Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:110
2023-01-12
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202206657/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:110 → ECLI:NL:RBDHA:2022:15131 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2021:1645 Raad van State 29-07-2021
- ECLI:NL:RVS:2022:2645 Raad van State 08-09-2022
Geciteerd door (24)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9785 Rechtbank Den Haag 30-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9785 Rechtbank Den Haag 30-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20791 Rechtbank Den Haag 20-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17020 Rechtbank Den Haag 27-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15377 Rechtbank Den Haag 06-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15051 Rechtbank Den Haag 05-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14285 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16013 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13847 Rechtbank Den Haag 11-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13584 Rechtbank Den Haag 25-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12915 Rechtbank Den Haag 15-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14009 Rechtbank Den Haag 07-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12389 Rechtbank Den Haag 01-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11266 Rechtbank Den Haag 13-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16449 Rechtbank Den Haag 15-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8219 Rechtbank Den Haag 02-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8213 Rechtbank Den Haag 02-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5747 Rechtbank Den Haag 17-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4230 Rechtbank Den Haag 23-03-2023
- ECLI:NL:RBNNE:2023:1024 Rechtbank Noord-Nederland 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5882 Rechtbank Den Haag 06-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2808 Rechtbank Den Haag 02-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2398 Rechtbank Den Haag 27-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1470 Rechtbank Den Haag 07-02-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.260 tekens)
202206657/1/V3.
Datum uitspraak: 12 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 november 2022 in zaak nr. NL22.20586 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. V.M. Oliana, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1645, onder 5.2 en 8, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië en uitspraak van 8 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2645, onder 5 - 5.2, over de noodzaak prejudiciële vragen te stellen over dat beginsel). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
846-985
Datum uitspraak: 12 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 november 2022 in zaak nr. NL22.20586 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. V.M. Oliana, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1645, onder 5.2 en 8, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië en uitspraak van 8 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2645, onder 5 - 5.2, over de noodzaak prejudiciële vragen te stellen over dat beginsel). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
846-985