorzien van een LPG-tank komt niet in aanmerking voor
Inkomstenbelasting. Verkoop onroerende zaak. Inkomsten uit aanmerkelijk belang? Winstuitdeling? Dwangsom.
Dwangsom. Wanneer is een brief een ingebrekestelling als bedoeld in 4:17, derde lid, Awb? Wegingsfactor proceskosten voor de verschillende fasen van de procedure gedifferentieerd. Geen schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn in WAHV-zaken. Na doorbreking v
Aanvulling gronden. Dwangsom. Het hof stelt vast dat de officier van justitie de gemachtigde niet behoorlijk in de gelegenheid heeft gesteld zijn beroep van argumenten te voorzien (6:5 en 6:6 Awb), nu de gemachtigde ondanks zijn verzoek hiertoe niet een nadere termijn is gegeven
Ontvankelijkheid van de beroepen. Dwangsommen terecht?
beroep niet tijdig; toerismevrijstelling; bezwaar gegrond; resterend belang
Wahv; verhouding Wahv-Awb; dwangsom bij niet-tijdig beslissen OvJ
Vennootschapsbelasting. Beroep inzake fictieve weigering uitspraak. Onredelijk late indiening. Dwangsom. Overgangsrecht.
Verbeurte van dwangsom, art. 611a Rv. Art. 1 lid 3 en 4 Beneluxovereenkomst houdende Eenvormige Wet betreffende de dwangsom (Trb. 1974, 6). Uitvoeringstermijn en respijttermijn, Benelux-Gerechtshof 11 februari 2011, LJN BQ2046, NJ 2011/235. Overeenkomstige toepassing op door best
Een vergoeding op basis van de Wet dwangsom dient voor de vaststelling van de bijstand niet in aanmerking te worden genomen als inkomen, maar als vermogen.
Beroep ongegrond. Ziektewetbeoordeling eigen risico drager. Afwijzing van verzoek om een dwangsom. Hoewel de rechtbank in deze zaak uitsluitend oordeelt over het verzoek van eiseres om een bestuurlijke dwangsom, wil zij partijen meegeven om, gelet op de bredere problematiek, met
Artt. 4:17, leden 1 en 3, 8:72 en 8:75 en 8:108 Awb. Proceskosten beroepsfase. De Rechtbank heeft ten onrechte de door belanghebbende voor het bijwonen van de zitting gemaakte reiskosten niet vergoed. Voor vergoeding van verletkosten komt belanghebbende niet in aanmerking. De Hef
Waardebepaling van twee woningen met bodemverontreiniging. De heffingsambtenaar heeft een rompslomp-aftrek toegepast en is uitgegaan van een lage KOUDV-beoordeling. De heffingsambtenaar heeft ervoor gekozen om te vergelijken met woningen in dezelfde wijk die op geen wijze last he
(navorderings)aanslagen IB/PVV voor 4 jaren; vergrijpboeten; inkomsten en aftrekposten van een particulier; belastingrente; dwangsom; ISV; diverse formele aspecten.
gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedeeltelijk gegrond + proceskostenvergoeding
BNT. Gedurende de beroepsfase is er alsnog beslist. Inhoudelijke behandeling. Beroep is gegrond en verzoek om dwangsom toegekend.
BPM teruggaaf bij export naar niet EU/EER land 'via' Duitsland. Geen fraus legis.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of eiser, ondanks dat hij werd bijgestaan door een gemachtigde, zelf een ingebrekestelling kon sturen in de bezwaarfase. Ook beoordeelt de rechtbank of de weigering door de heffingsambtenaar om deze ingebrekestelling in behandeling te nem
IB/PVV niet tijdig nemen bezwaar. Beroep niet-ontvankelijk voorzover geen bezwaar genomen. Beroep ongegrond, aanslag blijft in stand. Geen recht op een hogere dwangsom.
WOZ. Geschil over de hoogte van de dwangsom, het beroep is gegrond omdat de heffingsambtenaar de hoogte van de dwangsom niet juist heeft vastgesteld. Eiser voert aan dat het cessieverbod van artikel 30a lid 4 en 5 van de Wet WOZ een uitzondering vormt op het recht van ongestoord
8:54; NTB; Belanghebbende voert aan dat hij de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen en op het moment dat hij het beroep instelde daarmee dus nog niet bekend was. In dat geval moet de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep beoordelen aan de hand van de regels die gelden
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.
8:54; 8:75a; De ingebrekestelling is op 6 januari 2025 door de heffingsambtenaar ontvangen. Belanghebbende heeft op 20 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar. Belanghebbende is te vroeg in beroep gegaan. De termijn van twee weken d
8:54; 8:75a; De rechtbank constateert dat in het geval de uitspraak op bezwaar van 21 februari 2024 niet rechtsgeldig is gedaan, omdat deze – zoals belanghebbende stelt – niet door belanghebbende is ontvangen, belanghebbende te vroeg in beroep is gegaan. De termijn van twee weken