Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3033
2023-08-08
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202304377/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:3033 → ECLI:NL:RBDHA:2023:9994 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2022:3269 Raad van State 14-11-2022
Geciteerd door (149)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25143 Rechtbank Den Haag 01-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21816 Rechtbank Den Haag 05-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21690 Rechtbank Den Haag 03-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16944 Rechtbank Den Haag 22-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15904 Rechtbank Den Haag 12-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15459 Rechtbank Den Haag 08-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14557 Rechtbank Den Haag 01-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9969 Rechtbank Den Haag 28-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8350 Rechtbank Den Haag 19-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5913 Rechtbank Den Haag 03-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4259 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5208 Rechtbank Den Haag 24-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4260 Rechtbank Den Haag 13-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2488 Rechtbank Den Haag 11-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2752 Rechtbank Den Haag 02-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1630 Rechtbank Den Haag 30-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2090 Rechtbank Den Haag 28-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1328 Rechtbank Den Haag 27-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:609 Rechtbank Den Haag 08-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:466 Rechtbank Den Haag 05-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26202 Rechtbank Den Haag 30-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:26017 Rechtbank Den Haag 18-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23423 Rechtbank Den Haag 09-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23983 Rechtbank Den Haag 02-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23345 Rechtbank Den Haag 01-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22288 Rechtbank Den Haag 24-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21783 Rechtbank Den Haag 17-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21308 Rechtbank Den Haag 12-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20418 Rechtbank Den Haag 04-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20275 Rechtbank Den Haag 31-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19958 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19966 Rechtbank Den Haag 24-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27213 Rechtbank Den Haag 24-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16979 Rechtbank Den Haag 15-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18944 Rechtbank Den Haag 09-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14174 Rechtbank Den Haag 30-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14165 Rechtbank Den Haag 29-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14171 Rechtbank Den Haag 29-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13002 Rechtbank Den Haag 11-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12000 Rechtbank Den Haag 02-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11466 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11467 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11336 Rechtbank Den Haag 26-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13514 Rechtbank Den Haag 17-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10566 Rechtbank Den Haag 16-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9518 Rechtbank Den Haag 30-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9486 Rechtbank Den Haag 28-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8081 Rechtbank Den Haag 09-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8009 Rechtbank Den Haag 02-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7947 Rechtbank Den Haag 28-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7372 Rechtbank Den Haag 28-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6670 Rechtbank Den Haag 22-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6750 Rechtbank Den Haag 18-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5865 Rechtbank Den Haag 08-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5620 Rechtbank Den Haag 04-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5589 Rechtbank Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4869 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4647 Rechtbank Den Haag 21-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4648 Rechtbank Den Haag 21-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4462 Rechtbank Den Haag 18-03-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.250 tekens)
202304377/1/V3.
Datum uitspraak: 8 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 4 juli 2023 in zaak nr. NL23.17693 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 4 juli 2023 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. De Afdeling ziet ambtshalve toetsend geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2023
962
Datum uitspraak: 8 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 4 juli 2023 in zaak nr. NL23.17693 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 4 juli 2023 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, over zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. De Afdeling ziet ambtshalve toetsend geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2023
962