Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:1902
2024-05-06
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202402304/1/V2 en 202402304/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 8 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (56)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27817 Rechtbank Den Haag 15-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25130 Rechtbank Den Haag 01-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23220 Rechtbank Den Haag 30-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23208 Rechtbank Den Haag 16-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19494 Rechtbank Den Haag 13-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20276 Rechtbank Den Haag 09-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16461 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16379 Rechtbank Den Haag 16-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14963 Rechtbank Den Haag 04-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16155 Rechtbank Den Haag 19-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11600 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11042 Rechtbank Den Haag 06-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10644 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10450 Rechtbank Den Haag 01-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9229 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9138 Rechtbank Den Haag 14-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7333 Rechtbank Den Haag 31-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7294 Rechtbank Den Haag 30-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:6689 Rechtbank Den Haag 24-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7238 Rechtbank Den Haag 17-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5876 Rechtbank Den Haag 17-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7234 Rechtbank Den Haag 16-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9588 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9152 Rechtbank Den Haag 09-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17730 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3649 Rechtbank Den Haag 13-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1314 Rechtbank Den Haag 27-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2174 Rechtbank Den Haag 13-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26502 Rechtbank Den Haag 19-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22087 Rechtbank Den Haag 20-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21986 Rechtbank Den Haag 12-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22011 Rechtbank Den Haag 12-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21981 Rechtbank Den Haag 12-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20031 Rechtbank Den Haag 28-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22594 Rechtbank Den Haag 17-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22595 Rechtbank Den Haag 17-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18655 Rechtbank Den Haag 07-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13839 Rechtbank Den Haag 25-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14972 Rechtbank Den Haag 24-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14974 Rechtbank Den Haag 24-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11411 Rechtbank Den Haag 25-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10483 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14790 Rechtbank Den Haag 13-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9583 Rechtbank Den Haag 30-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10104 Rechtbank Den Haag 28-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6765 Rechtbank Den Haag 18-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6557 Rechtbank Den Haag 15-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4792 Rechtbank Den Haag 24-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4788 Rechtbank Den Haag 24-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4660 Rechtbank Den Haag 19-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2430 Rechtbank Den Haag 17-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1214 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2929 Rechtbank Den Haag 24-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21382 Rechtbank Den Haag 12-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21246 Rechtbank Den Haag 12-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19333 Rechtbank Den Haag 21-11-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.429 tekens)
202402304/1/V2 en 202402304/2/V2.
Datum uitspraak: 6 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 8 april 2024 in zaak nr. NL24.9301 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 8 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 en 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2024
897-1003
Datum uitspraak: 6 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 8 april 2024 in zaak nr. NL24.9301 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 8 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 en 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2024
897-1003