Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:2808

2023-03-02 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.3440
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-03-02
Publicatiedatum
2023-03-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.3440
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Dublin Roemenië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, pushbacks, beroep ongegrond

Citeert (6)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.854 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.3440


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Brock).




Procesverloop


Bij besluit van 2 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL23.3441, op 15 februari 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.





Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2002 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 4 september 2022 een asielaanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft deze asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Roemenië verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag, omdat hij al eerder in Roemenië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft een verzoek om terugname gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. Op 9 november 2022 hebben de Roemeense autoriteiten dit verzoek geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening.

3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe aan dat ten aanzien van Roemenië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Er vinden pushbacks plaats en dat moet worden aangemerkt als fundamentele systeemfout in de asielprocedure. Uit een rapport van Klikactiv blijkt dat de pushbacks ook plaatsvinden bij Dublinclaimanten. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 3 februari 2023. Bovendien is het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deelbaar. Hierbij wordt verwezen naar de prejudiciële vragen die op 15 juni 2022 door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, zijn gesteld en naar een uitspraak van dezelfde zittingsplaats van 27 januari 2023.


De rechtbank oordeelt als volgt.


4. Niet in geschil is dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

5. Uitgangspunt is dat verweerder ten aanzien van Roemenië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Dit is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) recentelijk bevestigd. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet kan. Eiser is hier niet in geslaagd.

6. Voor zover er in Roemenië pushbacks plaatsvinden kunnen deze worden aangemerkt als fundamentele systeemfout in de asielprocedure. Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2022 leidt de rechtbank echter af dat de Afdeling, vooralsnog, uitgaat van de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat hij ook als Dublin-terugkeerder te maken zal krijgen met pushbacks. Het rapport van Klikactiv biedt hiervoor echter onvoldoende aanknopingspunten. Het rapport maakt slechts melding van enkele gevallen en deze zijn niet van voldoende concreet bewijs voorzien om te kunnen concluderen dat er sprake is van pushbacks van Dublinclaimanten.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:






Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.




Vreemdelingenwet 2000.


Verordening (EU) nr. 604/2013.


“Formalizing Pushbacks –The use of readmission agreements in pushback operations at the Serbian-Romanian border”, januari 2023.


ECLI:NL:RBAMS:2023:545.


ECLI:NL:RBDHA:2022:5724.


ECLI:NL:RBOBR:2023:394.


ECLI:NL:RVS:2021:1645; ECLI:NL:RVS:2023:110.


ECLI:NL:RVS:2022:1043.